Tagarchief: Ministerie van OCW

Verwijzing naar speciaal onderwijs

Volgens artikel 24 van het VN-gehandicaptenverdrag mogen leerlingen niet vanwege hun beperking worden „uitgesloten van het algemene onderwijssysteem”. 

De Verenigde Naties: “dit betekent dat landen er geen regulier en speciaal systeem op mogen nahouden.” Landen mogen inclusief onderwijs geleidelijk invoeren, een termijn noemt het verdrag niet.

Volgens de Wet gelijke behandeling zijn scholen al jaren verplicht leerlingen met een beperking toe te laten, tenzij zij hiervoor aanpassingen moeten doen die „onevenredig belastend” zijn.

Nederland heeft in 2014 de Wet Passend onderwijs ingevoerd.  Met Passend onderwijs wil de overheid bereiken dat:

  • alle kinderen een passende plek in het onderwijs krijgen;
  • een kind naar een gewone school gaat als dat kan;
  • een kind naar het speciaal onderwijs gaat als intensieve begeleiding nodig is;
  • scholen de mogelijkheden hebben voor ondersteuning op maat;
  • de mogelijkheden en de onderwijsbehoefte van het kind bepalend zijn, niet de beperkingen;
  • kinderen niet meer langdurig thuis komen te zitten.

Op 12 april 2016 is het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH) aangenomen in de Eerste Kamer, met startdatum juli 2016.  In dit verdrag wordt nadrukkelijk verwacht van landen dat ze streven naar een inclusieve samenleving, en dus ook inclusief onderwijs.

Het ministerie van OCW vult het streven naar inclusief onderwijs in vanuit Passend onderwijs. Passend onderwijs is echter niet hetzelfde als inclusief onderwijs, het systeem van speciaal onderwijs blijft bestaan. Dit betekent dat verwijzing naar het speciaal onderwijs nog steeds gebeurt in Nederland. Lees hier meer over het verschil tussen Inclusief onderwijs en Passend onderwijs.

Scholen moeten vanuit het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap  toegankelijker gemaakt worden voor kinderen met een beperking. De overheid moet niet alleen streven naar onderwijs waar kinderen met én zonder beperking samen kunnen leren, werken en spelen, ze moet ook actief acteren en sturen op maatwerk in de klas  en inclusief onderwijs op school. Alleen zo kunnen we stigmatisering van leerlingen met een beperking stoppen.

Meer informatie over het VN verdrag vindt u bij Ieder(in).
Meer informatie over inclusief onderwijs vindt u bij In1School.

Huidige procedure Rijksoverheid – verwijzing naar speciaal onderwijs

Toelating leerling tot het speciaal onderwijs

kinderen‘Het speciaal onderwijs is er voor leerlingen die specialistische of intensieve begeleiding nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat zij een handicap of stoornis hebben. Uw kind moet toestemming krijgen om speciaal onderwijs te volgen. Dit is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV). Voor slechtziende, blinde, slechthorende of dove kinderen gelden andere toelatingsregels.’

Toelaatbaarheidsverklaring

‘Deze verklaring is een bewijs dat uw kind recht geeft op een plek in het speciaal onderwijs. De school voor speciaal onderwijs vraagt de toelaatbaarheidsverklaring aan bij het samenwerkingsverband. Een samenwerkingsverband bestaat uit een samenwerking tussen gewone scholen en scholen uit het speciaal onderwijs uit een bepaalde regio.’

Toelating slechtziende, blinde, slechthorende, dove kinderen

‘Is uw kind slechtziend of blind? Of slechthorend of doof? Dan onderzoekt de Commissie voor Onderzoek van de school of uw kind speciaal onderwijs mag volgen. In deze commissie zitten onder andere een leerkracht, spraaktaaldeskundige en een maatschappelijk werker.’

Waarom de aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring? 

  • omdat de leerling meer nodig heeft dan de basisondersteuning biedt
  • omdat de extra hulp niet in de gewone school gegeven kan worden
  • omdat de extra hulp niet genoeg effect heeft
  • een toelaatbaarheidsverklaring wettelijk nodig is voor plaatsing in het speciaal basisonderwijs (SBO) en speciaal onderwijs (SO)

TLV-commissie

Vragen waarop de TLV-commissie graag een antwoord wil hebben om kinderen in aanmerking te laten komen voor een toelaatbaarheidsverklaring.
1. Wat zijn de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van deze leerling?
2. Wat heeft de school er aan gedaan om hieraan tegemoet te komen?
3. Welke interventies waren succesvol en waarom?
4. Wat is er niet gelukt en waarom niet?
5. Als er onderzoek heeft plaatsgevonden (intern of extern) wat is er dan gedaan met de resultaten van de onderzoeken en wat was daarvan het effect.
6. Is er een verslag van de bijeenkomst waarin besloten is tot aanvraag van de TLV en welke deskundigen zijn betrokken geweest bij die afweging? Voeg dit verslag toe.
7. Wat is de visie van de ouders?
8. Waarom denk je dat deze leerling (nog steeds) is aangewezen op speciaal (basis) onderwijs?
9. Welke andere vormen van onderwijs zijn overwogen? Wat waren de argumenten voor en/of tegen deze vormen van onderwijs?

In een dossier moeten altijd de meest recente onderzoeksverslagen en leervorderingen worden toevoegen! Het dossier moet in zijn geheel als één PDF bestand aangeleverd worden. Lees hier meer over de toelaatbaarheidsverklaring.

Niet eens met de verwijzing naar speciaal onderwijs

Ouders kunnen in de huidige situatie bij geschillen over toelating en verwijdering bezwaar maken bij de school en vervolgens beroep aantekenen bij de rechter. Tevens bestaat de mogelijkheid om de Commissie gelijke behandeling in te schakelen. Gebleken is echter dat er behoefte bestaat aan een aanvullende voorziening, waarbij het ouders vrij staat om hiervan wel of niet gebruik te maken.

In het amendement 91 op de Wet Passend onderwijs wordt deze aanvullende voorziening geregeld. Er is  één landelijke geschillencommissie (voor po, (v)so en vo gezamenlijk) die oordeelt in geschillen over (de weigering van) toelating van leerlingen die extra ondersteuning behoeven en de verwijdering van leerlingen alsmede over het ontwikkelingsperspectief.

Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) 

Lees ook: – Wet- en regelgeving rondom ouderschap en onderwijs                  

                  – Als je er niet uit komt met school

Dorien Kok
http://I-CARUS.info

Bronnen: Samenwerkingsverband Waterland Primair onderwijs & Amstelronde Passend Onderwijs

 

Twee werelden – #Toptalenten

Conferentie toptalentenAfgelopen maandag vond er een Conferentie Toptalenten plaats in Den Haag, georganiseerd door het Ministerie van OCW. Zo’n 400 leraren, schoolleiders en schoolbestuurders zouden zich samen buigen over de vraag hoe we ook de leerlingen die meer aankunnen het beste onderwijs kunnen bieden.

De staatssecretaris duidde op het podium via sheets waar we volgens hem staan met toptalenten in het onderwijs:

  • Verveling onder toptalenten gehalveerd
  • Meer aandacht voor toptalenten in het onderwijs
  • Leraren willen graag meer aandacht besteden aan toptalenten.

Aansluitend vond er op het podium een gesprek over toptalent plaats met 3 speciaal genodigde gasten van het ministerie: een leerling-Toptalent, Katinka de Korte – managing director Health & Public services bij Accenture en Peter van Dijk – rector Leidsche Rijn College.

Vanuit de zaal was het voor velen of we een in een andere wereld zaten dan de wereld aan gebeurtenissen op het podium. Het was alsof men zich op het podium bezig hield met een totaal andere realiteit dan die door de mensen in de zaal, in de praktijk, ervaren werd. Een andere praktijk dan die merkbaar is voor toptalenten. En de prangende vraag: ‘wat zijn nou eigenlijk echt toptalenten?’ bleef onbeantwoord. Die onbeantwoorde vraag bleef de hele dag de hoofdrol spelen in onderlinge gesprekken tussen de onderwijsprofessionals: wat is dit toch een gemiste kans. Met reden: hoe kun je zulke positieve cijfers geven als er:

  1. geen juiste definitie van toptalent is,
  2. een grote groep mensen is die totaal ontbreken in het rooskleurige verhaal.

Dat er kinderen gemist worden in dit verhaal is erg duidelijk als je kijkt naar de theoretische definitie van het Ministerie ‘Het ministerie rekent de top 20% best presterende leerlingen van een klas of groep tot de zogenaamde toptalenten’. Deze definitie sloot niet aan bij de praktijkervaringen van de zaal en is duidelijk een definitie die ontstaan is vanuit managementdenken, bedacht door mensen die ver afstaan van de dagelijkse praktijk, die oplossingen brengen die los staan van de werkelijke praktijk.

Wat is dan toptalent, volgens vele aanwezigen? Talent is een potentie, een kiem die kan uitgroeien tot iets moois. Iedereen heeft talenten, iets wat niet altijd meteen zichtbaar is op school. De meeste mensen ontdekken hun talenten pas later. Toptalent is dan dat je talent helemaal tot bloei kan brengen, wat iedereen potentieel op zijn of haar EIGEN niveau kan. School is in een ideale situatie een broedplek van talent, waar signalen opgevangen kunnen worden van een potentieel – als je weet hoe en waar je moet kijken. Het is dus frappant om te lezen dat 98% van de docenten nu speciale aandacht heeft voor toptalenten op de basisschool.

Verveling toptalenten gehalveerd

Dat lijkt heel mooi, dat het bewustzijn er is bij schoolleiders en docenten. Maar over wie hebben zij het? En hoe zien de leerlingen dat zelf?

‘Verveling onder toptalenten gehalveerd’, een bewering die de zaal niet herkende vanuit de praktijk.
Wat kan nog beter

Ten aanzien van de vraag  ‘zie je jezelf als toptalent’ zijn de cijfers helemaal niet rooskleurig (Bron: Rijksoverheid):

Meer aandacht

 

Terwijl de aandacht voor talent is toegenomen, blijkt de identificatie ermee door leerlingen juist afgenomen.

Deze sheet over identificatie was trouwens niet opgenomen in de presentatie van de staatsecretaris.

Andere sheet (helaas geen afbeelding gevonden bij MinOCW): ‘Meer leraren, maar lang niet alle, zijn tevreden over de ondersteuning op school.’ Basisonderwijs van 46 naar 67%, middelbare scholen van 20 naar 43%.

‘Laat je visie leidend zijn, niet de knelpunten’

Visie leidend

Het is kwetsend dat – ook al benoemt het ministerie ‘ieder kind heeft talenten, op heel veel vlakken’ het startpunt is dat er voor de andere 75-90% van de huidige leerlingen geen pure talentmaatwerktrajecten zijn en komen. Dat hun talenten niet gezien en begeleid worden omdat de ministeriële aandacht in de praktijk maar naar een kleine groep gaat, namelijk naar de goede presteerders. Naar kinderen die binnen het systeem al heel goed functioneren.

Maar wat te doen met de potentiële toptalenten die leerproblemen hebben, die anders leren dan het systeem nu biedt, die thuiszitten of helemaal uitgevallen zijn in het onderwijs? Wat met de potentiële toptalenten die richting diagnostiek en medicatie gestuurd worden en kleuters die zich al kort na hun intrede in het onderwijs aanpassen aan het systeem en hun creativiteit loslaten. Dit zijn de vragen die dagelijks vanuit de onderwijspraktijk naar voren komen. Van kinderen die in de knel komen. Die hun talenten in de verste verte niet kunnen ontwikkelen.

Maatwerkonderwijs betekent dat je de rode draad van de ontwikkeling van een kind volgt en daar op inspeelt, zonder te letten op leeftijd. Dat je hindernissen en muren weghaalt die  de natuurlijke groei van het kind belemmeren. Dat je niet praat óver het kind maar met het kind. Dat school een veilige omgeving is, ook voor als je anders bent of denkt. Dat je een kind niet veroordeelt tot het niveau van zijn zwakste vak. Dat onderwijs soms buiten de school moet plaatsvinden, in het belang van een kind. Dat je niet denkt als een manager, met economische en financiële belangen voorop, maar in termen van persoonlijke kansen en groei voor IEDER kind.  Iets waar het land Nederland later vanzelf de vruchten kan plukken. Dat je werkelijk werk maakt van je eigen slagzin: ‘Laat je visie leidend zijn, niet de knelpunten’.

Gemiste kans dus gisteren. Die visie was er niet. Er was sprake van een duidelijke  kloof tussen wat er gebeurde op het podium en de ervaring van de zaal en de praktijk.

Dorien Kok
http://I-CARUS.info

Met dank aan Mieke van Stigt, socioloog en pedagoog.

Vragen aan de staatssecretaris

Welkom thuiszitters, we tellenLeerrecht voor alle kinderen in Nederland.

Dat is waar het om draaide op 1 oktober 2015. In Den Haag werden op die dag thuiszitters geteld. Thuiszitters? Ja, thuiszitters!

Thuiszitters zijn kinderen die op een school staan ingeschreven en (tijdelijk) thuis komen te zitten. Vaak gaat het hier om kinderen met specifieke onderwijsbehoeften op medisch, sociaal, intellectueel of emotioneel gebied. Het doel van de meeste ouders en kinderen in deze categorie is terugkeer naar school. Deze kinderen hebben geen vrijstelling van de leerplicht.

Voor ruim 16.000 kinderen is het zo dat ze geen onderwijs krijgen maar juist leerachterstanden oplopen omdat ze om bovengenoemde redenen niet naar school gaan en dus geen onderwijs krijgen – laat staan onderwijs dat past. Sommige kinderen zitten al jaren thuis. De oorzaak ligt in het vlak van specifieke onderwijsbehoeften waaraan scholen niet kunnen voldoen. Het startpunt ligt daarbij niet alleen in het kind, maar absoluut ook in de scholen zelf. Veel scholen willen of kunnen geen onderwijs bieden dat is aangepast aan individuele leerlingen. Ook Passend onderwijs heeft hier geen verandering in bewerkstelligd. Het is de taak van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om hier een einde aan te maken. Zowel ouders als scholen moeten beter voorgelicht worden over wat de mogelijkheden zijn en weten dat je het onderwijs aan mag passen aan de behoeftes van individuele kinderen. Hier leest u meer over thuiszitters.

Meer informatie over de manifestatie van 1 oktober 2015: http://ThuiszittersTellen.nl.

Programma

Programma manifestatie

Welkom uitgesproken door Juliëtte Mutsaers, lid oudercomité ThuiszittersTellen met rechts Katinka Slump.

Welkom uitgesproken door Juliëtte Mutsaers, lid oudercomité ThuiszittersTellen met rechts Katinka Slump.

Klik op het programma om deze te vergroten.

Deze dag heeft Katinka Slump, jurist en voorvechter voor onderwijsrecht, staatsecretaris Sander Dekker enkele vragen gesteld. Zijn antwoorden kunt u op een later moment via een verslag hier lezen. Rafael – thuiszitter – las zijn hartverscheurend gedicht aan de staatsecretaris voor.

Aanwezig op deze dag: ouders en ervaringsdeskundigen, de thuiszittende kinderen zelf, Loes Ypma (PvdA), Paul van Meenen (D’66), Tjitske Siderius (SP), Emile Roemer (SP), Karin Straus (VVD), Michel Rog (CDA), Rich van den Berg (directeur SWV Primair Passend Onderwijs), Carmen Heijligers (Landelijk Aktie Komitee Scholieren). Arnold Jonk Hoofdinspecteur Primair en Speciaal onderwijs en Floor Wijnands Inspecteur van het onderwijs/teamleider toezicht samenwerkingsverbanden passend onderwijs, waren ook aanwezig en zijn in gesprek gegaan met thuiszitters en hun ouders. Ook was er een afgevaardigde van Ouders & Onderwijs aanwezig. Paul Rosenmöler, bestuursvoorzitter van de VO-Raad, was helaas verhinderd.

Interview van de staatssecretaris Sander Dekker door Katinka Slump

Staatsecretaris Onderwijs Sander Dekker en Katinka Slump

Staatsecretaris Onderwijs Sander Dekker en Katinka Slump

1.  Op 25 november 2013, vond de afsluitende conferentie plaats van de Ecpo (Expertcommissie passend onderwijs). De voorzitter gaf aan dat ouders niet betrokken waren en docenten onvoldoende voorbereid. Het licht stond op oranje. Er werd gevreesd dat er ook na invoering van de Wet passend onderwijs nog steeds slachtoffers zouden vallen. Uit de zaal kwam de vraag aan u over een vangnet.

Een jaar na de invoering van passend onderwijs constateren we dat het passend onderwijs ons niet heeft gebracht wat we hadden gehoopt. U stelt uw doelstelling bij. Eerst was het: op 1 augustus 2014 alle leerlingen een plek. Nu wordt het: in 2020 geen kind langer dan 3 maanden thuis (AO 30/6, p.23)

Nu de vrees van toen waarheid is geworden, wat is uw vangnet voor de kinderen die nu nog steeds buiten de boot vallen? 

2.  Er komen meer aparte regelingen. Niet alleen wordt er een landelijke regeling opengesteld voor financiering van het onderwijs voor kinderen met een Ernstige Meervoudige Beperking (EMB) (AO 30/6, p.31), maar ook speciale regelingen voor kinderen die uit detentie komen of hier naar toe zijn gevlucht en zo snel mogelijk naar school moeten. Op 30 juni jl. zegt u in de kamer over deze bijkomende ontwikkelingen: “Wij hebben de vorige keer al gezegd dat de inwerkingtreding van de Wet passend onderwijs niet de afronding is, maar het begin.” (AO 30/6, p. 19).

Ik begrijp u niet. We hebben zeven jaar lang geïnvesteerd in de voorbereidingen van deze wet, hoezo is de wet het begin en niet het resultaat van dat proces?

Als jurist vraag ik u dan ook: “Hebben we nu een wet of niet?”

3.  U heeft gezegd: “In het eerste jaar is het misschien nog even wennen voor scholen, maar ik word minder tolerant naarmate de tijd vordert. De wet is hierover heel duidelijk. Als scholen daarin niet hun verantwoordelijkheid nemen hebben ze echt een groot probleem.” (AO 30/6, p.36)

Als ouders de Leerplichtwet overtreden volgt er direct straf, u bent daar heel duidelijk in. Daar geldt geen inlooptijd, met tot gevolg zo’n 11.000 strafzaken per jaar.

Welke straf krijgen de schoolbesturen in het tweede jaar passend onderwijs als zij de zorgplicht niet naleven, dus vanaf nu?

4.  U heeft toegezegd dat u de mogelijkheid van ouders om een school op te richten wilt verruimen. Daartegenover staat dat u de mogelijkheid op grond van artikel 5b Lpw, vrijstelling om thuisonderwijs te geven, wilt afschaffen. Ook als u de mogelijkheden om een school op te richten verruimt zal het voor ouders praktisch onmogelijk zijn om tijdig een nieuwe school op te richten voor hun kind. Het oprichten van scholen door ouders is een papieren mogelijkheid geworden.

Ik zie uw beleid dan ook als een verdere beperking van de rechten van ouders waar het gaat om de vrijheid van schoolkeuze in het kader van hun recht op opvoeding (artikel 2 EP EVRM).

Bent u het eens met mijn conclusie?

5.  Er zijn vele, vele kinderen die thuisonderwijs of afstandsonderwijs volgen. Soms omdat er geen school is die hen wil hebben. Soms zelfs met uw uitdrukkelijke instemming, zie de Miep Ziek contracten. Er zijn kinderen die thuis bijles krijgen van hun ouders of door een huisonderwijzer worden bijgespijkerd omdat er sprake is van onderwijsachterstanden. Al deze vormen van thuisonderwijs worden soms betaald door een school, soms door ouders.

Waarom al die pijlen gericht op die 450 kinderen met een vrijstelling onder 5b (geloofsovertuiging) terwijl thuisonderwijs niet meer is weg te denken binnen ons onderwijsstelsel?

6. U weet net als ik dat homeschooling zeer succesvol is in het buitenland. Ouders die er voor kiezen worden beloond met voorrang aan de beste universiteiten in Amerika. U blijft kiezen voor een schoolplicht voor alle kinderen omdat dat zou bijdragen aan hun sociale ontwikkeling. Kinderen die thuisonderwijs krijgen zouden in hun sociale ontwikkeling worden belemmerd. De stelling van u is nooit bewezen. Integendeel. Het blijkt dat juist scholen veel schade aanrichten aan een kind en dat de thuissituatie, wegens bijzondere omstandigheden, voor sommige kinderen een noodzakelijk rustpunt is.

Vanwaar uw angst voor thuisonderwijs?

7.  Op 30 juni jl. zegt u in de Tweede Kamer:
–  “Ik vind het nogal ingewikkeld om het geld voor maatwerkbudgetten bij de school weg te halen en direct aan ouders te geven dan wel in te zetten voor het particulier onderwijs.”

–  “Aan de ene kant geef je de scholen in het stelsel van passend onderwijs en in de samenwerkingsverbanden een manier om het erg makkelijk van zich af te organiseren.” (AO 30/6, p.24 en 25)

–  “Als je scholen de mogelijkheid geeft om die kinderen met een zakje geld naar een andere onderwijsinstelling te brengen wordt het scholen wel gemakkelijker gemaakt om tegen het te zeggen: ga met dat geld naar het particulier onderwijs.” (AO 30/6, p.27)

Als ik deze reactie van u lees dan krijg ik een unheimisch gevoel. Laten wij de kinderen bungelen omdat we de schoolbesturen moeten opvoeden? Wat blijft er nog over van de opdracht aan de overheid, het onderwijs als aanhoudende zorg van de regering (artikel 23 Grondwet)? Is het niet de taak van de overheid om ouders in staat te stellen om hun kinderen op te voeden? (EVRM en Kinderrechtenverdrag)

Krijgen de kinderen die thuiszitten van u geen onderwijsaanbod omdat dit past in uw beleid om de Zwarte Piet bij de schoolbesturen te leggen in de hoop het misbruik tegen te gaan?

8.  We hadden gehoopt dat de 10.000 leerbare en leerplichtige leerlingen binnen 8 weken na 1 augustus 2014, dus op 1 oktober 2014, op een school zouden staan ingeschreven. Dat is niet gelukt. Daardoor bespaart het ministerie van OCW zo’n 60 tot 100 miljoen, en mogelijk nog meer, op jaarbasis. Uw ambtenaren zeggen dat dit bedrag, het onderwijsgeld van de niet op scholen ingeschreven thuiszitters, niet is begroot.

Heeft u er dan al rekening mee gehouden dat deze kinderen ondanks de wet niet zouden worden ingeschreven?

Moeten we concluderen dat OCW over de ruggen van de leerlingen die nergens staan ingeschreven geld verdient zolang de Wet passend onderwijs niet effectief is, waarmee de prikkel voor het ministerie om de wet te handhaven enorm verslapt?

Videofragment, met dank aan Penny Holloway: 

Staatsecretaris Sander Dekker gaf aan: ‘als je thuis zit, geef het door aan de Onderwijsinspectie – dan gaan we er morgen mee aan de slag’. De ouders tellen zelf al de thuiszitters, maar moeten van Sander Dekker het nu zelf ook melden als het bestuur in de fout gaat. Een taak die bij de inspectie op het bord hoort te liggen, niet bij de ouders. De angst bij ouders om melding te doen is tot nu toe terecht gebleken, oa door meldingen bij de leerplichtambtenaar na melding door ouders. De staatssecretaris wil beter optreden tegen scholen die zich niet aan de wet houden.

Sander Dekker houdt daarbij vast aan onderwijs op scholen, er komt dus wat hem betreft geen ruimte om anders naar thuisonderwijs te kijken. Dit terwijl de onderwijspraktijk in het buitenland het succes van thuisonderwijs onderschrijft.

Er komt geen onderzoek naar verwijderingen door schoolbesturen en onrechtmatige verwijderingen zegt Sander Dekker ook, ‘de stroom gaat door’. Wel 11.000 rechtszaken tegen ouders! Waarom ouders beboeten als schoolbesturen weigeren thuiszitters aan te nemen. Liever thuiszitters zonder onderwijs dan maatwerk in het onderwijs zonder toezicht lijkt het standpunt van het ministerie.

Katinka Slump bepleit tevergeefs voor het ‘kwartje van Loes’ (Ypma), om de positie van ouders te versterken. Zij hebben immers de kennis van passend onderwijs.

Sander Dekker krijgt ter afscheid een telraam uitgereikt, zodat hij op zijn kamer alle thuiszitters nog een keer kan tellen.

Sander Dekker krijgt ter afscheid een telraam uitgereikt, zodat hij op zijn kamer alle thuiszitters nog een keer kan tellen. Op de slingers foto’s en verhalen van thuiszitters.

Conclusie over vandaag, na het toehoren van alle sprekers: we zijn op weg, de eerste stap richting verandering is gezet. We zijn er echter nog niet. Het is jammer dat Sander Dekker zich tijdens het gesprek verschuilt achter de belemmeringen van zijn eigen regelgeving. Aandacht voor maatwerk, duidelijk over de besteding van onderwijsbudgetten, geen Miep Ziek meer (zie *), ruimte voor kennis van de ouders over hun kind en passend onderwijs, ontschotting van het onderwijs, andere visie op thuisonderwijs, medezeggenschap en hoorrecht voor ieder kind en respect voor de Kinderrechten wet, is nodig. Er ligt nog veel werk. Er moet ruimte komen voor een meldpunt, waar indien mogelijk zelfs anoniem melding gedaan kan worden over misstanden in het onderwijs. Zodat ouders – zoals genoemd werd vandaag – niet meer geconfronteerd worden met de dreiging van uithuisplaatsing als ze een klacht indienen. Het recht op onderwijs moet in de wet worden opgenomen. Het onderwijs moet ook om het kind draaien. er moet ruimte komen voor thuisonderwijs. We moeten hierover verder met de staatsecretaris in gesprek, want thuisonderwijs is vaak juist wel in het belang van het kind. Lees hier waarom. Verandering mag niet stuklopen op regeltjes. We moeten samenwerken om te doen wat nodig is om het onderwijs voor IEDER kind passend te maken.

In de media
– NOS Duizenden leerlingen kunnen niet naar school.
– Hart van Nederland (SBS6) Moeders in de bres voor thuiszittende kids.
– Hallo Nederland (Max) Manifestatie ‘thuiszitters tellen’.
– Noord-Hollands Dagblad ‘Ik lig nu al 3 jaar op uw bureau’.
– Telegraaf – Niels wil naar school. ‘Ik ben heel ongelukkig thuis.’

*Miep Ziek: Constructies illegaal thuisonderwijs – ministerie ontkent ontduiking wet.

Thuis is Daphne Daphne

Dorien Kok
http://DorienKok.nl

Zeilen voor passend onderwijs voor thuiszitters

Ze zijn vertrokken, de zeilbroers. Zo als ze zelf zeggen om aandacht te vragen voor de ruim 16.000 kinderen die officieel thuiszitters zijn, vanuit hun positie dat ze zelf ook thuis zitten omdat er voor hun – hoogbegaafd en met dyslexie – geen school is.

16.000, mensen vragen mij regelmatig klopt dat getal wel. Want dan lees je weer 8500 of 3500.

Ja, het zijn zoals de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (mevrouw van Bijsterveldt) zelf aangeeft ruim 16.000. En dat zijn er voor het vorige schooljaar zelfs ruim 1600 meer dan in het schooljaar 2009-2010.

De cijfertjes, gegeven door de minister zelf*:

Thuiszitters cijfers 2009-2010-2011

 

Met het begrip «thuiszitters» bedoelt de minister leerlingen die wel op een school staan ingeschreven, maar langer dan 4 weken thuis zitten. Voor deze leerlingen is de school verantwoordelijk. Met «absoluut verzuim» bedoelt de minister leerplichtige kinderen/jongeren die niet staan ingeschreven bij een (al dan niet bekostigde) onderwijsinstelling. Deze kinderen/jongeren gaan niet naar school.

Wanneer beide gegevens worden opgeteld leidt dat tot een groep van 13 534 leerlingen die in het schooljaar 2010–2011 onterecht niet was ingeschreven op een school (absoluut verzuim), of wel was ingeschreven maar langer dan 4 weken thuiszat zonder geldige reden.

In het schooljaar 2009–2010 ging het om 12 060 leerlingen.

Als het aantal vrijstellingen hier nog bij wordt opgeteld, resulteert voor 2009–2010 een aantal van 15 024 en voor 2010–2011 16 641 leerlingen. (Hierbij wordt geen rekening gehouden met het aantal leerlingen dat in de loop van het schooljaar is teruggeleid naar onderwijs.)

Bij vrijstellingen heeft men het over kinderen die niet meer naar school hoeven omdat zij hier van vrijgesteld zijn. Deze kinderen zijn dan officieel niet geschikt voor school. Onder deze groep als nieuwkomer ook veel hoogbegaafde kinderen**.

Als je kijkt naar de achtergrond van het thuiszitten kom je uit op**:

1/3 hoogbegaafde kinderen

1/3 (potentiele) rugzakkinderen (ivm beperking en gedragsproblemen)

1/3 pubers (criminaliteit, drugs-, alcohol- problematiek bij het kind of de ouders, thuisproblematiek)

Voor ongeveer 8500 van de kinderen die vallen onder absoluut verzuim, kun je stellen dat er sprake is van boekhoudkundige uitschrijving ivm handelingsverlegenheid van de school, oftewel school weet niet wat ze voor deze kinderen moet doen. School helpt ze echter niet aan een school die dat wel weet en kan. De verantwoording ligt voor de minister echter bij de ouders en volgens haar dient de leerplicht hier actie op te ondernemen.

De verantwoording ligt volgens de minister dus bij de ouders. Als je echter bijvoorbeeld naar de situatie van de zogenoemde zeiljongens kijkt kun je niet anders dan concluderen dat de ouders gigantisch hun best doen om hun kinderen weer op school te krijgen. De oudste, maar ook de jongste zoon zat zonder onderwijs thuis. De jongste stond nog wel ingeschreven op school, maar was de toegang tot de lessen ontzegd. Voor de jongste  was de school wel verplicht om hem een onderwijsaanbod te doen omdat hij nog ingeschreven stond. De oudste was zoon van school verwijderd wegens handelingsverlegenheid van de school.

Het verweer van de school kwam er op neer dat zij vond dat zij genoeg had gedaan door de jongens voor verder onderwijs door te verwijzen naar een Rebound – een tijdelijke onderwijsopvang- voorziening voor leerlingen met heftige gedragsproblemen en naar een vmbo voor leerwegondersteunend onderwijs.

De ouders hadden plaatsing op de Rebound terecht geweigerd, omdat er van een gedragsprobleem geen sprake was. Ze hadden ook aangegeven dat het vmbo geen optie was, omdat hun jongens hoogbegaafd zijn. In antwoord daarop stelt de school dat het onderwijs in Nederland – op kostbaar particulier onderwijs na – nu eenmaal niet is ingesteld is op de begeleiding van leerlingen zoals hun zoon.

En nu komt het kromme: de school stelt dat het onderwijs in Nederland – op kostbaar particulier onderwijs na – nu eenmaal niet is ingesteld is op de begeleiding van dit soort kinderen en dus stelt de leerplichtambtenaar dat het aan de ouders te wijten is dat de leerling thuis zit. Begrijpt u het nog? Ik niet. En zo ken ik meer gezinnen bij wie er sprake is van een soortgelijke situatie: school faalt en de de verantwoording van dit falen komt op het bord van de ouders te liggen.

Het gevolg: rechtszaken zoals deze en ook  gezinnen die emigreren naar landen waar het onderwijs voor deze kinderen beter geregeld is of waar er ruimte is voor het geven van thuisonderwijs.

Ook andere gevolgen: de maatschappij wordt bijvoorbeeld ook op kosten gejaagt. Geschatte kosten zeiljongens aan procedures, kosten advocaat school, kosten gefinancierde rechtshulp ouders, bijstand Jeugdzorg en onderzoek Raad voor de Kinderbescherming richting 100.000 Euro.

Voor de zeiljongens had het verhaal nog een vervelend bijkomend staartje: 2 dagen voor vertrek besloot Jeugdzorg dat de ouders niet goed voor deze jongens zorgden en werden de ouders voor de rechter gesleept.

Jeugdzorg benadrukte dat de ondertoezichtstelling niet alleen om de zeilreis gaat***. “Er is sprake van een impasse. De ouders zeggen dat er geen enkele school voor de jongens is, maar wij denken dat ze wel degelijk ergens terechtkunnen. Met een ondertoezichtstelling willen we het gezin helpen om alsnog een school te vinden.” In dat geval krijgen de jongens een gezinsvoogd en wordt de macht van de ouders beperkt.

Kan iemand mij uitleggen waarom de aanstelling van een gezinsvoogd en een beperking van de macht van de ouders wel een passende school op kan leveren als scholen aangeven handelingsverlegen te zijn? Daarbij: tijdens de zeilreis zitten de kinderen op school, de Wereldschool. Een voorwaarde voor deze school is echter dat de lessen niet gevolgd worden binnen de Nederlandse landgrenzen. Vandaar de zeilreis.

Het klinkt leuk, lekker niet naar school – thuiszitten. Idem voor de zeilreis.

Thuiszitter zijn is echter niet leuk: je raakt je vrienden en leefritme kwijt. Je voelt je buitengesloten, aan de kant gezet. ‘Ik mankeer wat’. Daarbij lopen de kinderen een leerachterstand op. Ouders die afdoende geld hebben kunnen nog kiezen voor de optie particulier onderwijs. Deze optie is er echter niet voor de meeste ouders.

Wat moet er eigenlijk gebeuren:

  • Zelf werk ik veel met kinderen die leerproblemen hebben en nu met succes staande blijven in het schoolsysteem als ik met hun aan de slag ben geweest. Als ik dat kan kunnen anderen dat ook. Wel zie ik duidelijk verschil bij kinderen waarbij de school hun steunt in de andere aanpak die ik bied en de scholen die dit niet willen, om welke redenen dan ook. Ik zie de kinderen, op de basischool of al in het Voortgezet Onderwijs groeien: in hun leren, gedrag en levenshouding. Ze kunnen het en willen het, hebben soms alleen inzicht en tools nodig voor hun leer- en gedragsproblemen.
  • De minister geeft aan dat de Rijksbegroting gebaseerd is op ingeschreven leerlingen. Het aantal leerlingen dat niet is ingeschreven heeft dus geen overschot op de Rijksbegroting tot gevolg zegt ze. Er is echter sprake van een bepaald aantal leerplichtige leerlingen per jaar. Vallen de dossiers van de absolute thuizitters uit de tas van de minister als ze de telling voor de Rijksbegroting afleverd? De overheid houdt per jaar 80 miljoen over aan de kinderen die ‘absolute thuiszitters’ zijn. Ze staan immers niet ingeschreven bij een school. Voor de relatieve thuiszitters (wel ingeschreven bij een school, niet aanwezig) geldt dit ook: school krijgt geld, maakt echter geen kosten voor dit thuiszittende kind. Dat geld zou eigenlijk in een nog op te richten fonds gestopt moeten worden en gebruikt moeten worden voor re-integratie van de thuiszitters en om de leerachterstand weg te werken. De Onderwijs inspectie kan er op toe zien dat dit correct gebeurt en er voor zorgen dat scholen echt alles uit de kast halen om er voor te zorgen dat ze hun verantwoording nemen. Hardop de vraag stellen: waarom is dit kind van school verwijderd. Scholen worden daarbij gehinderd door de 1 oktober regeling: voor later intredende voormalige thuiszitters krijgt een school geen geld. Scholen doen ook aan selectie aan de poort.
  • Bij de zeiljongens zijn de kinderbelangen niet goed behartigd door Jeugdzorg. De rol van Jeugdzorg hoort kindbeschermend te zijn. Jeugdzorg hoorde de kinderen en ouders te steunen door bij school de vraag neer te leggen: waarom is dit kind van school verwijderd of waarom mag dit kind niet op uw school komen en eventueel de gang naar de rechter te maken en school aan te klagen voor deze kinderen en ouders.

De Kinderombudsman opende maandag 27 augustus een online meldpunt op http://www.dekinderombudsman.nl, waar kinderen die niet naar school gaan hun ervaringen kunnen vertellen. Ook ouders, leerkrachten, onderwijsconsulenten en andere professionals, die ervaringen hebben met een kind dat (tijdelijk)  niet naar school gaat, worden uitgenodigd dit te melden.  Kinderombudsman Marc Dullaert gebruikt de meldingen voor zijn onderzoek naar de toegang tot het onderwijs in Nederland. Het meldpunt blijft drie weken geopend.

Ik zou zeggen: hijs de zeilen en aan de slag!

UPDATE 21 december 2012: De zeilbroers Enrique (15) en Hugo (13) zijn door de rechter onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg.  De uitspraak is een enorme schok voor de ouders van de jongens. Vader: “Ik ben mijn geloof in het Nederlandse rechtssysteem helemaal kwijt”. Volgens onderwijsjuriste Katinka Slump, die de jongens en hun ouders bijstaat, krijgt Jeugdzorg een onmogelijke opdracht nu de jongens onder toezicht zijn gesteld. Het probleem ligt namelijk niet bij de ouders van de twee, maar bij de tekortschietende schoolbesturen en het falende onderwijsbeleid, zo stelt ze.Enrique en Hugo zijn nog steeds bezig met hun zeilreis. (Bron HvN)

Bronnen

* Vragen van het lid Çelik (PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de cijfers met betrekking tot het aantal thuiszittende kinderen dat geen onderwijs krijgt (ingezonden 29 maart 2012): Antwoord van minister Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 14 mei 2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 2289.

** Onderwijsadvocaat Katinka Slump en onderzoek De Dunne Lijn van Harold van Garderen en Auke van Bremen.

*** RTV N-H http://www.rtvnh.nl/nieuws/85979/Zeiljongens+niet+onder+toezicht

Verkiezingen 2012: de politiek en passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen

In een vorig blog van juni 2010  (“PvdA: ‘Hoogbegaafde kinderen kosten klauwen vol geld'”) schreef  ik over de toenmalige standpunten van de politieke partijen in Nederland ten aanzien van onderwijs voor hoogbegaafde kinderen.

Met de verkiezingen voor de deur doe ik een nieuwe inventarisatie, dit keer niet via directe navraag bij de partijen maar via de blog van onderwijsjournalist Ronald Buitelaar, die de onderwijsparagrafen van de verkiezingsprogramma’s heeft verzameld.

In het algemeen pakt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onderwijs aan hoogbegaafden op via het thema ‘Excellentie’. Vanuit dat kader zit ik ook in de werkgroep ‘Signaleren’ van de ‘Expertmeeting excellente leerlingen in het PO’, georganiseerd door het ministerie.

Het gevaar voor hoogbegaafden ten aanzien van de benadering vanuit excellentie is dat vele hoogbegaafde leerlingen niet excelleren en niet gezien en geholpen worden. Hoogbegaafd betekent immers niet altijd dat er sprake is van excelleren. Voorkomende problemen zijn oa leerproblemen, faalangst of onderpresteren. Andersom betekent het feit dat een kind excelleert absoluut niet dat het ook hoogbegaafd is. Excelleren betekent immers eigenlijk alleen maar uitblinken.

Extra aandacht voor passend onderwijs aan hoogbegaafden is dus echt nodig. Helaas blinken de meeste politieke partijen ook dit jaar niet niet uit in aandacht voor deze kinderen.

Wat zeggen de politieke partijen dit jaar:

CDA, GroenLinks, PVDA, PVV, SGP en SP spreken in hun onderwijsvisie niet over het hoogbegaafde kind.

Vier partijen doen dit wel (op alfabetische volgorde genoemd):

ChristenUnie

Schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid dat iedere zorgleerling met passende begeleiding, expertise en voorzieningen kan meedraaien in het onderwijs, dat er een aanbod is voor hoogbegaafde leerlingen, dat leraren niet overbelast worden en dat ‘gewone’ leerlingen niet tussen wal en schip vallen.

D66

Studenten die jonger zijn dan 17 en willen deelnemen aan hoger onderwijs, zoals hoogbegaafden, komen bij D66 ook in aanmerking voor financiële ondersteuning.

Partij voor de Dieren

Op passend onderwijs wordt niet bezuinigd, zodat kinderen die extra aandacht en begeleiding nodig hebben dat krijgen. ook programma’s en speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen wordt ondersteund.

VVD

De VVD wil ruim baan geven aan het gymnasium, en hoogbegaafdheid moet serieus worden genomen. We willen in ons onderwijs meer aandacht voor talentvolle leerlingen.

Lees alle complete onderwijsvisies voor 2012 van deze politieke partijen via de website van Ronald Buitelaar.

(In deze blog is geen rekening gehouden met eventuele nieuwe amendementen)

Mijn blog

In mijn blog vertel ik over oa onderwijs, hoogbegaafdheid, ADHD, ADD, autisme, dyslexie, beelddenken, fixatie disparatie, Leonardo en ander (voltijds) HB onderwijs en Ik leer anders. Soms incidenteel ook over een ander onderwerpen.

Hoe vind ik een blog?

– Voor alle blogberichten: scroll naar beneden

– Voor een specifieke blog: selecteer een titel in onderstaande lijst.

– Klik rechtsboven op Categorie en maak een keuze naar onderwerp.

– Vul rechtsboven bij Zoeken een zoekterm in zoals titel of onderwerp.

De nieuwste blogs staan bovenaan.

Veel leesplezier.

Dorien Kok

Via de tab Meer… komt u op mijn andere websites. 

Vragen aan de staatssecretaris oktober 2015

‘Scholen schenken deze week extra aandacht aan pesten’ september 2015

Onderwijs onderzocht: meerkeuzeopgaven van de Cito september 2015

Oproep i.v.m. onderzoek naar hoogbegaafdheid en pesten september 2015

Als je er niet uit komt met school. september 2015

Thuiszitters, ruim 5 jaar later. september 2015

Passend onderwijs = Geen kind tussen wal en schip! september 2015

Waarom het zo belangrijk is om baby’s regelmatig op hun buik te leggen maart 2015

Anders zijn november 2014

IQ testen: Rakit-2 november 2014

Een cocon om je kind houden. november 2014

Met borstvoeding geen beugelbekkie… september 2014

Logopedie en hoogbegaafdheid april 2014

Onderwijs uitgelegd: doortoetsen februari 2014

Wachtkamerkind februari 2014

Onderwijs in terra incognita: over thuisonderwijs en hoogbegaafdheid  Herblogd van Sytze Steenstra Blog januari 2013

Onderwijs onderzocht: Versnellen, ja of nee december 2013

Vol hoofd december 2013

Onderwijs onderzocht: meer motivatie vanuit werken in groepjes oktober 2013

Uw brein is een regenwoud oktober 2013

Mogen peuters nog peuteren en kleuters nog kleuteren september 2013

Kleuters en Cito september 2013

Leerproblemen september 2013

Verschil in snelheid van informatieverwerking tussen tienerjongens en -meisjes. september 2013

Oproep ouders en scholen voor het vervolgonderzoek dyslexie en hoogbegaafdheid door Universiteit Utrecht  juli 2013

Onderzoeksrapport: ‘Slimme leerlingen krijgen extra stof, maar geen extra aandacht’ maart 2013

Oproep: ‘Hoogbegaafd en beelddenken’ Onderzoek naar de visueel-ruimtelijke en verbale informatieverwerking bij hoogbegaafde kinderen. maart 2013

“Waar een klein land groot in moet worden” maart 2013

De littekens die pesten achterlaat.  maart 2013

Ontwikkelingsstoornissen juist diagnosticeren: kijk ook in het brein februari 2013

Wie schrijft die blijft. februari 2013

Echt excellente scholen februari 2013

We are the people we’ve been waiting for december 2012

Een vol hoofd – balans tussen denken, voelen en doen november 2012

Onderzoek: We feel, therefore we learn november 2012

Nieuw onderzoek naar excellentie op scholen oktober 2012

Pavlov: Dolores Leeuwin over intelligentie oktober 2012

HB en dyslexie onderzoek Universiteit Utrecht oktober 2012

Onderzoek: hoe aanstaande leerkrachten kunnen worden opgeleid voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen september 2012

Werken met picto’s, thuis en op school september 2012

Zeilen voor passend onderwijs voor thuiszitters augustus 2012

Verkiezingen 2012: de politiek en passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen augustus 2012

Born tot learn juni 2012

Onderwijs uitgelegd: DL en DLE, wat kun je daar als ouder mee februari 2012

Linker vs rechter hersenhelft  januari 2012

Over nieuwe richtlijnen AD(H)D juni 2011

Er is geen weg terug naar passend onderwijs maart 2011

Wat is nou eigenlijk beelddenken februari 2011

Onderzoek hoogbegaafdheid februari 2011

Antwoorden van de Minister van Onderwijs januari 2011

‘Onderwijs hoogbegaafde kinderen onder druk’ december 2010

Een lief meisje juli 2010

School hoogbegaafde kinderen in nood juni 2010

Van H naar Beter juni 2010

Je kind als tegenstander juni 2010

Nederlandse talenten: wel de start, maar niet de finish juni 2010

PVDA: ‘hoogbegaafde kinderen kosten klauwen vol geld’ juni 2010

Het meisje met de vleugels juni 2010

Het verhaal van Imme Kors mei 2010

Rondom labelkinderen mei 2010

Dag van de Hoogbegaafdheid mei 2010

Effecten créche bezoek mei 2010

Bart Simpson actie van een hoogbegaafd kind mei 2010

Oproep voor leerkrachten, IB-ers en schooldirecteuren basisonderwijs mei 2010

Is thuisonderwijs in strijd met het belang van het kind? mei 2010

Reken even mee april 2010

Een verraderlijke kloof? april 2010

Slaap kindje slaap april 2010

Laat dat kind toch spelen april 2010

De vroege lezer april 2010

Hyperactiviteit april 2010 – video

Petitie Passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen april 2010

Spijbelaar april 2010

Sociaal-emotioneel achter? maart 2010

Sta open voor de kind maart 2010

Dag van de Leerplicht maart 2010

How can you encourage a child maart 2010 – video

Waarom speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen maart 2010

Gewoon geen dyslexie! maart 2010

Vluchten of aanvallen maart 2010

Het gevaar van de nieuwe DSM: V maart 2010

Het sprookje van Ritalin en het placebo effect maart 2010

Zet het onderwijs op je agenda! maart 2010

Onderzoek thuiszitters – Hogeschool Utrecht maart 2010

Feest! maart 2010

Onderzoek sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen februari 2010

Hoogbegaafde thuiszitters februari 2010

Er is geen weg terug na passend onderwijs.

Aan de Minister van Onderwijs en de Tweede Kamer

Ik bracht, zoals eigenlijk altijd, mijn zoon naar school vanmorgen. Het is feest in school deze week, de start van de lente wordt gevierd.

Zoonlief van 7 verheugde zich op deze ochtend, hij zou namelijk met de hele klas samen ontbijten – in het kader van de lenteweek.

Vanaf een paar meter afstand heb ik hem onbemerkt zitten bekijken, vol verwondering. Hij is gelukkig in deze klas, het straalt er dik vanaf. Het straalt van alle kinderen in zijn klas af.

Zijn school bestaat pas sinds begin dit schooljaar. Als ouder heb ik het initiatief genomen om hier in Huizen een Leonardoschool te starten, voor mijn hoogbegaafde zoon. Leonardoscholen bestaan pas sinds 2007, te laat dus voor mijn oudste 2 hoogbegaafde kinderen – voor wie een school als deze een leven aan verschil zouden hebben gemaakt.

Ik heb het initiatief genomen, niet omdat het slecht ging met de jongste, maar uit voorzorg. Stel dat de – fantastische – school waarop hij toen zat hem geen passend onderwijs aanbod meer kon geven, of dat de kloof tussen hem en de rest van de klas te groot zou worden.

Ik dacht voor de start dat er voor hem weinig verschil zou zijn tussen de reguliere school en de Leonardoschool, hij zat daar immers goed. Wat hebben wij ons vergist…..

Als we het hebben over passend onderwijs voor een hoogbegaafd kind, dan is dit het. Hier kan geen reguliere school, hoe goed deze ook hun best doet, tegenop.

Fulltime zijn bij kinderen die zijn zoals jij,
Fulltime een juf die je echt ziet wie je bent, wilt en kan,
Fulltime leren op de manier waarop jij leert en denkt,
Fulltime leren hoe je moet leren, omdat je door je vlotte ontwikkeling die vaardigheden soms mist,
Fulltime uitgedaagd worden je grenzen te verleggen, breder en dieper op de materie in te gaan,
Fulltime op groep 7 niveau mogen functioneren terwijl je gewoon bij leeftijdgenootjes in klas 4 zit,
Fulltime een breder leeraanbod door veel meer vakken,
Fulltime het recht hebben op wat gezonde faalangst omdat dingen nu eindelijk eens nieuw zijn voor je,
Fulltime geen buikpijn krijgen van school, integendeel: als je ziek bent ook naar school willen,

Fulltime jezelf mogen zijn….

Ik zeg dit nu voor mijn en vele andere hoogbegaafde kinderen, maar dit verhaal speelt natuurlijk ook aan de andere kant van het spectrum – bij minderbegaafde kinderen. Zelfs een simpele grafiek als de Gausse curve maakt dit heel duidelijk.

Gausse curve

 

 

 

 

 

Of wat dacht je van de grafiek van Rob Brunia: Een hoogbegaafd kind stroomt al in groep 1 op een veel hoger niveau in bij het reguliere onderwijs. Het kind heeft nauwelijks raakvlakken en ook door de school kunnen deze niet worden bereikt. Het kind wordt juist steeds gedwongen zich aan te passen / gebukt te gaan. In deze grafiek kan er aan de onderkant nog een lijn bijgetrokken worden, voor de laagbegaafde kinderen. Hoeveel meer informatie heb je nodig dan dit plaatje om te beslissen over passend onderwijs?

Rob Brunia

Bron: Rob Brunia

 

 

 

 

 

In de dagelijkse praktijk hou ik me bezig met dat kinderen, die eigenlijk alleen maar hoogbegaafd zijn, door gedragsproblemen die lijken op ADHD en autisme verkeerde diagnoses krijgen. Gedragsproblemen die ontstaan zijn doordat het kind niet gezien wordt als wie het is en dat het geen passend onderwijs krijgt. Ik haal ook kinderen uit het speciaal onderwijs weg, kinderen die onjuist gediagnosticeerd zijn en eigenlijk alleen maar hoogbegaafd zijn. Ik zie in dezelfde dagelijks praktijk hoe het fout gaat voor deze kinderen. Ik hoor hun verhalen en die van hun ouders, ik hoor hun verdriet. Ik zie ook mijn eigen verdriet.

Ik word dan ook langzamerhand misselijk van dat de Minister zegt: ‘alle jongeren hebben recht op onderwijs. Dat recht wordt beschermd door de leerplicht. Ieder kind hoort een passende plek in het onderwijs te krijgen waarbij zijn of haar talenten het beste tot uiting komen, maar dat dit in de praktijk niet zo is en ook niet zo wordt.

Voor mijn kinderen, maar ook voor mijzelf,  is dat iets wat er nog nooit geweest is, nu ook niet in het reguliere onderwijs voorhanden is en als het aan de huidige koers van Minister ligt ook niet zal blijven via de Leonardoscholen.

Mijn kind is echter ook een kind die in de groep ‘Ieder kind’ valt! Echter over mijn kind zegt ze: ‘Ouders kiezen zelf een voor een Leonardo school en het is bekend dat daar een ouderbijdrage voor wordt gevraagd. De ouderbijdrage wordt echter gevraagd omdat Nederland gefaald heeft om passend onderwijs voor deze kinderen neer te zetten en het deze vorm van passend onderwijs nu niet wil betalen. Hoogbegaafdheid is immers een kans ….

Een hard woord, gefaald, maar wel een feit. En nu er aan alle kanten gesneden wordt aan passend onderwijs blijft er weinig hoop over voor mijn kind, ondanks dat hij volgens de minister dezelfde rechten heeft als ieder kind. Leonardoscholen komen nu in de problemen omdat de financiering een groot probleem is.

Voor kinderen die onderwijs op maat hebben gehad – dus niet alleen de Leonardoschool kinderen – en waarvoor hier nu aan de rem wordt getrokken is er echter geen weg terug richting het reguliere onderwijs. Als het onderwijs dat je had al passend was, wat heb je dan in het reguliere onderwijs te zoeken…..

Er is dus geen weg terug, ondanks de plannen die er liggen. Waar moet een een hoogbegaafd kind dan heen als het Leonardo onderwijs onbetaalbaar blijkt? Thuisonderwijs? Dat mag hier ook al niet…

Er is geen weg terug na passend onderwijs.

Mijn eerdere blog over Waarom speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen is hier te lezen.

Dorien Kok

Een overzicht alle blog berichten is hier te vinden.


Antwoorden van de minister van Onderwijs

In december 2010 stelde VVD kamerlid Ton Elias kamervragen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart – over de bekostiging van Leonardoscholen en het benoemen van een leerling met hoog IQ als zorgleerling.

Gisteren,  24 januari 2011 gaf de minister antwoorden.

De aanleiding van Ton Elias om vragen te stellen hierover waren bezuinigingen op het Leonardo onderwijs van Stichting Primair Openbaar Onderwijs De Liemers.  Ouders kregen onverwacht,  vlak voor de feestdagen,  een dikke rekening voor het -normaal gesproken gratis – basisonderwijs dat hun hoogbegaafde kind, soms meer dan één,  volgt bij een van de Leonardoscholen die onder dit schoolbestuur vallen. Ook werd er gemeld dat de het onderwijs op deze Leonardoscholen vanaf 2011 alleen kan worden voortgezet wanneer ouders de veel hogere  – officieel vrijwillige – bijdrage gaan betalen. Kortom, of je betaald of je kind heeft geen school meer!

Leonardoscholen staan voor fulltime passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen, aangeboden op de manier waarop zij leren en denken. In Nederland zijn er nu 50 Leonardo basisscholen en 10 Leonardo Colleges.

De minister geeft in haar antwoord aan dat zij bekend is met het feit dat de  Stichting Primair Openbaar Onderwijs De Liemers aangeeft een structureel financieringstekort te hebben voor het Leonardo onderwijs.

Op de vraag: ‘deelt u de mening dat het onwenselijk is dat ouders een hoge eigen bijdrage moeten betalen voor Leonardo onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen?’ antwoord de minister dat ze het feit  dat ouders een hoge bijdrage ‘moeten’ betalen voor onderwijs niet wenselijk vindt. Echter: ‘maar ouders kiezen vrijwillig voor het Leonardo onderwijs en daarvan is bekend dat er een ouderbijdrage wordt gevraagd. ‘

De minister geeft aan meer geluiden te hebben ontvangen dat scholen die Leonardo onderwijs aanbieden moeite hebben om dit arrangement te financieren.

In het Regeerakkoord is € 30 miljoen toegezegd voor het aanbieden van passend onderwijs aan hoogbegaafden. De minister heeft het verzoek van Ton Elias ‘om eventueel een overbruggingsbudget uit het toegezegde budget van € 30 miljoen beschikbaar te stellen, in afwachting van het actieplan voor hoogbegaafde en excellente leerlingen die de Minister de Kamer voor 1 maart 2011 heeft toegezegd, voor die scholen die geconfronteerd worden met zodanige bekostigingsproblemen dat zij onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen niet langer kunnen bekostigen’ overwogen, maar niet overgenomen. De reden daarvoor is de volgende:  ‘het Leonardo concept wordt vrij strikt geformuleerd door de Leonardo stichting. Scholen kiezen zelf voor het Leonardo concept. Dat het concept een zware last drukt op het budget van de school, weet de school van te voren. Als de scholen de financiering dan moeilijk geregeld krijgen, is het niet aan de overheid om bij te springen. Scholen kunnen ook kiezen voor een minder kostbaar concept om hun hoogbegaafde leerlingen een passend aanbod te doen. Er zijn ook veel scholen die andere, minder kostbare arrangementen voor hun hoogbegaafde leerlingen organiseren’.

De minister zal haar plannen voor hoogbegaafden dit voorjaar in het actieplan presenteren. Ze loopt, zoals ze zegt, daar nu niet op vooruit door beschikbare middelen al uit te geven.

Op 15 december diende Ton Elias nog een aanvullende vraag in: ‘ hoe kijkt de minister aan tegen de gedachte om (Leonardo)leerlingen met een IQ boven de 130 te benoemen als zorgleerlingen en hen op dezelfde wijze te bekostigen als zwak begaafde leerlingen die binnen het regulier basisonderwijs met een vergelijkbare problematiek kampen?’  Het antwoord van de minister:  ‘een hoog IQ is niet altijd een reden tot zorg. Voor veel hoogbegaafde leerlingen is een aangepast arrangement wel een goede stimulans. Veel scholen bieden dat ook aan vanuit het concept van passend onderwijs. De meeste scholen vinden daartoe de financiële ruimte binnen de bestaande mogelijkheden. Leerlingen die een hoog IQ combineren met onderwijszorgbehoeften op een ander vlak komen op dit moment ook al in aanmerking voor aanvullende zorg.’  Kortom, de minister zie er niets in om alleen op basis van het IQ leerlingen tot zorgleerlingen te bestempelen en aanvullende bekostiging toe te kennen. ‘

Ik zal het maar meteen zeggen: ik ben het niet met de minister eens. Waarom?

Het Leonardo onderwijs is bedacht door onderwijsman Jan Hendrickx, die rond zijn pensioen bedacht dat hij in zijn onderwijs carrière – waarbij veel aandacht voor het minderbegaafde kind – iets compleet over het hoofd had gezien: het kind aan de andere kant van het ontwikkelingsspectrum: het hoogbegaafde kind.

Voor een kind met een IQ van 70 of minder ligt er een onderwijsverhaal waar geen mens aan zou knabbelen. De logica van het bestaan van deze scholen  is zo duidelijk. Maar de logica voor het tegenovergestelde onderwijs ligt er ook! Jan heeft dit omgezet in het Leonardo concept: fulltime passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. De praktijk heeft bewezen dat dit een schot in de roos was: in 3 jaar tijd 60 Leonardo scholen in Nederland.

Nou liep Jan tegen iets aan: de financiering. Speciaal onderwijs is immers duurder dan regulier onderwijs. Hij loste dit door te zeggen dat er bij elke Leonardoschool een Stichting Vrienden moest komen die het tekort van € 2500 per kind per jaar via sponsoring moet dekken.

En nu komt het hekele punt: niet elke school gebruikt die Stichting zoals deze bedoelt is. Wat is er namelijk handiger dan de ouders een factuurtje sturen voor het missende bedrag. Lekker makkelijk, geen moeilijk gedoe, de ouders betalen wel. Ze hebben dit onderwijs immers hard nodig voor hun kind!

Wat ik wrang vind in dit verhaal is dat de Liemers eigenlijk geen goed voorbeeld is van wat de bedoeling is met Leonardoscholen. Het CDA in Zevenaar heeft dit ook aangegeven naar het schoolbestuur.

De originele opzet van Jan Hendrickx is terug te zien hier in de regio Gooi en omstreken:

Vanuit een welwillend schoolbestuur Stichting Villa Primair, die duidelijk zag dat dit onderwijs nodig is omdat ze tot die tijd deze kinderen niet goed konden helpen. Die naast de Leonardoschool ook bezig is met de ontwikkeling van Plusklassen voor meerbegaafde kinderen voor al hun basisscholen. Het zelfde schoolbestuur dat via hun algemeen directeur Alex Peltekian zegt: ‘het Leonardo onderwijs is voor ons de proeftuin van hoe al het onderwijs in deze regio moet zijn.’  Van een Gemeente die via de wethouder onderwijs Liesbet Tijhaar aangaf dat ze een achterstand hadden op dit gebied van onderwijs en die daarom de portemonnee eigenlijk meteen trok. Van een team op Leonardo basisschool die kort al na de start kon aangeven dat de kinderen duidelijke hiaten hadden opgelopen in de reguliere basisscholen waar ze vandaan kwamen, dat het beeld dat de oude school van het kind hadden niet klopte. Van gelukkigere kinderen, ook al waren sommigen niet eens echt ongelukkig op de oude school. Van kinderen die nu gewoon in groep 4 zitten , maar in het reguliere onderwijs eigenlijk in groep 7 horen qua ontwikkelingsniveau. Van ouders die aangeven dat het nu wel goed gaat met hun kind.

Dit is hoe dit onderwijs gezien moet worden.

Op de Leonardoschool in Huizen hoeven de ouders geen grote bedragen te betalen, het enige wat ze betalen is een vrijwillige bijdrage voor het laptop gebruik van € 350 per jaar. Dat is inclusief verzekering en vervanging.

De Stichting Vrienden Leonardo onderwijs Gooi en omstreken, waar de school met het startende Leonardo College in Huizen, onder valt, werkt met alle ouders hard samen om het benodigde geld op tafel te krijgen via sponsoring.

Waarom kiezen ouders voor de Leonardoschool? Niet omdat ze perse geld uit willen geven. Nee, omdat ze iets willen dat het reguliere onderwijs – en ze hebben er echt met een loep naar gezocht – hun kind niet kan bieden wat het nodig heeft en ook niet gelukkig kan maken. De minister zegt: ‘ouders kiezen vrijwillig voor het Leonardo onderwijs en daarvan is bekend dat er een ouderbijdrage wordt gevraagd’.  Ja, ik heb bewust voor de Leonardoschool gekozen en zou willen dat het er voor mijn oudste kinderen en ook voor mijzelf was geweest. En nee, hier dus geen bijdrage voor de ouders.

We hebben het voor heel Nederland over gezinnen die verhuizen – familie, vrienden, werk en alles verder nog achterlatend om hun kind dat te geven wat het nodig heeft. Verhuizingen van Rotterdam naar Venlo (2007), van Groningen naar Huizen (2010). We hebben het over ouders die dagelijks veel reistijd kwijt zijn, wat hun hindert in hun werk. Die vele kosten maken voor het heen en weer rijden.  We hebben het over kinderen die anders mogelijk thuis zouden zitten, soms ongelukkig waren of zelfs letterlijk ziek werden van school. Over kinderen die onterecht een etiket ADHD en/of autisme krijgen en soms zelfs dus ook onterecht in het speciaal onderwijs belanden. We hebben het zelfs over kinderen die niet meer willen leven – en dat alles vanwege school?

We hebben het dus niet over een luxe keuze, maar een bittere noodzaak. Eigenlijk hebben de ouders geen keuze – ook al zegt de minister dat veel scholen dat ook aanbieden vanuit het concept van passend onderwijs. Nou hier in de regio dus niet! Ik kom niet verder dan wat particuliere Plusklassen – ook een portemonnee trekker voor ouders – of een enkele Plusklas in de school. Echter Plusklassen zijn voor meerbegaafde kinderen, niet voor hoogbegaafde kinderen! Je zet kinderen met een IQ van 70 of minder toch ook niet alleen maar een middagje in de week bij elkaar?

Zoals de toenmalige staatsecretaris OCW Sharon Dijksma in 2008 al aangaf: te weinig excellerende leerlingen komen tot hun recht. Het Nederlandse onderwijs is, naar woorden van het Innovatieplatform (IP juni 2005) ‘vooral gericht op het verkleinen van verschillen tussen mensen.’ Het platform vroeg daarbij aandacht voor de urgentie van de brede talenontwikkeling en pleitte voor meer ruimte voor differentiatie en maatwerk in het onderwijs, oftewel:  ‘Weet je te onderscheiden’. En dat doet de Leonardoschool!

De Onderwijsraad gaf al in 2007 aan dat ‘het onderpresteren van hoogbegaafde leerlingen – ‘hoe hoger het IQ, hoe meer leerlingen onderpresteren’ veroorzaakt wordt door het ontbreken van een intellectueel klimaat, (weinig flexibel lesprogramma en weinig mogelijkheden om extra modules te volgen. Ook de klasgenoten zijn van invloed op de prestaties van (hoogbegaafde) leerlingen. Talentvolle leerlingen lijken zich te richten naar de prestaties van hun vrienden, bijvoorbeeld om niet buiten de boot te vallen. Een andere oorzaak ligt bij de ontwikkeling van disfunctionele leerstrategieën:  deze leerlingen vinden het lastig  zichzelf nog doelen te stellen, zelfdiscipline op te brengen en hebben soms een gebrek aan zelfvertrouwen. Dit is meetbaar in de VO adviezen: slechts 64% van de hoogbegaafde leerlingen krijgt een VWO advies.

Het SCP onderzoeksrapport van 2008 geeft aan dat slechts ‘9% van de docenten in het basisonderwijs vindt dat hoogbegaafde leerlingen op hun school voldoende worden uitgedaagd. Daarbij vindt slechts een kwart van de leerkrachten zichzelf capabel om hoogbegaafde leerlingen te helpen. Daar komt nog bij: slechts een kwart van de docenten is van mening dat de school voldoende aandacht besteed aan hoogbegaafden. De docenten noemen als redenen: (a) niet voldoenden leerkrachten voor begeleiding, (b) het ontbreken van kennis, (c) onvoldoende geld, (d) de zorg gaat uit naar andere schoolkinderen. Maar een kwart van de scholen heeft een plan van aanpak.’

En zo zijn er nog vele meer onderzoeken, ook van latere datum die het zelfde verhaal brengen.

En dan zegt de minister dat het de keuze van de ouders is om hun kind(eren) naar de Leonardoschool te doen.  Zo’n onderwijs systeem gun je toch geen enkel kind!

Jan Hendrickx heeft met zijn Leonardo concept een gat gevuld die veroorzaakt is door het onderwijssysteem in Nederland. Het is nu aan de minister om niet door te gaan met het wiel uitvinden voor deze kinderen. Dat heeft Jan Hendrickx, de Leonardo Stichting en met hun de ouders en  de teams allang gedaan.

Ik kreeg gisteren ook een negatief besluit over mijn verzoek aan de minster voor een speeddate over Leonardo onderwijs op de NOT deze week.

Ik wil echter toch dringend vragen of we samen met de Leonardo Stichting binnenkort toch eens om tafel kunnen om te bespreken of ze het Leonardo wiel niet wil lenen.  Sharon Dijksma gaf in het verleden ook al aan dat het Leonardo concept een mooie proeftuin was waar ze graag uit wilde plukken. Dat mag, maar laat de ouders dan niet de kosten hiervoor betalen.

Bron: Kamervragen bekostiging Leonardoscholen en zorgleerlingen.

Lees hier meer over Leonardo onderwijs.

Dorien Kok

Een overzicht van alle blog berichten is hier te vinden.

Nederlandse talenten: wel de start, maar niet de finish.

Om in het hoger onderwijs terecht te komen moet je eerst langs start: de basisschool. Daarna het Voortgezet Onderwijs.

Uit onderzoek is gebleken dat maar 16% van de Nederlandse talenten de finish haalt, oftewel een universitaire opleiding succesvol afsluit.
De rest haakt vroegtijdig af, in verband met ons huidige onderwijssysteem, dat niet gericht is op onderwijs aan getalenteerde en hoogbegaafde kinderen.

Dat er een link ligt met het huidige onderwijssysteem is denk ik wel bewezen door onderzoeken voor het basisonderwijs zoals van het AOB – 80% van de leerkrachten herkent een hoogbegaafd kind niet en een zelfde aantal leerkrachten weet niet wat het hoogbegaafde kind nodig heeft (2008)- en het recente gepubliceerde onderzoek van CNV Onderwijs over labelkinderen.

Het logisch gevolg van dat de overheid geen passend onderwijs biedt aan hoogbegaafden in Nederland is het ontstaan van de Leonardo scholen, voor basis onderwijs en voortgezet onderwijs (VO). Deze scholen bieden het spiegelbeeld aan onderwijs dat gegeven wordt aan kinderen die minderbegaafd zijn, oftewel het speciaal onderwijs.

Het gaat niet alleen om de technische mogelijkheden. Waar het ook om gaat is de inhoud, die er voor moet zorgen dat de student de VO opleiding zo passend ervaart dat hij of zij niet afglijdt van het VWO naar misschien wel de VMBO. Dat deze niet afhaakt omdat de manier van lesgeven niet hoort bij de manier van leren. Dat de studie een uitdaging is en de student niet 50% van de tijd niets te doen heeft, niet gemotiveerd en gestimuleerd wordt.

Er is sprake van groei op dit gebied, zoals door de Leonardo Colleges en de geplande 24 begaafdheidsprofiel scholen van de overheid zelf.

Deze andere manier van denken en doen voor getalenteerde leerlingen moet toch ook in het reguliere onderwijs opgepakt kunnen worden? We kunnen immers niet met zijn allen naar de Leonardo Colleges en de begaafdheidsprofiel scholen. Ze zijn ook niet overal voorhanden. Daarbij heeft elke Leonardo school een vast financieel tekort omdat passend onderwijs gewoon duurder is. Nu zijn het vaak de ouders die geld moeten regelen, via sponsoring of uit eigen portemonnee.

Op papier hebben we 4 onderwijsmodellen voor getalenteerde kinderen in het reguliere Voortgezet onderwijs: compacten en verrijken, individuele leerstoflijnen, VWO Plus programma’s en het Draaideurenmodel. In de praktijk hebben we een duidelijk gemis aan expertise, wil en inzet. Dit is echt specialistenwerk, daar moet je in investeren.

Leuke voorbeelden? Afdelingsleiders voor de brugklas die zeggen dat je met een IQ van 129 niet hoogbegaafd bent en daarom geen onderwijsaanpassingen nodig hebt en niet naar het VWO+ kan. Of een school die stopt met begaafdheidsprofiel school zijn omdat de leerkrachten geen zin hebben in extra’s voor leerlingen die er naar hun mening toch wel vanzelf komen, ze hebben toch talent? Oftewel: mensen die specialistisch werk moeten doen, maar absoluut geen specialist zijn op dit gebied.

Kijk daarom ook eens naar de onderwijspraktijk in de klassen, waar de werkelijke invulling van het stimuleren van talenten plaatsvindt. En kijk eens naar de vorming, oftewel de opleiding van de leerkrachten. Zij bepalen immers de praktijk.

Misschien kan voormalig landbouwminister Cees Veerman dit oppikken, nu hij is klaar is met de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel.

Dorien Kok

Een overzicht van alle bog berichten is hier te vinden.

Rondom labelkinderen

De uitzending van Rondom 10 gezien over labelkinderen? De basis voor die uitzending was een onderzoek van CNV Onderwijs.

De uitkomsten doen me denken aan een eerder onderzoek van de AOB, oftewel de Algemene Onderwijsbond.

Eerst maar eens herhalen wat men op de site van de NCRV zegt over het CNV onderzoek:
“ De overgrote meerderheid van het personeel in het basisonderwijs (62%) vindt het op zich een goede ontwikkeling dat kinderen een etiket krijgen wegens een probleem of stoornis.
Ook denkt het gros (72%) dat de extra zorg en aandacht voor labelkinderen een positieve invloed heeft op hun leven.
Vier op de vijf docenten (81%) vindt dat labelkinderen tot extra werkdruk leiden.
Ruim een derde van de leraren (37%) heeft zo veel probleemkinderen in de klas dat hun werk er onder lijdt.
De opleiding is een probleem: die bereidt onderwijspersoneel volgens bijna twee derde van de ondervraagden (63%) onvoldoende voor op de omgang met probleemleerlingen.
Het groeiend aantal kinderen dat medicijnen krijgt wegens leer- of gedragsproblemen, verontrust een deel van het onderwijspersoneel.
Een kwart (25%) meent dat gelabelde kinderen te snel medicatie krijgen.
Bijna twee derde van de onderwijzers heeft één of meer kinderen in de klas die medicijnen krijgen wegens probleemgedrag.
Het groeiend aantal ‘etikettenkids’ komt vooral doordat kinderen steeds meer prikkels krijgen, menen de ondervraagden.
Een andere verklaring voor de toename is dat docenten problemen en stoornissen eerder signaleren.
Ook de alsmaar ingewikkelder wordende samenleving en de groeiende druk op kinderen om te presteren spelen een rol.
Net als ouders die te weinig tijd en aandacht besteden aan hun kinderen.”

CNV Onderwijs is volgens de NCRV site blij met de resultaten van het onderzoek:
“ Voorzitter Michel Rog: ‘Het bewijst dat de bereidheid in de school om kinderen extra zorg te bieden, groot is. Maar het onderzoek toont ook aan dat leerkrachten steeds meer tegen de eigen grenzen oplopen.’ Rog pleit daarom juist voor meer investering in het basisonderwijs in plaats van aangekondigde bezuinigingen, zoals op begeleiders voor kwetsbare leerlingen.”

Het onderzoek van de AOB dateert van 2008 en ging alleen over hoogbegaafde kinderen: 80% van de leerkrachten herkent een hoogbegaafd kind niet en een zelfde aantal leerkrachten weet niet wat het hoogbegaafde kind nodig heeft. Dat is dus 4 van 5 leerkrachten!

Ik ben het volledig eens met de heer Rog dat er meer geïnvesteerd moet worden in het basisonderwijs. Niet alleen direct in de klas, maar vooral ook in de opleidingen van leerkrachten. Deze onderzoeken bewijzen ook maar weer eens dat het reguliere basisonderwijs niet is ingesteld op kinderen die anders zijn, die iets meer of iets anders nodig hebben. Wat wil je ook als je 30 kinderen in de klas hebt zitten!

Mijn aanbeveling is aanpassing van het opleidingstraject voor leerkrachten en kleinere klassen.
Nou snap ik dat ik niet de eerste en meteen ook niet de laatste ben die dit roept. Het wordt echter tijd dat men zich realiseert dat de huidige kinderen de toekomst van ons land bepalen.

Daarbij wil ik meteen aandacht vragen voor een ander idee: specialisten die in dienst zijn van een schoolbestuur.

Je kunt niet, zelfs na een aangepaste opleiding, van een leerkracht verwachten dat hij of zij overal specialist in is. Of dat een school voor elk soort probleem iemand in huis heeft.
Het zelfde geld voor de intern begeleiders (IB-ers).

Wat je wel kunt verwachten is dat een schoolbestuur de specialisten in dienst heeft. Als voorbeeld dyslexie, autisme, hoogbegaafdheid, ADHD experts die in dienst zijn van het schoolbestuur, eventueel in samenwerking met een ander schoolbestuur. Deze personen zijn op roulatie op scholen aanwezig en ondersteunen de leerkrachten en IB-ers.

Dat betekent dat de hulp niet afhankelijk is van rugzaktoekenning aan een kind, maar dat het schoolbestuur de expertise continue in huis heeft en er ook direct actie op gezet kan worden indien dit nodig is: juf belt “ ik red het niet”. De volgende dag is er hulp, dus voordat de boel uit de hand loopt. Daarmee ook geen administratieve rompslomp met lange aanvragen ed.

En dan nog even wat over het onderzoek zelf: het zijn geen etiket of label kinderen, het zijn kinderen met een zorgvraag. En daarbij: als de scholen beter ingesteld zouden zijn op dit soort kinderen zouden het mogelijk niet eens allemaal zorgkinderen zijn of zou het ook niet zo uit de hand lopen.

Het is helaas waar dat de alsmaar ingewikkelder wordende samenleving en de groeiende druk op kinderen om te presteren een rol speelt in het feit dat er steeds meer kinderen zijn met bijvoorbeeld de diagnose autisme. Het groeiend aantal ‘etikettenkids’ komt vooral doordat kinderen steeds meer prikkels krijgen, menen de ondervraagden. Wie zorgt hiervoor? Niet de kinderen zelf!
Leg de schuld daarvoor dus niet bij de kinderen.

Ook de artikel van NU.nl over de uitzending kan wel wat nuancering gebruiken:
“ Er zijn in bepaalde klassen van basisscholen zoveel scholieren die een leerprobleem of gedragsstoornis hebben, dat hun klasgenoten daar onder lijden.” Leg de schuld daarvan alstublieft ook bij de volwassenen, niet bij die kinderen. Dat lijden geldt ook voor de zorgkinderen, die geen passend onderwijs krijgen.

Vind je deze onderzoeken interessant, lees dan ook nog dit blog.

Dorien Kok

Een overzicht van alle blog berichten is hier te vinden.