Tagarchief: pubers

Je kind als tegenstander

Je zal maar een kind hebben die continue anderen irriteert en pest, die opstandig en agressief is. Die kinderen zijn er, er is ook een naam voor: ODD

ODD staat voor Oppositional Defiant Disorder, op z’n Hollands gezegd: oppositioneel opstandig gedrag. Oppositioneel kun je lezen als dat ze altijd van de tegenpartij zijn.

Voor het voetballen is het hebben van een tegenstander wel handig, in deze vorm is dit het absoluut niet.

Die kinderen maken ruzie, zijn driftig, zijn niet gehoorzaam. Regels zijn niet voor hun bedoeld. Op sociaal gebied zijn er ook duidelijke verbeterpunten, zowel in de omgang met volwassenen, als in die met leeftijdsgenoten.

ODD komt vaak voor bij kinderen die ook een diagnose hebben als bijvoorbeeld ADHD, autisme en een reactive hechtingsstoornis. De symptomen lijken vaak ook op elkaar. Het kind kan er niets aan doen dat dit gebeurt, het is een disorder – oftewel aandoening.

Nu heeft niet ieder kind dat deze kenmerken heeft meteen ook ODD. Er zijn ook kinderen die dit gewoon tot de kunst verheven hebben. Pubers kunnen bijvoorbeeld ook gewoon vanuit hun puberschap het bloed onder je nagels vandaan halen!

De strategieën die er voor ODD liggen kunnen ook gebruikt worden op pubers en andere kinderen die er een eenzijdig leuk feest van maken.

Wat kun je doen als ouder:
– Zorg dat thuis de neuzen van alle volwassenen dezelfde kant op staan. Maak samen met je partner vaste afspraken over wat wel en wat niet mag en hoe iets moet gebeuren.
– Laat je niet verleiden tot het welbekende driehoekje waarbij de een ouder plots niet alleen het kind, maar ook de partner als tegenstander heeft. Kinderen kunnen dat zo goed!
– Maak als partners vaste afspraken over hoe er op bepaald gedrag gereageerd wordt. Vertel dit ook aan het kind, zodat het weet waar het aan toe is als het zich niet aan de afspraak houdt. Wees dan ook consequent!
– Reageer niet emotioneel, dat is zo lachen voor het kind! Als je merkt dat je het even niet trekt, vraag dan of je partner het even overneemt of meld dat je er later op terug komt.
– Probeer het eens met negeren. Wat gebeurt er als je je kind de rug toedraait en wat anders gaat doen als het onredelijk is. Gewoon even één keer zeggen dat je hier niet op gaat reageren.
– Neem op tijd rust voor jezelf, zodat je weer bij kunt tanken.
– Stel een reactie uit, zeg dat je eerst bedenktijd wil.
– Beperk TV en computer voor je kind. Stel duidelijke grenzen op dit gebied. Eén op de 5 kinderen is verslaafd aan de computer. De spelletjes, en in mindere mate ook TV, hebben een sterke invloed op de kinderen. Gebruik die tijd bijvoorbeeld om positief met je kind te linken. Ga er soms ook bij zitten als je kind TV kijk of computert.

Zoek hulp als je het echt niet redt.

TIP: Handleiding pubers.

Dorien Kok

Een overzicht van alle blog berichten is hier te vinden.

Advertenties

Effecten crèche bezoek

In de Trouw van 20 mei een artikel van Edwin Kreulen over het lange termijn effect van crèches op kinderen.

In dit artikel de melding dat onderzoekers van de NICHD, een Amerikaans samenwerkingsverband van verschillende universiteiten dat ruim 1300 kinderen al sinds hun geboorte volgt, melden dat kinderen die de eerste vierenhalf jaar van hun leven meer dan dertig uur per week op de opvang zitten, op hun vijftiende meer onberekenbaar gedrag vertonen en risico’s opzoeken.

Oeps zou je zeggen, is het dan toch waar dat crèches niet goed voor je kind zijn?

In het Amerikaanse onderzoek staat dat de verschillen met leeftijdsgenoten die korter op de crèche zaten klein zijn. De onderzoekers vinden het toch opvallend dat er nog steeds verschil is tien jaar nadat de kinderen de opvang verlieten. Bovendien bleken ook op eerdere leeftijd de effecten hetzelfde. Ze publiceren daarover deze week in The Journal of Child Development

In Nederland is vergelijkbaar onderzoek bezig. Men is daarmee echter nog niet zo over als in de Verenigde Staten.

In de jaren ’80 werd door sommige Nederlandse deskundigen gevreesd dat crèches schadelijk zou zijn voor de gehechtheid tussen ouders (voornamelijk moeder) en kind. Zeker als er thuis ook niet goed aangevoeld wordt wat het kind (emotioneel) nodig heeft. Niet bij ieder gezin is dit immers gegarandeerd.

Zeven jaar geleden was er veel commotie in Nederland, tot in de Tweede kamer aan toe, doordat de Nijmeegse hoogleraar ontwikkelingspsychologie M. Riksen in haar oratie waarschuwde voor schadelijke effecten van veelvuldig crèchebezoek.

Het grote woord in dit geval is waarschijnlijk veiligheid, beter gezegd veilige gehechtheidrelatie.

In hoeverre wil en kan het personeel van de crèche, maar kunnen ook de ouders, een veilige omgeving bieden aan een kind en is er sprake van hechting. Dat dit zeer belangrijk is weten we uit het onderzoek van Wolff & van IJzendoorn(1997). Hechting is bepalend voor een gunstige ontwikkeling van het kind, op alle vlakken. Als ouders dit (bewust of onbewust) niet kunnen bieden is een crèche eventueel een pluspunt.

Je kunt dus niet direct zeggen dat een crèche schadelijk is voor een kind. Wel kun je zeggen dat het belangrijk is dat ouders kijken naar of het kind wel een crèchekind is, de kwaliteit van de crèche – vooral op het gebied van hechting en emotionele veiligheid, het kind niet naar teveel adressen gaat en of het kind niet teveel uren op de crèche zit.

Lees het hele bericht via deze link

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info