Tagarchief: Ministerie VWS

Beleid voor hoogbegaafdheid is nodig, niet alleen aandacht. #regeerakkoord

Voorpagina regeerakkoordHet regeerakkoord, het was even wachten maar dan heb je ook wat. Als je de voorkant meerekent, 70 bladzijdes aan vertrouwen in de toekomst van Nederland. Het was wel even zoeken naar de tekst van dat akkoord, want als je het woord regeerakkoord online intoetst krijg je allemaal lijstjes onder de noemer ‘Dit is wat je moet weten’ en ‘De belangrijkste punten’.

Voor mijn werk zijn kinderen en hun ouders de belangrijkste punten en zoals verwacht kwamen de woorden thuisonderwijs en thuiszitters voor in het akkoord. Er moet nodig gesproken worden over de werkelijke invulling van de 2 thema’s – ik zie wat angels, maar mijn aandacht ging echter eerst naar wat anders: ik was blij verrast dat het woord hoogbegaafd voor kwam in het regeerakkoord. Zelfs 2 keer!

Waarom ik dit woord niet verwachtte?
We hebben jaren achter de rug waarin man en paard niet benoemd werden, waarin staatsecretaris Sander Dekker het woord hoogbegaafdheid verstopte in termen als excellentie en toptalenten – met definities die niet aansloten bij de praktijk van hoogbegaafde kinderen. Het ministerie rekent de top 20% best presterende leerlingen van een klas of groep tot de zogenaamde toptalenten en laat hiermee veel hoogbegaafde kinderen in de kou staan, omdat ze niet gezien worden en niet dat krijgen wat ze nodig hebben om hun talenten te ontwikkelen.

De angel ligt echter niet alleen bij het ministerie: gesteggel tussen samenwerkingsverbanden en schoolbesturen over wie nou waar verantwoordelijk voor is speelt ook een rol.

Er zijn gelukkig mooie voorbeelden van goede initiatieven en maatwerk, maar ondanks dat ‘passend onderwijs’ inmiddels toch al een paar jaar oud is lijken de samenwerkingsverbanden en schoolbesturen vooral nog steeds vast te lopen op, jawel.. samenwerking.

SLO conferentie ‘Bijzonder Begaafd’ – Signalen van schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. 12 oktober 2017

Wanda Glebbeek, vanuit de SLO conferentie:
‘Passend onderwijs (sinds 2014) streeft naar een passende plek voor ieder kind, dus ook voor begaafde leerlingen met mogelijk extra ondersteuningsbehoeften. De samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs krijgen hiervoor sinds 1 augustus 2015 een extra impuls oplopend van 8 miljoen in 2015 tot 29 miljoen euro in 2019. Deze middelen zijn bedoeld om binnen passend onderwijs recht te doen aan de brede doelstelling van passend onderwijs voor alle leerlingen, waaronder hoogbegaafden.’ aldus de site van SLO. In hoeverre zijn deze passende plekken inmiddels gerealiseerd en welke ambities hebben deze samenwerkingsverbanden nog om hierin verder te gaan faciliteren? De SLO zocht het, samen met het ministerie van OCW, uit. Een van de uitkomsten was deze. Opvallend (en best schrijnend) vind ik vooral dat blijkt dat 42,9% niet eens deeltijd voorziening (plusklas) heeft en ook geen ambitie deze te gaan realiseren en zelfs 62,2% aangeeft geen voltijds hoogbegaafden voorziening te hebben en ook geen ambitie om deze te gaan realiseren..(?!) Laat dit even op u inwerken..

Even terug naar dat regeerakkoord: 2x het woord hoogbegaafd:
“Het budget voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt verhoogd met 15 miljoen euro per jaar en de verdeling wordt geactualiseerd. Tegelijkertijd wordt hetzelfde bedrag geïntensiveerd op het onderwijs voor hoogbegaafde kinderen.” Zo, die staat!

En dan verder, onder punt G45 een financieel overzicht. Daar viel mij iets op. Ziet u het ook?

Regeerakkoord punt G45.

Ziet u links het verschil in bewoording? Voor onderwijsachterstand het woord ‘beleid’, voor hoogbegaafdheid het woord ‘aandacht’. Geen beleid dus.

Vreemd. En niet vrolijk makend. Aandacht hebben we immers al gehad (zie bovenstaand stukje over Sander Dekker). Passend beleid is wat er nu nodig is in de praktijk. Beleid is immers veel meer dan aandacht.

Ik heb via Twitter – de snelste manier tegenwoordig – meteen om opheldering gevraagd aan de partijen die het regeerakkoord samengesteld hebben:

@VVD @cdavandaag @D66 @christenunie Waarom voor #onderwijs achterstand beleid & voor #hoogbegaafd-e kinderen alleen aandacht? #regeerakkoord

D66 was zo vriendelijk om meteen te reageren:
“Ambities voor #onderwijs liggen in de bestrijding van kansenongelijkheid en de stimulering van talent, goede docenten met een sterke positie, toponderzoek en krachtig beroepsonderwijs.”, Mooie reactie, welke echter geen antwoord was op mijn vraag.

Ik heb mijn vraag op Twitter verduidelijkt met de opmerking dat aandacht niet hetzelfde is als beleid. Ik hoop nog op antwoord. Het is namelijk belangrijk dat er beleid komt op hoogbegaafdheid. Er ligt nu immers voor deze kinderen een grote kansongelijkheid. Hoe gaan we om met kinderen die niet in het gangbare schoolsysteem passen. Voor wie achterafaandacht na schade vervangen moet worden door vroegsignalering en preventie.

In verschillende gesprekken hierover met het ministerie van OCW, VWS en andere grote (overheids)instanties wordt steeds beaamt dat ook deze kinderen beleid verdienen om niet alleen uitval maar ook misdiagnoses en stagnatie in de ontwikkeling te voorkomen. Men snapt in alle gesprekken dat het ook in het belang van Nederland is – op alle gebieden – als we inzetten op beleid voor deze kinderen. Beleid om er voor te zorgen dat er niet alleen achteraf aandacht is via drop-out klasjes of als ze thuiszitter zijn geworden. Juist inzetten op preventie en  maatwerk door beleid op vroegsignalering, al vanaf de consultatiebureaus. Beleid op dat kinderen niet zwaar beschadigd raken op een plek waar ze door de leerplicht gedwongen worden te zijn en niet weg kunnen. Ook als het duidelijk is dat ze deze kinderen daar niet kunnen bieden wat ze nodig hebben. Beleid op een (onderwijs)systeem dat deze kinderen en hun behoeftes kan zien en de vertaalslag kan maken naar maatwerk. Waar leerplicht leerrecht is en je aanwezigheid in een gebouw niet belangrijker is dan recht op onderwijs en je (geestelijke) gezondheid. Beleid op aandacht voor ook dit thema op onder andere lerarenopleidingen. Beleid dat een einde maakt aan het gesteggel tussen schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. Beleid op kindbudget, waardoor het geld het kind volgt in behoeften en mogelijkheden, ook als de oplossing soms buiten de reguliere zetting ligt. Beleid dat het onmogelijk maakt dat de kosten voor voltijds hoogbegaafden onderwijs, onderzoek en bijkomende kosten zoals reiskosten verhaalt worden op ouders, ook als ze dit niet kunnen betalen. Beleid op respect voor de rechten van ouders al zijnde wettelijk verantwoordelijke en deskundige op het gebied van hun kind.

De vertaalslag naar dit beleid wordt echter weer niet gemaakt. Het stopt bij aandacht.

Het wordt nu dus tijd om de aandacht om te zetten in beleid. Laten we vanaf nu om tafel gaan voor nieuw beleid voor deze kinderen en aanpassing van huidig beleid voor meer maatwerk.

Met vertrouwen samen aan de slag voor de toekomst, ook voor deze kinderen.

Met dank aan Wanda Glebbeek.

Dorien Kok

Advertenties

Vervroegde instroom op de basisschool.

– Eerder naar school –

Wet op primair onderwijs – Artikel 39. Toelatingsleeftijd onderwijs:
39.1
Om als leerling tot een school te worden toegelaten, moet een kind de leeftijd van 4 jaar hebben bereikt.

39.3
In de periode vanaf de leeftijd van 3 jaar en 10 maanden tot het bereiken van de leeftijd van 4 jaar kan het bevoegd gezag kinderen gedurende ten hoogste 5 dagen toelaten. Deze kinderen zijn geen leerlingen in de zin van de wet.

Kinderen ontwikkelen zich niet gelijk. Soms vormt die leeftijdsgrens voor toelating op de basisschool dus ook werkelijk een probleem. Als een jong kind bijvoorbeeld een taalachterstand heeft, maar ook als een kind eerder toe is aan school – vanuit een cognitieve ontwikkelingsvoorsprong van soms wel 2 jaar.

Juni 2014 – Onderwijsinspectie
Navraag op verzoek van enkele van mijn cliënten over vervroegde instroom bij een ontwikkelingsvoorsprong leverde in juni 2014 de volgende reactie op van het Loket Onderwijsinspectie:
De inspectie meent dat vervroegde toelating in sommige gevallen een uitkomst is voor kinderen met een grote ontwikkelingsvoorsprong en wijst vervroegde toelating dan ook niet per definitie af. Voorop staat de vrijwillige medewerking van de school. Anders gezegd: de school moet akkoord zijn met vervroegde toelating. Is de school niet akkoord, dan is vervroegde toelating niet mogelijk. Er is dus heel nadrukkelijk geen sprake van een recht op vervroegde toelating. 

De wettelijke toelatingsleeftijd voor het basisonderwijs is 4 jaar, maar het bestuur van een school heeft in uitzonderingsgevallen de mogelijkheid aan kinderen onder de 4 jaar toegang te verlenen. Het bestuur zou bij het inwilligen van een dergelijke wens er wel om moeten denken dat:
* de peuter niet als leerling kan worden toegelaten, cq ingeschreven;
* voor de 3 jarige geen rijksbekostiging wordt gegeven;
* ouders van tot de school toegelaten leerlingen bedenkingen kunnen hebben tegen het door de 3-jarige gebruik maken van het onderwijsaanbod, voor zover dat ten koste zou gaan van de eigenlijke leerlingen van de school;
* de bestaande aansprakelijkheidsverzekeringen van de school mogelijk niet op de peuter van toepassing zijn;
* wellicht een aanvullende verzekering moet worden afgesloten die erin voorziet dat zaken geregeld zijn als de peuter iets overkomt of deze zelf iets aanricht dat schade oplevert (door de ouders af te sluiten).

Maatwerkgedachte scholen
We horen vanuit het onderwijswerkveld steeds vaker dat scholen hierop in willen spelen vanuit de maatwerkgedachte. Dat is een goede ontwikkeling. Helaas verloopt dit nog niet altijd goed, afstemming vanuit alle betrokkenen is verder nodig:
In februari 2017 werd ik geïnformeerd over een situatie rond een kind met een ruime ontwikkelingsvoorsprong, waarbij er overeenstemming was tussen ouders en school over de noodzaak van vervroegde instroom. Dit om de natuurlijke ontwikkeling van het kind te ondersteunen en om schade bij het kind te voorkomen. De onderwijsinspectie gaf hiervoor echter geen toestemming. Dit is in tegenspraak met de eerdere reactie van de Onderwijsinspectie.

Februari 2017 – Onderwijsinspectie
De Onderwijsinspectie stelt zich bij nieuwe navraag van mijn kant op het standpunt dat ‘(in ieder geval) structurele toelating van driejarigen tot het onderwijs zonder inschrijving niet de bedoeling is’. De inspectie gaf aan ‘bezig te zijn met het opstellen van een een beleidslijn met OCW, SZW (Samenwerkingsverbanden) en de GGD. Het is afwachten of en wanneer het huidige standpunt wordt gewijzigd.’ Echter: GGD-GHOR april 2017: “Er is in tegenstelling tot wat de inspectie meldt geen nieuwe beleidslijn in de maak.”

November 2017 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Hernieuwde navraag geeft in november 2017 het volgende antwoord van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW):

Er is binnen de huidige wetgeving geen mogelijkheid om een uitzondering te maken op de toelatingsleeftijd van 4 jaar. Zoals u in uw e-mail al aangeeft, kunt u in artikel 39 van de Wet op het primair onderwijs meer lezen over de toelating en het wennen van een kind op de basisschool.

Op de website van de Inspectie van het Onderwijs kunt u vinden wat er wel wettelijk toegestaan is op het gebied van onderwijs aan driejarigen in opvang-onderwijs. Zo is het soms mogelijk om met de beoogde basisschool van een kind te bespreken of zij lesmateriaal dat aansluit bij de behoefte van het kind beschikbaar willen stellen aan het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal. Op deze manier kan een kind dat daar al aan toe is meer worden uitgedaagd in de groep.

VVE: voorschoolse of vroegschoolse educucatie
In Nederland kennen we het systeem van VVE: voorschoolse (voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar) of vroegschoolse (voor kinderen uit groep 1 en 2) educatie indien er sprake is van een achterstand. Kinderen krijgen deze vorm van educatie op de peuterspeelzaal, basisschool of in de kinderopvang. De gemeente bepaalt of een kind hiervoor in aanmerking komt. Meestal gaat dit via het consultatiebureau. In de voorschoolse of vroegschoolse educatie leert een kind al spelend de Nederlandse taal. Zo kan het kind de achterstand inhalen en een goede start maken op de basisschool.

Brede discussie over vroeginstroom
Graag trek ik de discussie over vroeginstroom breder: Nederland is erg succesvol als het gaat om het signaleren van een achterstand (o.a. via vroegsignalering door de consultatiebureau’s) en op het inspelen hierop via de VVE programma’s. Succesvolle implementatie van vroegsignalering staat of valt echter met samenwerking en overeenstemming tussen de onderwijsprofessionals van de basisschool en dé kindspecialist en wettelijk verantwoordelijke: de ouder. Indien nodig aangevuld met een zorgvuldige overdracht van gegevens tussen de zorgprofessionals van het consultatiebureau en de school.

Vroegsignalering
Op 15 juli 2013 hebben we vanuit stichting 360grView, waarvan ik in die tijd voorzitter was, staatssecretaris Martin van Rijn van VWS benaderd met de vraag of het mogelijk is om onderzoek te starten naar het gebruik van het Van Wiechenschema bij het vroeg signaleren van begaafdheid bij jonge kinderen, en of het mogelijk is om hier meer aandacht voor te genereren. De staatsecretaris reageerde hier positief op (brief met kenmerk 108821-PG). De stichting is hier mee aan de slag gegaan, met onder andere het NCJ (Nederlands centrum Jeugdgezondheid).

Bevindingen: voor ouders en voor basisscholen biedt het breed gebruiken van Van Wiechenschema’s op de consultatiebureau’s een concreet aanknopingspunt bij de vraag welk onderwijs het meest passend is voor een kind én wanneer het per kind leeftijdtechnisch gezien in het belang van dat kind is om in te stromen in het basisonderwijs, indien er sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong. De zorgvraag die nu vaak in de loop van een schoolcarrière ontstaat kan zo worden beperkt, hetgeen leidt tot een daling van het gebruik van voorzieningen, misdiagnoses en langdurende uitval op school (thuiszitters).

Het NCJ heeft verder in overleg met stichting 360grView succesvol het onderwerp vroegsignalering aangepakt. In goede samenwerking is de brochure ‘Jonge hoogbegaafde kinderen: een bijzondere groep; Kenmerken en problemen’ ontwikkeld (https://ontwikkelingsvoorsprong.info/2014/03/27/ncj-brochure-jonge-hoogbegaafde-kinderen/). Met deze brochure hebben professionals in de JGZ een duidelijk handvat voor het signaleren van potentiële hoogbegaafdheid bij kinderen in de consultatiebureauleefijd. De brochure is zowel binnen het zorgveld als daarbuiten zeer positief ontvangen. Daarnaast is er de door de stichting gemaakte informatieve website http://ontwikkelingsvoorsprong.info, voor ouders, onderwijs- en zorgspecialisten.

Omdat vroegsignalering binnen de consultatiebureaus in lijn is met de in het ‘Plan van aanpak toptalenten 2014-2018’ geformuleerde doelstellingen, hebben wij Staatssecretaris Sander Dekker eveneens op de hoogte gebracht van het verschijnen van de NCJ-brochure en ons onderzoek naar dit thema. Er ligt immers een duidelijke link tussen vroegsignalering en besluitvorming rond vervroegde instroom op de basisschool als we het hebben over maatwerk.

Vroegsignalering van talent op het consultatiebureau leidt niet alleen tot meer maatwerk in het onderwijs maar op termijn ook tot kostenbesparing. Zeker ten aanzien van thuiszitters kan, zoals geconcludeerd in de sessies Preventie op de Thuiszitterstop op 6 februari 2017, vroegsignalering 0-4 jaar een grote rol spelen – niet alleen rond een ontwikkelingsvoorsprong.

Maatwerk
Maatwerk is dus nodig. Het is aan te bevelen het Van Wiechen systeem van vroegsignalering van het consultatiebureau ook actief te gebruiken voor het signaleren van een voorsprong. Zo kan een kind met een voorsprong, net zoals een kind met een achterstand, een passende en waarschijnlijk vroegere start maken op de basisschool. Ruimte voor een 0/1 groep zou wat dat betreft een goed voorbeeld zijn. Een bredere kijk op of hervalidatie van Artikel 39 is daarvoor aan te raden.

Dorien Kok
http://DorienKok.nl