Tagarchief: Paul Rosenmöller

Kansongelijkheid in het onderwijs

Paul Rosenmöller (voorzitter VO-raad) vroeg in een artikel in het dagblad Trouw om aandacht voor de kansongelijkheid in het onderwijs ‘“Het schooladvies moet iets zeggen over de start van de middelbare school en niet dienen als verwachting van welk diploma je uiteindelijke gaat halen.” Het lijkt de VO-raad dus logisch om na twee jaar voortgezet onderwijs een nieuw moment in te bouwen waarin je met zijn allen bespreekt: waar sta je nu? Niet nogmaals met een toets, maar een evaluatie.

Dit zegt hij bijna een jaar nadat de Onderwijsinspectie de alarmbel luidde over dat de ongelijkheid tussen kinderen van lager- en hogeropgeleide ouders groeit.

Oplossing?

De oplossing die de VO-raad noemt lijkt handig, past echter op vele scholen niet. Mede omdat basisscholen nog weinig een dubbel advies geven. De grootste angel blijkt de manier waarop scholen de brugklassen indelen te zijn: smal, waardoor er weinig ruimte is voor wisseling van niveau – zeker als op een categorale school, waar maar één enkele niveau onderwijs wordt geboden.

In Nederland veroordelen we kinderen in het onderwijs voor jaren tot het niveau van hun zwakste vak. Het op gemiddelden gebaseerde eindadvies is hiervoor bepalend. Dit kan en moet anders. Beter. Flexibeler.

Straf

Een kind in het onderwijs in het geheel veroordelen tot diens laagste niveau voor een onderdeel in diens ontwikkeling is een straf. Dat geldt ook voor de bewust of onbewust hogere of juist lagere adviezen die ze in groep 8 krijgen. Je legt een deksel op de ontwikkeling van een kind. Tot hier en niet verder. Probeer als kind maar eens die deksel omhoog te krijgen. Een kind krijgt dus uiteindelijk een diploma die alleen het minimum aan potentie en kennis laat zien, zeker met de nieuwe taal- en rekentoetsen.

De smalte moet uit het onderwijs. Zijn bredere brugklassen of een latere selectie (bij 15 of 16 jaar) daarvoor het antwoord? Wat mij betreft niet: ik opteer al jaren voor een andere oplossing, die Paul Rosemöller ook aanstipt in het artikel als een stapje verder. Het indelen van kinderen in VMBO, HAVO of VWO klassen is niet meer van deze tijd, we moeten hier dus mee stoppen.

Maatwerk! 

Maatwerk start je met een startdocument: waar sta je aan het eind van de basisschool. Heb je een rekendeuk of een talenknobbel. Of andersom. Wat kan je aan. Ben je een vroegbloeier of een laatbloeier. Wat werkt voor jou. Waar heb je extra ondersteuning voor nodig, wat beheers je al. Waarin moeten we afwijken van het curriculum. Heb jij behoefte om te werken volgens het directe instructiemodel of past het probleemgestuurd instructiemodel meer bij jou.

Om je competent te voelen, is het goed dat je vergeleken wordt met jezelf en leert zien waar je nog kan groeien’ (Diana Baas).

Leer de leerling reflecteren op het gemaakte werk, de behaalde doelen en dat het trots kan zijn op behaalde resultaten. Geef kinderen houvast bij het uitvoeren van hun werk en inzicht in de stappen die zij moeten nemen. Stel leervragen die een beroep doen op de mogelijkheden van een kind. Stel hiervoor geen plafond.

Zorg er via een planning voor dat het kind eigenaar blijft van zijn eigen leerproces. Maak de leeromgeving uitdagend, bevorder de nieuwsgierigheid en de kritische vaardigheden. Spreek een kind aan op een niveau dat net buiten het bereik van het kind ligt. Laat de leraar niet diegene zijn die het kind conditioneert, maar die de route naar het zelf gestelde einddoel van het kind bepaalt, het proces daartoe en de omstandigheden daarvoor bewaakt.

Ik zou zelfs nog een stapje verder willen gaan dan het stapje verder van Paul Rosemöller: waarom gaan we niet voor een doorgaande leerlijn voor 4-20 jaar!

Dorien Kok
Voorzitter stichting Omniumscholen
http://Omniumschool.nl

Advertenties

Instemmingsrecht ouders voor zorg op school.

UPDATE 25 november 2016 en 7 februari 2017 staan onderaan.

Oktober 2016. Als ouder hoop je serieus genomen te worden op de school van je kind en ga je er van uit dat men er zich van bewust is dat je als ouder kennis hebt over hoe jouw kind in elkaar zit en wat diens behoeften en noden zijn. Je wilt daarbij het beste onderwijs voor je kind.

Soms heeft een kind extra ondersteuning nodig, is het een zo geheten ‘zorgleerling’. School stelt dan een document op, een onderwijsperspectief/OPP, waarin staat welke onderwijsdoelen een kind kan halen en wat een kind kan leren op school. Wat is haalbaar op school, wat zijn de toekomstverwachtingen voor de arbeidsmarkt en kan het kind hier goed op worden voorbereid. Ouders willen hier natuurlijk over meepraten.

Ten aanzien van zorg in de school is er  veel veranderd na de afschaffing van het zogeheten ‘rugzakje’ en de komst van Passend onderwijs. Spraken we in de tijd van de rugzakregeling nog over een handelingsplan, nu hebben we het over uitstroomperspectief (wat gaat een kind in de toekomst na school doen) en een handelingsdeel (welke ondersteuning biedt een school). Met de afschaffing van de rugzakregeling verdween ook het instemmingsrecht van de ouders op het handelingsgedeelte. Deze werd vervangen door ‘op overeenstemming gericht overleg’, wat staat voor er wel over praten maar geen instemmingsrecht.

Dat het instemmingsrecht van de ouders verdwenen is is natuurlijk niet goed. Dat besefte kamerlid Loes Ypma zich enkele jaren geleden ook. Ouders moeten natuurlijk als volwaardige gesprekspartner kunnen meedenken over de zorg en ondersteuning van hun kinderen op school. Het is dus volledig logisch dat het handelingsdeel (ondersteuning en zorg van het kind) van het ontwikkelingsperspectief na overeenstemming met ouders wordt vastgesteld. Dit resulteerde in een motie (11 april 2013), gesteund door Michel Rog (CDA) en Paul van Meenen (D66), die nu pas uitvoering krijgt in de regering.

Op 12 oktober 2016 is het door Staatsecretaris Sander Dekker (Onderwijs) geleverde wetsvoorstel ‘Ouders moeten hun instemming kunnen geven aan de zogeheten ontwikkelingsperspectief van hun kind’ besproken in de Tweede kamer. De staatsecretaris heeft geen bezwaar tegen de wet.

Het is goed voor een kind als ouders en school positief contact hebben. Zowel voor op school als thuis. Door te praten vanuit een situatie van gelijkwaardigheid in de samenwerking tussen ouders en school is de kans op het vinden van oplossingen natuurlijk veel groter. Dit wetsvoorstel doet ook recht aan de betrokkenheid die ouders hadden in de tijd van het ‘rugzakje’. Daarmee wordt ook de positie van de ouders versterkt.

Klinkt als een wetsvoorstel dat zonder tegenstand aangenomen gaat worden. Het gaat immers over het belang van het kind en in het verleden was dit recht er. Helaas is dit niet zo. Sommige politieke fracties, ook die van de staatsecretaris zelf, zien juist nadelen:

Straus (VVD) en Bisschop (SGP) vragen zich af of dit wetsvoorstel wel nodig is, omdat zij geen signalen krijgen over dat er problemen zijn. Volgens Bruins (Christenunie) ligt het probleem in dat het op overeenstemming gericht overleg niet werkt. Hij waarschuwt ook dat er bijkomende administratieve lasten zijn, die hij niet ten laste van de scholen wil laten zijn. Beertema (PVV) denkt dat het instemmingsrecht de autonomie van de leerkracht aantast. Siderius (SP) ziet extra kosten en wil niet dat de scholen daar voor opdraaien.

De kamer stemt op 25 oktober 2016 over het wetsvoorstel en de moties. Zaak is nu dat ouders aan de fracties én de onderwijsraden, die ook negatief aankijken tegen het wetsvoorstel, laten weten dat het wetsvoorstel aangenomen MOET worden. Dat de voordelen van instemmingsrecht ver boven de hierboven benoemde nadelen uitstijgen. Dat zaken als kosten en administratieve lasten GEEN voorrang moeten krijgen op de rechten van kinderen. Dat deze wet gelijke rechten geeft als in de tijd van een ‘rugzakje’ en dat een ongelijke machtsverhouding niet in het belang van het kind is. Maar vooral ook om een signaal af te geven dat er in het onderwijs echt sprake van problemen is, dat het in de praktijk een feit is dat je als ouders – als kindexperts – niet als volwaardige gesprekspartner mee mag (of mocht) denken over de zorg en ondersteuning van je kind op school, wat negatieve effecten had of heeft voor je kind.

Petitie ‘Ouders beslissen samen met de leraren over zorg op school’

Update 25 november 2016: de motie is aangenomen in de Tweede kamer. Nu moet de Eerste kamer er nog over beslissen.

20161025-stemmingsuitslag-l-ypma-instemmingsrecht

Update 7 februari 2017:  Het wetsvoorstel dat bepaald dat ‘het handelingsdeel (specifieke maatregelen om de leerling op maat ondersteuning te bieden) van het ontwikkelingsperspectief (een document dat school moet vaststellen voor elke leerling die extra ondersteuning nodig heeft) pas kan worden vastgesteld nadat de school daarover met de ouders overeenstemming heeft bereikt’ is aangenomen in de Eerste kamer.

Met dit wetsvoorstel wordt de positie van alle ouders – ook van de ouders die soms minder gehoord worden – op dezelfde manier geregeld.
Bedankt Eerste kamer en in de Tweede kamer SP, PvdD, PvdA, GroenLinks, D66, 50PLUS, Klein, Groep Kuzu/Öztürk, Houwers, ChristenUnie en het CDA.

Dorien Kok
http://DorienKok.nl

Met dank aan Wanda Glebbeek.