Tagarchief: Leonardo Stichting

Antwoorden van de minister van Onderwijs

In december 2010 stelde VVD kamerlid Ton Elias kamervragen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart – over de bekostiging van Leonardoscholen en het benoemen van een leerling met hoog IQ als zorgleerling.

Gisteren,  24 januari 2011 gaf de minister antwoorden.

De aanleiding van Ton Elias om vragen te stellen hierover waren bezuinigingen op het Leonardo onderwijs van Stichting Primair Openbaar Onderwijs De Liemers.  Ouders kregen onverwacht,  vlak voor de feestdagen,  een dikke rekening voor het -normaal gesproken gratis – basisonderwijs dat hun hoogbegaafde kind, soms meer dan één,  volgt bij een van de Leonardoscholen die onder dit schoolbestuur vallen. Ook werd er gemeld dat de het onderwijs op deze Leonardoscholen vanaf 2011 alleen kan worden voortgezet wanneer ouders de veel hogere  – officieel vrijwillige – bijdrage gaan betalen. Kortom, of je betaald of je kind heeft geen school meer!

Leonardoscholen staan voor fulltime passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen, aangeboden op de manier waarop zij leren en denken. In Nederland zijn er nu 50 Leonardo basisscholen en 10 Leonardo Colleges.

De minister geeft in haar antwoord aan dat zij bekend is met het feit dat de  Stichting Primair Openbaar Onderwijs De Liemers aangeeft een structureel financieringstekort te hebben voor het Leonardo onderwijs.

Op de vraag: ‘deelt u de mening dat het onwenselijk is dat ouders een hoge eigen bijdrage moeten betalen voor Leonardo onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen?’ antwoord de minister dat ze het feit  dat ouders een hoge bijdrage ‘moeten’ betalen voor onderwijs niet wenselijk vindt. Echter: ‘maar ouders kiezen vrijwillig voor het Leonardo onderwijs en daarvan is bekend dat er een ouderbijdrage wordt gevraagd. ‘

De minister geeft aan meer geluiden te hebben ontvangen dat scholen die Leonardo onderwijs aanbieden moeite hebben om dit arrangement te financieren.

In het Regeerakkoord is € 30 miljoen toegezegd voor het aanbieden van passend onderwijs aan hoogbegaafden. De minister heeft het verzoek van Ton Elias ‘om eventueel een overbruggingsbudget uit het toegezegde budget van € 30 miljoen beschikbaar te stellen, in afwachting van het actieplan voor hoogbegaafde en excellente leerlingen die de Minister de Kamer voor 1 maart 2011 heeft toegezegd, voor die scholen die geconfronteerd worden met zodanige bekostigingsproblemen dat zij onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen niet langer kunnen bekostigen’ overwogen, maar niet overgenomen. De reden daarvoor is de volgende:  ‘het Leonardo concept wordt vrij strikt geformuleerd door de Leonardo stichting. Scholen kiezen zelf voor het Leonardo concept. Dat het concept een zware last drukt op het budget van de school, weet de school van te voren. Als de scholen de financiering dan moeilijk geregeld krijgen, is het niet aan de overheid om bij te springen. Scholen kunnen ook kiezen voor een minder kostbaar concept om hun hoogbegaafde leerlingen een passend aanbod te doen. Er zijn ook veel scholen die andere, minder kostbare arrangementen voor hun hoogbegaafde leerlingen organiseren’.

De minister zal haar plannen voor hoogbegaafden dit voorjaar in het actieplan presenteren. Ze loopt, zoals ze zegt, daar nu niet op vooruit door beschikbare middelen al uit te geven.

Op 15 december diende Ton Elias nog een aanvullende vraag in: ‘ hoe kijkt de minister aan tegen de gedachte om (Leonardo)leerlingen met een IQ boven de 130 te benoemen als zorgleerlingen en hen op dezelfde wijze te bekostigen als zwak begaafde leerlingen die binnen het regulier basisonderwijs met een vergelijkbare problematiek kampen?’  Het antwoord van de minister:  ‘een hoog IQ is niet altijd een reden tot zorg. Voor veel hoogbegaafde leerlingen is een aangepast arrangement wel een goede stimulans. Veel scholen bieden dat ook aan vanuit het concept van passend onderwijs. De meeste scholen vinden daartoe de financiële ruimte binnen de bestaande mogelijkheden. Leerlingen die een hoog IQ combineren met onderwijszorgbehoeften op een ander vlak komen op dit moment ook al in aanmerking voor aanvullende zorg.’  Kortom, de minister zie er niets in om alleen op basis van het IQ leerlingen tot zorgleerlingen te bestempelen en aanvullende bekostiging toe te kennen. ‘

Ik zal het maar meteen zeggen: ik ben het niet met de minister eens. Waarom?

Het Leonardo onderwijs is bedacht door onderwijsman Jan Hendrickx, die rond zijn pensioen bedacht dat hij in zijn onderwijs carrière – waarbij veel aandacht voor het minderbegaafde kind – iets compleet over het hoofd had gezien: het kind aan de andere kant van het ontwikkelingsspectrum: het hoogbegaafde kind.

Voor een kind met een IQ van 70 of minder ligt er een onderwijsverhaal waar geen mens aan zou knabbelen. De logica van het bestaan van deze scholen  is zo duidelijk. Maar de logica voor het tegenovergestelde onderwijs ligt er ook! Jan heeft dit omgezet in het Leonardo concept: fulltime passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. De praktijk heeft bewezen dat dit een schot in de roos was: in 3 jaar tijd 60 Leonardo scholen in Nederland.

Nou liep Jan tegen iets aan: de financiering. Speciaal onderwijs is immers duurder dan regulier onderwijs. Hij loste dit door te zeggen dat er bij elke Leonardoschool een Stichting Vrienden moest komen die het tekort van € 2500 per kind per jaar via sponsoring moet dekken.

En nu komt het hekele punt: niet elke school gebruikt die Stichting zoals deze bedoelt is. Wat is er namelijk handiger dan de ouders een factuurtje sturen voor het missende bedrag. Lekker makkelijk, geen moeilijk gedoe, de ouders betalen wel. Ze hebben dit onderwijs immers hard nodig voor hun kind!

Wat ik wrang vind in dit verhaal is dat de Liemers eigenlijk geen goed voorbeeld is van wat de bedoeling is met Leonardoscholen. Het CDA in Zevenaar heeft dit ook aangegeven naar het schoolbestuur.

De originele opzet van Jan Hendrickx is terug te zien hier in de regio Gooi en omstreken:

Vanuit een welwillend schoolbestuur Stichting Villa Primair, die duidelijk zag dat dit onderwijs nodig is omdat ze tot die tijd deze kinderen niet goed konden helpen. Die naast de Leonardoschool ook bezig is met de ontwikkeling van Plusklassen voor meerbegaafde kinderen voor al hun basisscholen. Het zelfde schoolbestuur dat via hun algemeen directeur Alex Peltekian zegt: ‘het Leonardo onderwijs is voor ons de proeftuin van hoe al het onderwijs in deze regio moet zijn.’  Van een Gemeente die via de wethouder onderwijs Liesbet Tijhaar aangaf dat ze een achterstand hadden op dit gebied van onderwijs en die daarom de portemonnee eigenlijk meteen trok. Van een team op Leonardo basisschool die kort al na de start kon aangeven dat de kinderen duidelijke hiaten hadden opgelopen in de reguliere basisscholen waar ze vandaan kwamen, dat het beeld dat de oude school van het kind hadden niet klopte. Van gelukkigere kinderen, ook al waren sommigen niet eens echt ongelukkig op de oude school. Van kinderen die nu gewoon in groep 4 zitten , maar in het reguliere onderwijs eigenlijk in groep 7 horen qua ontwikkelingsniveau. Van ouders die aangeven dat het nu wel goed gaat met hun kind.

Dit is hoe dit onderwijs gezien moet worden.

Op de Leonardoschool in Huizen hoeven de ouders geen grote bedragen te betalen, het enige wat ze betalen is een vrijwillige bijdrage voor het laptop gebruik van € 350 per jaar. Dat is inclusief verzekering en vervanging.

De Stichting Vrienden Leonardo onderwijs Gooi en omstreken, waar de school met het startende Leonardo College in Huizen, onder valt, werkt met alle ouders hard samen om het benodigde geld op tafel te krijgen via sponsoring.

Waarom kiezen ouders voor de Leonardoschool? Niet omdat ze perse geld uit willen geven. Nee, omdat ze iets willen dat het reguliere onderwijs – en ze hebben er echt met een loep naar gezocht – hun kind niet kan bieden wat het nodig heeft en ook niet gelukkig kan maken. De minister zegt: ‘ouders kiezen vrijwillig voor het Leonardo onderwijs en daarvan is bekend dat er een ouderbijdrage wordt gevraagd’.  Ja, ik heb bewust voor de Leonardoschool gekozen en zou willen dat het er voor mijn oudste kinderen en ook voor mijzelf was geweest. En nee, hier dus geen bijdrage voor de ouders.

We hebben het voor heel Nederland over gezinnen die verhuizen – familie, vrienden, werk en alles verder nog achterlatend om hun kind dat te geven wat het nodig heeft. Verhuizingen van Rotterdam naar Venlo (2007), van Groningen naar Huizen (2010). We hebben het over ouders die dagelijks veel reistijd kwijt zijn, wat hun hindert in hun werk. Die vele kosten maken voor het heen en weer rijden.  We hebben het over kinderen die anders mogelijk thuis zouden zitten, soms ongelukkig waren of zelfs letterlijk ziek werden van school. Over kinderen die onterecht een etiket ADHD en/of autisme krijgen en soms zelfs dus ook onterecht in het speciaal onderwijs belanden. We hebben het zelfs over kinderen die niet meer willen leven – en dat alles vanwege school?

We hebben het dus niet over een luxe keuze, maar een bittere noodzaak. Eigenlijk hebben de ouders geen keuze – ook al zegt de minister dat veel scholen dat ook aanbieden vanuit het concept van passend onderwijs. Nou hier in de regio dus niet! Ik kom niet verder dan wat particuliere Plusklassen – ook een portemonnee trekker voor ouders – of een enkele Plusklas in de school. Echter Plusklassen zijn voor meerbegaafde kinderen, niet voor hoogbegaafde kinderen! Je zet kinderen met een IQ van 70 of minder toch ook niet alleen maar een middagje in de week bij elkaar?

Zoals de toenmalige staatsecretaris OCW Sharon Dijksma in 2008 al aangaf: te weinig excellerende leerlingen komen tot hun recht. Het Nederlandse onderwijs is, naar woorden van het Innovatieplatform (IP juni 2005) ‘vooral gericht op het verkleinen van verschillen tussen mensen.’ Het platform vroeg daarbij aandacht voor de urgentie van de brede talenontwikkeling en pleitte voor meer ruimte voor differentiatie en maatwerk in het onderwijs, oftewel:  ‘Weet je te onderscheiden’. En dat doet de Leonardoschool!

De Onderwijsraad gaf al in 2007 aan dat ‘het onderpresteren van hoogbegaafde leerlingen – ‘hoe hoger het IQ, hoe meer leerlingen onderpresteren’ veroorzaakt wordt door het ontbreken van een intellectueel klimaat, (weinig flexibel lesprogramma en weinig mogelijkheden om extra modules te volgen. Ook de klasgenoten zijn van invloed op de prestaties van (hoogbegaafde) leerlingen. Talentvolle leerlingen lijken zich te richten naar de prestaties van hun vrienden, bijvoorbeeld om niet buiten de boot te vallen. Een andere oorzaak ligt bij de ontwikkeling van disfunctionele leerstrategieën:  deze leerlingen vinden het lastig  zichzelf nog doelen te stellen, zelfdiscipline op te brengen en hebben soms een gebrek aan zelfvertrouwen. Dit is meetbaar in de VO adviezen: slechts 64% van de hoogbegaafde leerlingen krijgt een VWO advies.

Het SCP onderzoeksrapport van 2008 geeft aan dat slechts ‘9% van de docenten in het basisonderwijs vindt dat hoogbegaafde leerlingen op hun school voldoende worden uitgedaagd. Daarbij vindt slechts een kwart van de leerkrachten zichzelf capabel om hoogbegaafde leerlingen te helpen. Daar komt nog bij: slechts een kwart van de docenten is van mening dat de school voldoende aandacht besteed aan hoogbegaafden. De docenten noemen als redenen: (a) niet voldoenden leerkrachten voor begeleiding, (b) het ontbreken van kennis, (c) onvoldoende geld, (d) de zorg gaat uit naar andere schoolkinderen. Maar een kwart van de scholen heeft een plan van aanpak.’

En zo zijn er nog vele meer onderzoeken, ook van latere datum die het zelfde verhaal brengen.

En dan zegt de minister dat het de keuze van de ouders is om hun kind(eren) naar de Leonardoschool te doen.  Zo’n onderwijs systeem gun je toch geen enkel kind!

Jan Hendrickx heeft met zijn Leonardo concept een gat gevuld die veroorzaakt is door het onderwijssysteem in Nederland. Het is nu aan de minister om niet door te gaan met het wiel uitvinden voor deze kinderen. Dat heeft Jan Hendrickx, de Leonardo Stichting en met hun de ouders en  de teams allang gedaan.

Ik kreeg gisteren ook een negatief besluit over mijn verzoek aan de minster voor een speeddate over Leonardo onderwijs op de NOT deze week.

Ik wil echter toch dringend vragen of we samen met de Leonardo Stichting binnenkort toch eens om tafel kunnen om te bespreken of ze het Leonardo wiel niet wil lenen.  Sharon Dijksma gaf in het verleden ook al aan dat het Leonardo concept een mooie proeftuin was waar ze graag uit wilde plukken. Dat mag, maar laat de ouders dan niet de kosten hiervoor betalen.

Bron: Kamervragen bekostiging Leonardoscholen en zorgleerlingen.

Lees hier meer over Leonardo onderwijs.

Dorien Kok

Een overzicht van alle blog berichten is hier te vinden.

‘Onderwijs hoogbegaafde kinderen onder druk’

Radio 1 Omroep MAX uitzending ’Twee dingen’:

‘Op Leonardoscholen wordt les gegeven aan hoogbegaafde kinderen. Maar het onderwijsconcept staat onder druk, want in tegenstelling tot speciaal onderwijs krijgt het Leonardo-onderwijs geen extra bijdrage van het rijk. Met Dorien Kok, moeder van drie hoogbegaafde kinderen, praten we over het belang van en de behoefte aan passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen.’

9 december 2010 Beluister de uitzending.

Dorien Kok

Een overzicht van alle blog berichten is hier te vinden.

Van H naar Beter

Je bent als ouder na jaren vechten voor je kind blij dat je eindelijk een school hebt gevonden waar je kind wel fulltime passend onderwijs kan krijgen. Maar dan blijkt er in de praktijk een probleem te zijn die het hele verhaal een plots en vervelend einde kan geven: het vervoer.

Dit probleem speelt in heel Nederland.

De kinderen waar het hier om gaat wonen in Hilversum, Weesp of zelfs verder zoals in Purmerend. Zij gaan per augustus naar een school in Huizen, de Leonardo school.
Daar start dan een nieuwe schoolafdeling die hun kind wel kan bieden wat al die andere scholen in hun eigen woonplaats niet konden.

Voor sommige ouders wordt dit mogelijk nog een verhaal zonder gelukkig einde. Ze lopen tegen problemen aan op het gebied van vervoer, waarbij ze dus hoopten op hulp van hun gemeentebestuur.

Helaas, waar bijvoorbeeld de gemeentes Venlo, Utrecht, Zwolle, Rotterdam, Sliedrecht en Zutphen ouders geholpen hebben is er in deze regio sprake van gemeentes die op nee staan voordat er ook maar een aanvraag leerlingenvervoer is ingediend.

Met dat slechte nieuws nog in hun oren hebben ouders de afgelopen vrijdagavond samen overlegd, voor een oplossing voor “ van Hier naar Beter”.

Het gaat om meerdere problemen, waarvan de meest simpele nog is: hoe kom ik ’s morgens om half 9 op 2 adressen te gelijk. Niet alle kinderen uit het gezin gaan naar de Leonardo school, dus is er sprake van dat ze om half negen op een school in hun woonplaats moeten staan, maar ook op de stoep van de Leonardo school in Huizen.

Een vader heeft aangeboden om 2 maal per dag met zijn auto heen en weer te rijden tussen Hilversum en Huizen. Daarbij mogelijk niet realiserend wat voor impact dat heen en weer rijden heeft. Een moeder uit Almere heeft die impact al ondervonden doordat ze een jaar lang, als tussenoplossing, in totaal 22.000 kilometer extra heen en weer reed tussen huis en school. Kosten: ruim € 4000. ’s Morgens in de file, daardoor vaak te laat op school. Niet naar school kunnen bij gladheid, zoals afgelopen jaar vaak gebeurde. Daarbij geen baan kunnen hebben omdat je aan het heen en weer rijden blijft, vooral op vrijdag als één kind nog wel ’s middags naar school moet en de andere niet. En zij is nog niet eens de recordhouder, dat is een moeder uit Rotterdam. Die had een zoon die naar Venlo moest voor passend onderwijs, op de Leonardo school daar. En wat als je zelf geen auto hebt?

Dat is dus eigenlijk geen oplossing. Wat dan wel: vergoeding van reiskosten, zodat de ouders het reizen kunnen betalen of samen een professionele oplossing kunnen betalen. Zoals eigenlijk normaal is voor kinderen die naar het passend onderwijs toe moeten reizen omdat het in hun eigen woonplaats niet voorhanden is.

Ik wil geen oordeel vellen over gemeentes die op nee staan. Ik wil wel dat ze nadenken over de impact die hun nee op de gezinnen heeft. Voor sommigen gezinnen zal dit namelijk betekenen dat ze toch nee moeten zeggen tegen de Leonardo school. En dat betekent dat de ouders hun kinderen terug moeten sturen naar een schoolsituatie waar hun kinderen niet gelukkig zijn en waar ze niet krijgen waar ze, net als ieder ander kind, recht op hebben: passend onderwijs.

Mocht je als lezer van dit stuk een oplossing weten of kunnen bieden voor dit probleem, mail me dan via dorien@i-carus.info.

Voor meer informatie over de Leonardo school: Leonardo Gooi en omstreken.

Dorien Kok

Een overzicht van alle blog berichten is hier te vinden.

Nederlandse talenten: wel de start, maar niet de finish.

Om in het hoger onderwijs terecht te komen moet je eerst langs start: de basisschool. Daarna het Voortgezet Onderwijs.

Uit onderzoek is gebleken dat maar 16% van de Nederlandse talenten de finish haalt, oftewel een universitaire opleiding succesvol afsluit.
De rest haakt vroegtijdig af, in verband met ons huidige onderwijssysteem, dat niet gericht is op onderwijs aan getalenteerde en hoogbegaafde kinderen.

Dat er een link ligt met het huidige onderwijssysteem is denk ik wel bewezen door onderzoeken voor het basisonderwijs zoals van het AOB – 80% van de leerkrachten herkent een hoogbegaafd kind niet en een zelfde aantal leerkrachten weet niet wat het hoogbegaafde kind nodig heeft (2008)- en het recente gepubliceerde onderzoek van CNV Onderwijs over labelkinderen.

Het logisch gevolg van dat de overheid geen passend onderwijs biedt aan hoogbegaafden in Nederland is het ontstaan van de Leonardo scholen, voor basis onderwijs en voortgezet onderwijs (VO). Deze scholen bieden het spiegelbeeld aan onderwijs dat gegeven wordt aan kinderen die minderbegaafd zijn, oftewel het speciaal onderwijs.

Het gaat niet alleen om de technische mogelijkheden. Waar het ook om gaat is de inhoud, die er voor moet zorgen dat de student de VO opleiding zo passend ervaart dat hij of zij niet afglijdt van het VWO naar misschien wel de VMBO. Dat deze niet afhaakt omdat de manier van lesgeven niet hoort bij de manier van leren. Dat de studie een uitdaging is en de student niet 50% van de tijd niets te doen heeft, niet gemotiveerd en gestimuleerd wordt.

Er is sprake van groei op dit gebied, zoals door de Leonardo Colleges en de geplande 24 begaafdheidsprofiel scholen van de overheid zelf.

Deze andere manier van denken en doen voor getalenteerde leerlingen moet toch ook in het reguliere onderwijs opgepakt kunnen worden? We kunnen immers niet met zijn allen naar de Leonardo Colleges en de begaafdheidsprofiel scholen. Ze zijn ook niet overal voorhanden. Daarbij heeft elke Leonardo school een vast financieel tekort omdat passend onderwijs gewoon duurder is. Nu zijn het vaak de ouders die geld moeten regelen, via sponsoring of uit eigen portemonnee.

Op papier hebben we 4 onderwijsmodellen voor getalenteerde kinderen in het reguliere Voortgezet onderwijs: compacten en verrijken, individuele leerstoflijnen, VWO Plus programma’s en het Draaideurenmodel. In de praktijk hebben we een duidelijk gemis aan expertise, wil en inzet. Dit is echt specialistenwerk, daar moet je in investeren.

Leuke voorbeelden? Afdelingsleiders voor de brugklas die zeggen dat je met een IQ van 129 niet hoogbegaafd bent en daarom geen onderwijsaanpassingen nodig hebt en niet naar het VWO+ kan. Of een school die stopt met begaafdheidsprofiel school zijn omdat de leerkrachten geen zin hebben in extra’s voor leerlingen die er naar hun mening toch wel vanzelf komen, ze hebben toch talent? Oftewel: mensen die specialistisch werk moeten doen, maar absoluut geen specialist zijn op dit gebied.

Kijk daarom ook eens naar de onderwijspraktijk in de klassen, waar de werkelijke invulling van het stimuleren van talenten plaatsvindt. En kijk eens naar de vorming, oftewel de opleiding van de leerkrachten. Zij bepalen immers de praktijk.

Misschien kan voormalig landbouwminister Cees Veerman dit oppikken, nu hij is klaar is met de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel.

Dorien Kok

Een overzicht van alle bog berichten is hier te vinden.

PVDA: “hoogbegaafde kinderen kosten klauwen vol geld.”

Ouders van hoogbegaafde kinderen hebben samen online onderzoek gedaan naar de politieke positie van hun kind in het onderwijs.

Een inventarisatie van de meningen van politieke partijen over onderwijs aan hoogbegaafde kinderen en specifiek over Leonardo scholen levert een duidelijk plaatje op over hoe de mening van de partijen daarover is.

Ter verduidelijking: Leonardo scholen, een snelgroeiende concept en succesvolle onderwijsformule, bieden hoogbegaafde kinderen op de basisschool en in het voortgezet onderwijs fulltime passend onderwijs, aangeboden op de manier die bij hun past: top down. Het normale schoolprogramma wordt zo samengevat (“compacten”) dat er ruimte is voor heel veel extra vakken. Wat in 2007 begon met één school in Venlo is gegroeid naar het komend schooljaar 80 scholen in heel Nederland. Het einddoel is landelijke dekking.

De Leonardo scholen, of beter gezegd afdelingen, wonen in bij een reguliere school.

Meest opvallend is de mening van de PVDA, die hun campagne voert onder de leus: “Iedereen telt mee.” Met de woorden van de PVDA leider Job Cohen: “Ik wil ons land sterker en fatsoenlijker maken, een land waarin iedereen meedoet en meetelt.”

Helaas hebben we na dit onderzoek moeten concluderen dat bij de PVDA niet echt iedereen meetelt, bijvoorbeeld het hoogbegaafde kind.

Het begint nog hoopvol: een PVDA beleidsmedewerker onderwijs van de Tweede Kamerfractie van de PvdA gaf aan dat ons onderwijs teveel is afgestemd op het gemiddelde kind. Het doet daarom vaak geen recht aan zowel zwakbegaafde als hoogbegaafde leerlingen. De PVDA staat naar zeggen sympathiek tegenover de Leonardo Stichting omdat het de problematiek rond het onderwijs voor hoogbegaafden onder de aandacht brengt.

Daar zit echter een grote maar aan. Citaat: “het zou echter klauwenvol geld kosten om zelfstandige schooltjes met kleine klasjes voor hoogbegaafden op te richten en in alle eerlijkheid moeten we zeggen dat de PVDA, ondanks dat juist de PVDA wil investeren in het onderwijs, zoiets niet kan waarmaken. Dat zou ook in strijd zijn met de PVDA gedachte: “Samen waar het kan, apart waar het moet”. De PVDA ziet het in dit verband eerder zitten om reguliere basisscholen ook passend onderwijs voor hoogbegaafden te laten bieden. Dat kan dan betekenen dat sommige vakken samen en andere vakken apart worden aangeboden.”

Daarnaast is de Leonardo Stichting volgens de PVDA natuurlijk een heel waardevol initiatief als bron van expertise voor de reguliere scholen.

In het eerste stukje blijkt al dat de PVDA eigenlijk niet eens weet wat Leonardo onderwijs is. Zoals eerder gezegd zijn Leonardo scholen geen kleine zelfstandige schooltjes, de Leonardo afdelingen wonen bij een reguliere school in. Kinderen kunnen op schoolpleinen mixen en spelen met elkaar. 
Alleen in de klas moet het gescheiden zijn omdat een hoogbegaafd kind lesstof op een andere wijze moet aangeboden krijgen (topdown) om dat te kunnen opnemen en dat sluit niet aan met regulier onderwijs. De kloof met leeftijdsgenoten kan ook erg groot zijn.

Sharon Dijksma, PVDA staatssecretaris van Onderwijs in het kabinet Balkenende IV, heeft een hele duidelijke mening over het Leonardo onderwijs. In gewoon Hollands vertaald zegt ze in een brief aan een ouder: ouders moeten niet denken dat hun kinderen bijzonder genoeg zijn voor speciaal onderwijs. Plusklasjes zijn meer dan genoeg… Bovendien was er al door de overheid geïnvesteerd in hoogbegaafdheid middels de steun aan een onderzoek in Nijmegen met betrekking tot de doeltreffendheid van Leonardo onderwijs. Waarop je dan denkt: wat valt er nog te onderzoeken als de scholen zich door geldgebrek niet staande kunnen houden? En die Plusklasjes, die eigenlijk bedoelt zijn voor meerbegaafde kinderen, die worden toch meestal particulier door de ouders zelf betaald?

Ik denk dat de PVDA de bedoeling van het Leonardo onderwijs nog niet heeft begrepen als ik een nee hoor, terwijl het PVDA onderwijsmotto “Samen waar het kan, apart waar het moet” is.
Ik verwijs de PVDA graag naar: “Waarom speciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen”

De PVDA meent ook dat “de Leonardo Stichting natuurlijk een heel waardevol initiatief is als bron van expertise voor de reguliere scholen”.
Erg cru dat de expertise voor alle scholen in Nederland in de praktijk betaald wordt door sponsoren die gevonden zijn door de ouders van de hoogbegaafde kinderen op de Leonardo school en ook door die ouders zelf.
Wat nog geen zekere toekomst heeft trouwens gezien het artikel in de Trouw van 22 mei jongstleden “Scholen voor bollebozen in geldnood”.

Het betalen van expertise in scholen lijkt me eerder een punt van de overheid. Dat gebeurt voor andere kinderen immers ook via Regionale Expertise Centra (REC). Bijvoorbeeld REC-4, waar ook veel ouders van hoogbegaafde kinderen aanbellen in verband met gedragsproblemen bij hun kinderen, gedragsproblemen die hoogbegaafde kinderen kunnen ontwikkelen ten gevolge van niet passend onderwijs. Er zitten ook hoogbegaafde kinderen in het speciaal onderwijs die er niet thuis horen omdat ze alleen maar hoogbegaafd zijn en het niet meer trokken dat ze letterlijk de helft van de schooltijd niets te doen hebben of leerstof krijgen die ze al jaren beheersen.

Er is een grens aan wat haalbaar is voor een school en een leerkracht. Daarom bestaan er door de overheid volledig gesteunde speciaal onderwijsscholen voor minderbegaafde kinderen. Dat 80% van de leraren het ook niet weten voor een hoogbegaafd kind is ook uit onderzoek gebleken.

Leonardo onderwijs is het tegenovergestelde van het onderwijs voor minderbegaafde kinderen en verdient daarom het zelfde respect als het onderwijs van die kinderen. De betaling van dit onderwijs kan daarom ook op dezelfde wijze gebeuren.

Ik raad de PVDA aan zich eens bij te lezen over dit onderwerp.

Welke partijen hebben wel aandacht voor het hoogbegaafde kind en het Leonardo onderwijs?

De SP vind Leonardo en plusklassen prima, maar zou liever meer geld hebben naar onderwijs in plaats van overhead en denkt dat Leonardo klassen gevolg zijn van regulier onderwijs dat niet in staat is om aandacht te bieden aan ieder individueel kind. Anders gezegd: het passend onderwijs in Nederland is niet passend. Jasper van Dijk, woordvoerder Onderwijs van de Tweede Kamerfractie: “We 
richten ons op goed onderwijs voor iedereen. We maken circa anderhalf
miljard Euro extra vrij voor onderwijs. Dat geld gaan we stoppen in meer
 docenten, minder werkdruk en groepsverkleining. Uit ons eigen onderzoek
 onder ruim 3000 leerkrachten blijkt dat leerkrachten op zich veel plezier 
in hun vak hebben, maar zich belemmerd voelen door de omstandigheden. Daar
wil de SP aandacht voor: omstandigheden verbeteren, de werkdruk omlaag en
 de klassen verkleinen. Hierdoor komt er ruimte voor aandacht voor elk
 kind.”
Verder: “Passend Onderwijs als idee is prachtig, maar
 door de bezuinigingen zijn de klassen al te groot. Als dan ook nog 
bezuinigd wordt op het Speciaal Onderwijs en kinderen die extra aandacht 
nodig hebben in gewone klassen erbij komen, wordt de druk op leerkrachten
enorm. Leerkrachten maken zich daar grote zorgen over en wij ook. 

Je vraagt zo ook nogal wat van een leerkracht! De praktijk op school, in
 de klas is een andere dan de praktijk die op papier geschetst wordt…’” Zie ook Passend onderwijs past niet.

Goed onderwijs moet er inderdaad zijn voor iedereen. De Leonardo scholen zijn ontstaan omdat er geen aandacht was voor deze kinderen. Ook deze kinderen met een hoog leervermogen hebben het recht om zich in een uitdagende leeromgeving zonder belemmeringen en in hun eigen tempo kunnen ontwikkelen. En de praktijk op de Leonardo scholen bewijst dat deze vorm van onderwijs voor hun passend is. Dit zal het reguliere onderwijs nooit kunnen bieden. Ook niet passend onderwijs voor het minderbegaafde kind.

Van D66 geen mailreactie. D66 zegt op de site: “D66 wil optimale talentontwikkeling en diversiteit in het onderwijs. Ieder individu moet zich op zijn eigen niveau, op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo kunnen ontwikkelen. Mensen hebben verschillende talenten en verschillende capaciteiten. D66 wil startverschillen minimaliseren en talentontwikkeling optimaliseren. Dat vraagt om maatwerk.”
Bedoelen ze dan ook dat ze Leonardo onderwijs als speciaal onderwijs zouden willen aanmerken?

Het CDA heeft het onderwijs aan hoogbegaafden ook op de agenda staan.
Ik citeer: “Het CDA hecht veel waarde aan vormen van passend onderwijs, zowel voor moeilijk lerende kinderen als voor hoogbegaafde kinderen. Op onze kandidatenlijst hebben we iemand staan die de afgelopen jaren speciale aandacht heeft besteed aan passend onderwijs, en dat de komende vier jaar ook weer wil gaan doen. Dit is Kathleen Ferrier. Ze staat op plaats 19.”
De Tweede Kamer fractie van het CDA heeft twee werkbezoeken aan een Leonardo afdeling gebracht. De CDA bezoekers hebben zich openlijk uitgesproken over de financiering van het Leonardo onderwijs, alleen het hoe bleef een vraagteken. Helaas hebben alle kabinetten Balkenende nog niets concreets opgeleverd voor deze kinderen.

GroenLinks antwoord: “Leonardo scholen worden door het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur helaas niet als speciaal onderwijs gezien, omdat er wordt gezegd dat hoogbegaafde leerlingen ook naar reguliere scholen kunnen gaan. Dit vinden wij onacceptabel aangezien veel talent verloren gaat en kinderen in de problemen komen. Wij willen juist dat deze scholen een erkenning krijgen, zodat ze ook gesubsidieerd kunnen worden. Ons standpunt is dan ook dat er geïnvesteerd moet worden in Leonardo scholen.”

De VVD is het meest positief voor het hoogbegaafde kind:
“De VVD is zeker voor deze speciale vorm van fulltime passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. Ons Kamerlid Ineke Dezentje Hamming steunt zelfs de Leonardo Stichting en heeft zich al eens uitgelaten dat het ministerie zou moeten opschieten om het te erkennen, zodat leerlingen die naar zo’n school moeten in aanmerking komen voor leerlingenvervoer. Op haar website kunt u meer informatie lezen. ”
Ineke Dezentje Hamming staat op plaats 14 op de verkiezingslijst bij de VVD.

Er is dus via de laatste genoemde partijen nog hoop voor het hoogbegaafde kind, alleen niet bij de PVDA.

Graag dus zo snel mogelijk om tafel met zijn allen. De ouders zijn er klaar voor!

Dorien KokEen overzicht van alle blog berichten is hier te vinden.

Het verhaal van Imme Kors

Imme Kors is een 9 jarig meisje met een verhaal. Een verhaal over hoogbegaafdheid.

In deel 5 van de 13-delige televisieserie Van 0 tot 23 laat Jamaine van der Vegt zien wat het verhaal van Imme is.

De familie Kors had het best moeilijk voordat duidelijk werd wat er met hun oudste dochter Imme aan de hand was: zij is hoogbegaafd.

Imme is zit sinds dit schooljaar op een andere school: de Leonardoschool.

Jamaine mocht een middagje mee en zag wat een bijzondere school dit is! De kinderen op een Leonardoschool krijgen leerstof aangeboden, die bij hun interesse en intelligentie past. Ze krijgen bijvoorbeeld al heel vroeg Engels en Spaans. Ook krijgen ze vakken als filosofie, informatica, wiskunde, schaken en dammen. Ze krijgen dat wel op een heel andere manier dan op een gewone basisschool.

Jamaine: “Als je hoogbegaafd bent dan sta je wel echt heel anders in de wereld Je bent niet alleen heel intelligent, maar je ziet de dingen anders. Dat kan Imme zelf heel goed vertellen!”

Dat doet ze dus ook in dit programma, dat dit voorjaar uitgezonden wordt door TV Rijnmond en TV West.

De Leonardoschool van Imme is voor kinderen van 6 tot met 12 jaar en is onderdeel van expertisecentrum Het Pluspunt in Oud-Beijerland. Imme en de andere kinderen van deze Leonardoschool krijgt de leerstof aangeboden op een die aansluit bij de behoeften van deze leerlingen.

Het Pluspunt is één van vele Leonardoscholen die in Nederland gestart zijn. Het passend onderwijs concept voor hoogbegaafde kinderen komt van de Leonardo Stichting.

De uitzending is online te bekijken via Van 0 tot 23.

Dorien Kok
http://DorienKok.nl

Een overzicht van alle blog berichten is hier te vinden.

Laat dat kind toch spelen

De juf houdt stug vol dat je kind te weinig speelt, geen belangstelling heeft voor de poppenhoek bijvoorbeeld. Je kind oogt volgens haar nog erg jong, heeft geen aansluiting met de rest van de kleuters. Je kind doet ook niet goed mee in de kring, zegt nooit wat en toont ook geen belangstelling. Misschien maar een extra jaar kleuteren dan. Ieder kind moet toch spelen!

Het kan zijn dat dit kind inderdaad nog een jaar moet kleuteren. Het tegenovergestelde kan echter ook het geval zijn:
hoogbegaafdheid is een woord die we eigenlijk pas vanaf de leeftijd van 6 jaar gebruiken. Tot die tijd spreekt men meestal van een ontwikkelingsvoorsprong. Het kan namelijk iets tijdelijks zijn. Een kind met een bepaalde ontwikkelingsvoorsprong hoeft niet altijd voor te blijven, in vergelijking met leeftijdsgenoten. Onderzoek wijst uit dat de voorsprong meestal niet maar tijdelijk is. Meestal is er sprake van een constante in de ontwikkeling (onderzoek Cahan & Gejman, 1993).

Het is gewoon een feit dat sommige kinderen zich sneller ontwikkelen dan dat de kalender bij kan houden. Officieel is het kind volgens het aantal verjaardagen pas vier jaar, maar eigenlijk is het 6 jaar. Wat niet wil zeggen dat het op elk gebied de 6 jaar is, motorisch is het kind misschien gewoon wel 4 jaar.

Zo’n kind stroomt in groep 1 dus niet binnen op het niveau van elke andere kleuter die begint op school. Er kan een voorsprong van een jaar, misschien wel 2 liggen. Het kind overstijgt altijd het niveau van de groep en zal ook nooit de feitelijke 10 schoolmaanden voor de lesstof van dat jaar nodig hebben. Dit kan ook tot gevolg hebben dat er geen sociale aansluiting is bij de leeftijdsgenoten. Er zijn geen raakvlakken en school zal deze ook nooit bereiken. Wat er dus kan gebeuren is dat een kind na 4 schooljaren, met de leeftijd van 8 jaar, eigenlijk klaar is met de basisschool.

Rob Brunia heeft vanuit onderzoeksgegevens een mooie grafiek gemaakt, die dit ook laat zien.

Rob Brunia

Als we dan even terug gaan naar de 1e kleuterklas, met 4 jaar, dat is het echt duidelijk nodig dat er anders naar kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong gekeken wordt. Dus niet alleen naar de kalender leeftijd, maar ook naar de ontwikkelingsleeftijd.

En op zich is het natuurlijk ontzettend leuk om te spelen met de andere kleuters, maar misschien wordt het ook tijd dat men beseft dat bezig zijn met sommen, lezen en schrijven hun manier van spelen is. En dat je soms niet naar leeftijd moet kijken voor de juiste sociale contacten.

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info