Tagarchief: thuisonderwijs

Thuiszitters, ruim 5 jaar later.

Origineel: september 2015
Aanvullingen: 3 februari 2016

Vijf en een half jaar geleden schreef ik voor het eerst een blog over thuiszitters, om precies te zijn over dat er eindelijk ook gekeken zou worden naar hoeveel hoogbegaafde kinderen er thuis zaten, verstoken van onderwijs. Dit was een verborgen groep, niet zichtbaar voor de het ministerie en dus ook niet voor het onderwijsveld. In dat blog meldde ik dat er op mijn verzoek voor het jaar 2009-2010 ook gekeken zou worden naar hoogbegaafdheid als reden van thuiszitten. Lees dit hier.

Helaas stond er niets over hoogbegaafde kinderen in dat rapport.

Nu zijn we dus vijf en een half jaar verder.

Wat opvalt:

    • dat hoogbegaafdheid nog steeds niet hardop als reden benoemd wordt, ook al is 1/3 van de thuiszitters hoogbegaafd (blog uit 2012, zie hier).
    • dat er eigenlijk nog niets ter verbetering is gebeurt, ondanks de invoering van Passend onderwijs (‘Geen kind tussen wal en schip’ zie hier).
    • dat thuiszitters en kinderen die thuisonderwijs krijgen op één hoop gegooid worden, als ware dat hetzelfde. Ook door de politiek. Dat is zorgelijk te noemen.

De website Thuisonderwijs weet het verschil tussen thuisonderwijs en thuiszitters wel goed te duiden:
Thuisonderwijs: onderwijs thuis op vrijwillige en legale basis
Er is in Nederland een kleine groep kinderen die vrijstelling van de leerplicht heeft. De ouders nemen in dat geval zelf de verantwoordelijkheid voor het onderwijs van hun kind. Dit vervangende onderwijs wordt thuisonderwijs genoemd.”

“Thuiszitters: onvrijwillig thuis door schooluitval
Thuiszitters zijn kinderen die op een school staan ingeschreven en (tijdelijk) thuis komen te zitten. Vaak gaat het hier om kinderen met specifieke onderwijsbehoeften op medisch, sociaal, intellectueel of emotioneel gebied. Het doel van de meeste ouders en kinderen in deze categorie is terugkeer naar school. Deze kinderen hebben geen vrijstelling van de leerplicht.”

Lees hier verder over het verschil.

Voor thuisonderwijs hebben we het over ruim 400 kinderen, die thuis kwalitatief goed onderwijs onderwijs krijgen, vanuit vrijwillige keuze door de ouders.

Voor ruim 16.000 kinderen is het zo dat ze geen thuisonderwijs krijgen maar juist leerachterstanden oplopen omdat ze om bovengenoemde redenen niet naar school gaan en dus geen onderwijs krijgen – laat staan onderwijs dat past. Sommige kinderen zitten al jaren thuis. De oorzaak ligt in het vlak van specifieke onderwijsbehoeften waaraan scholen niet kunnen voldoen. Het startpunt ligt daarbij niet alleen in het kind, maar absoluut ook in de scholen zelf. Veel scholen willen of kunnen geen onderwijs bieden dat is aangepast aan individuele leerlingen. Ook Passend onderwijs heeft hier geen verandering in bewerkstelligd. Het is de taak van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om hier een einde aan te maken. Zowel ouders als scholen moeten beter voorgelicht worden over wat de mogelijkheden zijn en weten dat je het onderwijs aan mag passen aan de behoeftes van individuele kinderen.

Op 1 oktober aanstaande worden alle schoolgaande kinderen weer geteld, zoals elk jaar door het ministerie. Laat 2015 het jaar zijn dat het ministerie ook de thuiszitters goed in beeld krijgt. De ouders van de thuiszitters zelf gaan ook tellen op 1 oktober. Telt u mee? Elk kind telt immers mee, ook de thuiszitter.

Thuiszitters tellen: Op deze site vind je informatie over de thuiszitters manifestatie op donderdag 1 oktober 2015 op het Plein in Den Haag. Het is de bedoeling dat die dag zo veel mogelijk thuiszitters, samen met hun ouders/verzorgers naar het Plein komen. Dan kunnen we alle thuiszitters tellen! Op deze manier komen thuiszitters in Nederland voor iedereen, maar vooral voor onze overheid beter in beeld. http://Thuiszitterstellen.nl

Aanvullingen 3 februari 2016:
1. Bijna tienduizend leerplichtige kinderen thuis.
De maatregelen om te voorkomen dat leerplichtige kinderen thuis komen te zitten, werpen weinig vruchten af. In Nederland zitten 9972 leerlingen korte of lange tijd thuis die wél naar school zouden moeten gaan. Daarnaast zijn er steeds meer kinderen, 5077, die van hun gemeente niet meer naar school hoeven omdat ze een te ernstige verstandelijke of lichamelijke beperking hebben. Het grote aantal thuiszitters is ook afgelopen schooljaar nauwelijks gedaald. De staatssecretaris wil niet concluderen dat passend onderwijs is mislukt.
De kinderen die thuisonderwijs volgen worden ook nu nog opgeteld bij de thuiszitters.
Lees hier verder.

2. Aantal thuiszitters
Het aantal thuiszitters waar onderwijsorganisaties over spreken, is vaak vele malen lager dan het werkelijke aantal thuiszittende kinderen zonder onderwijs. Lees hier verder.

Belangrijk om te weten: aantal thuiszitters neemt vooral af omdat ze 18 worden en niet meer tellen. 

Dorien Kok
http://DorienKok.nl

Advertenties

Onderwijs in terra incognita: over thuisonderwijs en hoogbegaafdheid

Voor meer van Sytze Steenstra: http://sytzesteenstra.wordpress.com

Sytze Steenstra Blog

Laat ik met de deur in huis vallen: mijn vrouw geeft mijn hoogbegaafde dochter thuisonderwijs. (Ik doe er zelf ook wel iets aan, maar veel minder). Dat is geweldig, een stuk beter dan de beste school die we konden vinden. Zoals onderwijskundigen het uitleggen: thuisonderwijs werkt één op één, is flexibel, sluit aan bij de vragen van de leerling, en is daardoor veel effectiever dan klassikaal onderwijs. Dat het voor mijn dochter een stuk beter is, zegt ook de schooljuf die mijn dochter een jaar lang les gaf, dat zegt de logopediste waar ze wekelijks heen gaat omdat ze dyslectisch is, dat schreef de orthopedagoge in haar verslag nadat ze haar twee dagen lang had getest. Natuurlijk vergt het veel inzet van ons. Het lesgeven kost veel tijd, en het zoeken naar goed lesmateriaal kost ook tijd, en geld. Het is, kortom, een prestatie waarvoor je als ouders best eens…

View original post 4.840 woorden meer

Is thuisonderwijs in strijd met het belang van het kind?

In 2002 is er aan de hand van Henk Blok een onderzoek verschenen over de effectiviteit van thuisonderwijs, geïnitieerd vanuit het SCO-Kohnstamm Instituut/UvA Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen in Amsterdam.

In Nederland is men niet zo happig op thuisonderwijs. Hooguit een bijzondere levensovertuiging geeft een ja voor thuisonderwijs. Zie Voetnoot*

In het buitenland, zoals in de Verenigde Staten, Canada en Engeland is thuisonderwijs wel een bekend verschijnsel.

Wat men zich vaak niet realiseert is dat thuisonderwijs al langer bestaat dan schoolonderwijs. Pas in de 19e eeuw kwamen er voor het eerst onderwijs- en schoolwetten. De leerplicht bestaat ook pas sinds 1900. In die tijd was er nog wel ruimte voor de ouders om voor thuisonderwijs te kiezen.

Waarom is het sinds 1969 zo moeilijk om je kind thuis les te geven? Omdat de regering (Wakelkamp 1996) van mening was dat thuisonderwijs in strijd is met het belang van het kind. Is dit echt zo?

De conclusie van Henk Blok is een duidelijke nee. Ouders zijn niet onbekwaam om hun eigen kinderen les te geven. De praktijk van ouders die met hun kinderen naar het buitenland verhuizen bewijst dit. Het succes van de Wereldschool, die met hulp van de overheid lespakketten samenstelt en eventueel ook didactische ondersteuning biedt, spreekt daarbij voor zich.

Ook ervaringen in het buitenland, waar de wetgeving minder restricties kent (o.a. in België, Denemarken, Engeland, Frankrijk, Ierland, Italië, Noorwegen en Portugal) wijzen hierop. In de Verenigde Staten is thuisonderwijs in 1993 zelfs gelegaliseerd. Waar voor de Europese landen het aantal kinderen dat thuisonderwijs ontvangst waarschijnlijk minder dan 1% bedraagt, gaat het in de Verenigde Staten om 1,7 tot 3 %.

Voor het onderzoek van Henk Blok waren er 8 bruikbare onderzoeken beschikbaar, waarvan 7 uit de Verenigde Staten. Men maakte voor die onderzoeken gebruik van een vergelijkende groep kinderen, die geen thuisonderwijs hebben gevolgd.

De conclusie van Henk Blok is duidelijk, bijna alle in dit onderzoek gebruikte onderzoeken wijzen in dezelfde richting: kinderen die thuisonderwijs gekregen hebben onderscheiden zich in hun schoolvorderingen en in hun sociaal-emotionele ontwikkeling in positieve zin van hun leeftijdsgenoten die schoolonderwijs gekregen hebben. Volgens sommige onderzoeken bedraagt de gemiddelde voorsprong van de thuisonderwijs kinderen zelfs meerdere jaren. Een dergelijke voorsprong mag je volgens Henk Blok fors noemen. Het aantal onderzoeken waarin daarentegen geen verschillen tussen thuisonderwijs kinderen en schoolkinderen gevonden zijn is klein. Henk Blok geeft daarbij aan dat aanwijzingen voor een achterstand bij thuisonderwijs kinderen zelfs volledig ontbreken.

Leertechnisch spreken we van een voorsprong van 1 jaar bij een 6 jarig kind tot maximaal 4 jaar bij een 14 jarig kind. Kinderen die hun hele leven thuisonderwijs hebben gekregen halen hogere scores dan kinderen die slechts een gedeelte van hun leven thuisonderwijs hebben gekregen. Op sociaal–emotioneel gebied liggen er conclusies dat de kinderen gemiddeld genomen sociaal vaardiger en rijper zijn. Thuisonderwijs kinderen hebben een beduidend positiever zelfconcept dan schoolkinderen. De kinderen vertonen minder gedragsproblemen. Voor het vervolgonderwijs is er sprake van een sociaal en emotioneel betere aanpassing als ze gaan studeren. Waarbij bij schoolkinderen gemiddeld genomen sprake is van een afnemende leermotivatie, blijft de leermotivatie bij thuisonderwijs kinderen op peil of neemt zelfs toe.

Moet ik nu mijn kind van school halen en zelf les gaan geven? Nee, hieruit kan je absoluut niet concluderen dat thuisonderwijs beter is dan schoolonderwijs. Voor deze kinderen speelt namelijk mee dat ze waarschijnlijk een bevoorrechte positie hebben. Ze hebben sterk betrokken ouders, die vaak hoger opgeleid zijn, meer verdienen en die in grotere mate betrokken zijn bij de ontwikkeling van hun kinderen. Een conclusie of de gunstige ontwikkeling ligt aan een gunstige startpositie, het thuisonderwijs of een combinatie daarvan is niet te trekken. Daarbij kan wel gezegd worden dat de verschillen tussen de Nederlandse en Amerikaanse context betrekkelijk gering zijn. Nederlandse ouders kunnen daarom dezelfde positieve resultaten bereiken als de ouders in de Verenigde Staten.

De goede resultaten van het thuisonderwijs zijn te verklaren vanuit
– het één-op-één onderwijs dat gegeven wordt, met als bijkomend positief gevolg meer preventie en behandeling van leerstoornissen
– de flexibiliteit naar de leerbehoeftes van het kind toe – wat in het reguliere onderwijs onhaalbaar is,
– het effectiever gebruik maken van de leertijd
– school zit aan een vast programma vast, ook al heeft het kind minder/meer oefening nodig,
– natuurlijk coachtalent van ouders voor hun eigen kinderen.

De gedane onderzoeken waren niet ideaal qua kwaliteit, hoeveelheid en inhoud. Er is duidelijk meer en beter onderzoek nodig op het gebied van thuisonderwijs. Het verdient de aanbeveling om te kijken naar een betere vergelijkingsgroep, de vormgeving van het thuisonderwijs en in hoeverre dit efficiënt is. Staan bijvoorbeeld de leerwensen van het kind centraal of is er sprake van een vastomlijnd leerplan.

Wetenschappelijk gezien zijn er geen argumenten om thuisonderwijs als een minderwaardige onderwijs vorm te beschouwen stelt Henk Blok. Thuisonderwijs is geen bedreiging voor het belang van het kind, integendeel. Er zijn goede indicaties dat het toestaan van thuisonderwijs het belang van de kinderen van de daartoe gemotiveerde ouders niet hoeft te schaden. Het is daarom belangrijk om stelling van 1969 om te zetten in een realistische stelling. Om dat te bereiken moet men het Nederlandse leerplichtbeleid opnieuw onder de loep te nemen. Omdat het onderzoek van Henk Blok al uit 2002 stamt is het nu de tijd om echt aan de slag te gaan met dit onderwerp. Zoals Henk Blok zegt: leren kan ook thuis plaats vinden en misschien zelfs beter.

Dorien Kok

http://www.I-CARUS.info

Voetnoot *
“De Tweede Kamer heeft gistermiddag (lees 21-02-1968) zonder hoofdelijke stemming de nieuwe Leerplichtwet aangenomen. Het wetsontwerp, dat er niet zonder kleerscheuren afkwam, onderging twee belangrijke veranderingen.

In de eerste plaats werd het amendement van de socialist Masman, waarin werd gevraagd om schrapping van de mogelijkheid tot huisonderwijs, aangenomen met de steun van alle grote partyen, behalve de CHU. Verder waren alleen Boeren, de SGP en het GPV tegen hét voorstel.

In de tweede plaats nam staatssecretaris Grossheide (Onderwijs en Wetenschappen) het sub-amendement van de anti-revolutionair Bennekom over, waarin de mogelijkheid van huisonderwijs voor uitzonderingsgevallen wordt opengelaten”
Met dank aan Wouter Rademaker voor deze voetnoot. Origineel krantenbericht.