Tagarchief: kleuter

Een lief meisje

Een lief, maar ook pittig meisje gaat met 4 jaar naar school. Ze kan dan al lekker lezen en schrijven, wat door de ouders wordt aangegeven bij de start. Helaas wordt hier niet op ingespeeld. School geeft na enige tijd aan dat ze onoplettend is. Ze kan de aandacht er maar niet bij houden. Wat is er aan de hand. School vindt dit steeds problematischer worden, geeft aan dat er naar gekeken moet worden.

Uiteindelijk valt er een woord: ADD.

Onderzoek bevestigd dat het meisje inderdaad onoplettend is op school. Thuis is ze er ook niet altijd bij met haar hoofd, ze is erg “stoffig”. Conclusie: ADD oftewel een aandachtstekort stoornis, medicatie is mogelijk. Ouders willen het beste voor hun kind en stemmen hier in toe.

In de jaren hierna gaat het steeds slechter met dit meisje. De diagnose wordt aangevuld met PDD-nos (autisme) en ODD (oppositioneel opstandig gedrag), de medicatie wordt verhoogd. Ze lijkt steeds meer problemen te krijgen met de wereld om haar heen en wordt verbaal en lichamelijk agressief.

In haar jaren op het voortgezet onderwijs trekken de ouders het niet meer. Er wordt een paar maal gesproken over uit huis plaatsing. Het meisje wil dit niet en wordt angstig van de gedachte hieraan. Het hele gezinsleven draait om de dochter, de andere kinderen hebben er knap onder te lijden. Ook onder de agressie van hun zus.

Als het meisje 16 is gebeurt er wat. Ze stopt met haar medicijnen. Ze wil die niet meer.

En dan gebeurt er iets vreemds: de agressie verdwijnt. De wolk aan mist om haar hoofd is weg, zoals ze het zelf zegt. Was er dan toch iets anders aan de hand? Ja, de ouders waren in de val getrapt die er rond hoogbegaafdheid ligt. Gecombineerd met problemen ten aanzien van prikkelverwerking (sensorische integratie), wat vaker bij hoogbegaafde kinderen voor komt.

Als een kind hoogbegaafd is, maar niet dat op school krijgt wat het nodig heeft, daarbij ook niet aangeboden op de manier waarop het denkt en leert, dan kunnen er gedragsproblemen ontstaan. Bij jongens lijkt dit vaak op ADHD, bij meisjes vaker op autisme. Omgekeerd of beide komt ook voor.

In de praktijk betekent deze diagnosestelling dat de oorzaak van de gedragsproblematiek in het kind gelegd wordt. Vaak na aangeven van school. Het is voor school logischer om de oorzaak van gedragsproblemen in het kind te leggen. Dat het aan de school (omgeving) kan liggen, dat kwartje valt meestal niet.

Dat doen leerkrachten niet expres. Gebrek aan expertise op dit gebied, bij zichzelf, in de school, bovenschools, de leerkrachtenopleidingen, maar ook bij de Expertise Centra, kan ook bijna niet leiden tot een andere conclusie dan dat het aan het kind moet liggen.

Ouders gaan vaak mee in dit verhaal omdat ze niet beter weten, alhoewel er nu meer informatie is over hoogbegaafdheid dan zo’n 10 jaar geleden. Zij zijn immers niet de experts. Als mijn kind maar geholpen wordt. Met een diagnose is er tenminste kans op een ‘rugzak’ en dus op hulp. Wat zij en ook school zich niet realiseren dat de hulp gebaseerd is op problematiek IN het kind, terwijl de oorzaak vaak ook BUITEN het kind ligt. De hulp zal dan ook niet aanslaan en verergering van de gedragsproblemen kan het gevolg zijn.

Voor de toekomst kan en moet dit anders:

  • De medische en school experts moeten zich beter realiseren dat gedragsproblematiek ook voort kan komen uit de omgeving.
  • Autisme en ADHD experts moeten zich gaan bijscholen op het gebied van hoogbegaafdheid of er experts bij halen op dit gebied. Hoogbegaafdheid is namelijk net zo’n expertise als autisme en ADHD.
  • Men moet zich realiseren dat het onderzoek breder moet. Als ouders, vaak op aandringen van school, bij gedragsproblemen van hun kind een autisme/ADHD centrum binnen lopen dan is het niet goed dat er alleen uitgangen zijn die leiden tot de conclusie autisme en/of ADHD.
  • Leraren opleidingen moeten een inhaalslag maken op het gebied van het onderwijzen van toekomstige onderwijzers op het gebied van hoogbegaafdheid. Het basisniveau van waaruit iemand onderwijzer kan worden moet worden opgeschaald naar VWO niveau.
  • Scholen moeten investeren in bijscholing en Plusklassen. Daar moeten ze experts voor in huis halen.

De juiste route voor het kind is eerst begaafdheidsonderzoek te laten doen door een begaafdheidsspecialist. Dan bij geconstateerde hoogbegaafdheid het onderwijs passend maken, al is daar een schoolwissel voor nodig. Mochten er na het aanbieden van continue passend onderwijs nog steeds gedragsproblemen zijn dan kunnen er ook nog andere oorzaken zijn, zoals sensorische integratie problematiek (prikkelverwerking), executieve functies die extra aandacht behoeven, voeding etc.  De psychiatrie is dus niet een standaard startpunt.

Dorien Kok

Een overzicht van alle blog berichten is hier te vinden.

Dag van de Hoogbegaafdheid

Aanstaande zaterdag is het weer zover. Om de woorden van het Matilda Fonds (voorheen Fonds Hoogbegaafdheid) te gebruiken: het is dan dé dag waarop hoogbegaafdheid centraal staat in heel Nederland.

Het is alweer de 8e keer dat de Dag georganiseerd wordt. Met ingang van dit jaar wordt de Dag georganiseerd door Mind in Development, omdat de belangstelling met het jaar groeit.

Deze Dag is draait om het gericht geven van informatie over wat hoogbegaafdheid eigenlijk is en welke aspecten bij hoogbegaafdheid een rol kunnen spelen. Daarbij is het ook een Dag vol activiteiten en interessante zaken voor ‘ervaren’ hoogbegaafden. Een uitgebreid aanbod in workshops, lezingen en andere interessante activiteiten zullen garant staan voor een geslaagde dag. Kortom, een Dag voor iedereen die, vanuit professie of voor zichzelf, iets met hoogbegaafdheid heeft.

De toegangsprijs tot de Dag bedraagt € 7,50 per persoon, inclusief koffie en thee. Hiermee heeft u toegang tot het algemene gedeelte van de Dag, de stands, de kosteloze activiteiten en de geplande activiteiten tijdens de middagpauze. De prijzen voor de deelname aan de workshops en lezingen worden door de professionals zelf vastgesteld. Bekijk het programma op hoogbegaafdheid.net. Het is aan te bevelen zich voor de workshops vast aan te melden. Dat kan via de website.

De Dag van de Hoogbegaafdheid vindt plaats op zaterdag 29 mei 2010, locatie: Olympus College – Olympus 11 te Arnhem. Van 10.00 uur (koffie en thee vanaf 9.15 uur) tot 17.00 uur bent u van harte welkom.

Vergeet u niet het Bart Simpson T-shirt?

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

Reken even mee

Autisme komt voor bij 0,6 tot 1 procent van de Nederlandse bevolking.

Voor ADHD gaat men uit van ongeveer 3 procent.

Hoogbegaafdheid komt bij 2 tot 3 procent van de bevolking voor.

Even rekenen, met als basis 16 miljoen Nederlandse mensen:
Autisme 90.000 tot 160.000 mensen
ADHD 480.000 mensen
Hoogbegaafdheid 320.000 tot 480.000 mensen

Een combinatie van autisme en hoogbegaafdheid komt op papier voor bij 1.800 tot 4.800 mensen, van de 16 miljoen inwoners die Nederland telt.

Een combinatie van ADHD en hoogbegaafdheid komt op papier voor bij 6.400 tot 14.400
mensen, van de 16 miljoen inwoners die Nederland telt.

Een combinatie van deze 3 hier, autisme, ADHD en hoogbegaafdheid, komt dus op papier uitgerekend bij maximaal 144 mensen voor, van de 16 miljoen inwoners die Nederland telt.

Voor zestien miljoen mensen heb ik het dus over volwassenen én kinderen.

Als je het technisch bekijk zou het op papier per provincie verdeeld om 12 volwassenen en kinderen per provincie gaan.

Kan iemand mij vertellen hoe het mogelijk is dat ik alleen al 10 kinderen ken die de diagnoses autisme én ADHD hebben en die ook hoogbegaafd zijn? En dat die allemaal in mijn regio, en dus niet eens in de gehele provincie wonen? Volwassenen met die combinatie ken ik trouwens niet.

Dit kan toch niet?

Er zijn kinderen in Nederland die hoogbegaafd zijn en die daarbij ook terecht een diagnose hebben.

Als je echter de papieren cijfers vergelijkt met de werkelijke praktijk aan diagnoses en vaststellingen in dit land is er iets gigantisch mis op het gebied van hoogbegaafde kinderen.

Zou dit komen omdat ieder kind die gedragsproblemen heeft automatisch bekeken wordt alsof het ADHD en/of autisme heeft?

Een kind kan ook (ernstige) gedragsproblemen vertonen omdat het niet uitgedaagd wordt op school, omdat het uit vervelingsellende de hele dag zit te tellen hoeveel dropjes de meester die dag heeft gegeten (officieel mag je niet eens snoepen in de klas) en daar een jaarverslag van gaat maken? Die zich dus niet concentreert op de les en die ook niet stil kan zitten in de klas?

Of wat met een kind die zich terugtrekt uit de groep omdat het anders is dan de rest, ook niet de zelfde interesses heeft als de klas en hij het huidige lesprogramma al 2 jaar beheerst. Is ook knap lastig als de klas in de pauzes steeds gaat voetballen terwijl jij het wil hebben over de planeten, wat wel jouw ding is.

De gedragsproblemen komen dan niet vanuit het kind , maar uit de niet passende (onderwijs)omgeving.

Wordt het niet eens tijd dat het automatisch naar ADHD en autisme wijzen als oorzaak van gedragsproblemen gestopt wordt en er ook eens naar de omgeving gekeken wordt als mogelijke oorzaak van de gedragsproblematiek? Het probleem zit namelijk niet altijd in het kind zelf.

Voor een hoogbegaafd kind is de route gewoon anders. Laat bij een vermoeden van hoogbegaafdheid er eerst eens een hoogbegaafdheidexpert naar kijken. Pas daarna de onderwijsomgeving aan zodat het onderwijs passend wordt. Is dat geregeld en zijn er nog steeds gedragsproblemen? Dan is het pas tijd om de hoek van ADHD en autisme in te gaan. Eerder niet.

Scheelt ook in het special onderwijs, daar zitten er velen onterecht. En de aanpak – ook in het reguliere onderwijs, gericht op ADHD en autisme slaat bij die kinderen niet aan. Hoe zou dat nou komen!

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

Laat dat kind toch spelen

De juf houdt stug vol dat je kind te weinig speelt, geen belangstelling heeft voor de poppenhoek bijvoorbeeld. Je kind oogt volgens haar nog erg jong, heeft geen aansluiting met de rest van de kleuters. Je kind doet ook niet goed mee in de kring, zegt nooit wat en toont ook geen belangstelling. Misschien maar een extra jaar kleuteren dan. Ieder kind moet toch spelen!

Het kan zijn dat dit kind inderdaad nog een jaar moet kleuteren. Het tegenovergestelde kan echter ook het geval zijn:
hoogbegaafdheid is een woord die we eigenlijk pas vanaf de leeftijd van 6 jaar gebruiken. Tot die tijd spreekt men meestal van een ontwikkelingsvoorsprong. Het kan namelijk iets tijdelijks zijn. Een kind met een bepaalde ontwikkelingsvoorsprong hoeft niet altijd voor te blijven, in vergelijking met leeftijdsgenoten. Onderzoek wijst uit dat de voorsprong meestal niet maar tijdelijk is. Meestal is er sprake van een constante in de ontwikkeling (onderzoek Cahan & Gejman, 1993).

Het is gewoon een feit dat sommige kinderen zich sneller ontwikkelen dan dat de kalender bij kan houden. Officieel is het kind volgens het aantal verjaardagen pas vier jaar, maar eigenlijk is het 6 jaar. Wat niet wil zeggen dat het op elk gebied de 6 jaar is, motorisch is het kind misschien gewoon wel 4 jaar.

Zo’n kind stroomt in groep 1 dus niet binnen op het niveau van elke andere kleuter die begint op school. Er kan een voorsprong van een jaar, misschien wel 2 liggen. Het kind overstijgt altijd het niveau van de groep en zal ook nooit de feitelijke 10 schoolmaanden voor de lesstof van dat jaar nodig hebben. Dit kan ook tot gevolg hebben dat er geen sociale aansluiting is bij de leeftijdsgenoten. Er zijn geen raakvlakken en school zal deze ook nooit bereiken. Wat er dus kan gebeuren is dat een kind na 4 schooljaren, met de leeftijd van 8 jaar, eigenlijk klaar is met de basisschool.

Rob Brunia heeft vanuit onderzoeksgegevens een mooie grafiek gemaakt, die dit ook laat zien.

Rob Brunia

Als we dan even terug gaan naar de 1e kleuterklas, met 4 jaar, dat is het echt duidelijk nodig dat er anders naar kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong gekeken wordt. Dus niet alleen naar de kalender leeftijd, maar ook naar de ontwikkelingsleeftijd.

En op zich is het natuurlijk ontzettend leuk om te spelen met de andere kleuters, maar misschien wordt het ook tijd dat men beseft dat bezig zijn met sommen, lezen en schrijven hun manier van spelen is. En dat je soms niet naar leeftijd moet kijken voor de juiste sociale contacten.

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info

De vroege lezer

Wat moet je er nou mee als ouder, als je kind al voor of in de kleutertijd wil leren lezen. Negeren, want schooltechnisch gezien is het nog te vroeg? Of het kind gewoon de gang laten gaan omdat het er aan toe is?

Voor de standaard leermethode op school is het inderdaad niet handig dat een kind voor de leeftijd van 6 jaar al kan lezen. Voor het kind zelf is het een natuurlijke volgende stap in de ontwikkeling en is het goed. Als je er ook niet in mee gaat kan het thuis knap problematisch worden. Afremmen is natuurlijk ook niet verstandig, omdat je het kind verstoord in zijn eigen ontwikkelingsstappenplan.

Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong beginnen vaak met een niet realistisch beeld aan hun schoolcarrière: nu begint het schoolleven echt, ik kan hier lezen, rekenen en schrijven. Wat ze al kunnen wordt echter nog niet van hen verwacht. De kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong beseft al snel dat het anders is dan de andere kinderen uit de groep. Hierin ligt een duidelijke taak voor de ouders en school. De ouders door hun bevindingen aan school door te geven en op tijd het gesprek aan te gaan. Door op tijd te signaleren en diagnosticeren en de begeleiding aan te passen aan de behoeftes en het niveau van het kind kan school problemen voorkomen. Verveling, faalangst en gedragsproblemen liggen immers op de loer!

Een belangrijke punt om aan te werken in de kleuterklas is het aanleren van een
“ werkhouding”, door hun aangepast materiaal aan te bieden. Laat ze af en toe ook voorlezen in de klas, eventueel samen met de juf. Biedt letters op zo veel mogelijk manieren aan, om verveling tegen te gaan. Zorg er echter voor dat het materiaal ook voor de andere kleuters bruikbaar is. Het is namelijk zeer belangrijk dat het niet opvalt dat sommige kinderen ander werk krijgen. Het kind met een ontwikkelingsvoorsprong moet immers geen uitzonderingspositie in de klas krijgen.

Laat bijvoorbeeld kinderen die al kunnen lezen en schrijven de woorden opschrijven, de andere kinderen kunnen de betekenis tekenen.
Maak het materiaal niet te makkelijk, ook een kind met een ontwikkelingsvoorsprong moet moeilijk ervaren en soms fouten maken. Dat is onderdeel van het groeiproces.

Maak bijvoorbeeld een speelhoek met als thema school. Met papier, schrijfgerei, simpele boekjes maar ook tijdschriften. Het kind dat al kan lezen kan daar zijn of haar gang gaan als meester of juf, en heerlijk met de andere kinderen schooltje spelen.

Bij lezen hoort automatisch ook schrijven. Cognitief kan het zo zijn dat het kind daar ook al aan toe is. De motoriek werkt alleen niet altijd mee. Wat dan belangrijk is, is dat er gekozen wordt voor een tussenoplossing die wel past bij het motorieke niveau, zoals bijvoorbeeld stempelen. Letters knippen en plakken is ook heerlijk om te doen.
Het is voor dit kind wel belangrijk dat er uit wordt gelegd waarom er gekozen voor die tussenoplossing. Voor hun is die tussenoplossing immers niet logisch, ze willen gewoon door.

Kinderen die zelf leren lezen, leren het vaak vanuit de letters, terwijl veel methodes op school vertrekken vanuit woordbeelden. Het omschakelen is dus knap lastig voor een kind. Pas de methode daarom aan naar hun manier van leren lezen. Hou rekening met dat ze grotere denkstappen nemen, minder sturing nodig hebben, en veel meer ruimte voor eigen inbreng en oplossingen nodig hebben.

Stimuleer het lezen. Wie kan lezen heeft immers de hele wereld in zijn handen!

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info