Tagarchief: Jeugdzorg

Psychische kindermishandeling is strafbaar. Ook in het onderwijs?

KindermishandelingAanleiding voor deze blog is een artikel in het dagblad de NRC:

Ook psychische kindermishandeling is strafbaar
“Een kind kleineren laat soms een leven lang sporen na. Strafrechtelijk kom je daar als ouder niet zomaar mee weg, schrijft advocaat-generaal Miranda de Meijer.”

Kindermishandeling
Kindermishandeling is ‘elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel’. (Uit de Jeugdwet artikel 1.1: Wet van 1 maart 2014 ‘inzake regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.’)

Als een kind geregeld wordt uitgescholden of vernederd is er sprake van psychische mishandeling. Als een kind niet de nodige zorg krijgt voor zijn geestelijk welzijn, is er sprake van psychische verwaarlozing. Of dit nu door een kind, ouder of andere volwassenen gedaan wordt maakt hierin niet uit.

Aanhoudende of extreme frustratie van elementaire emotionele behoeften van het kind. Het kind geen veilige omgeving bieden. Ongevoeligheid voor het ontwikkelingsniveau van het kind. Het niet handelen of nalaten van dat wat een kind behoeft om te groeien, op alle gebieden. Allemaal vormen van psychische mishandeling.

Psychische mishandeling
Artikel in NRC: “Het Openbaar Ministerie heeft voor de rechter aangevoerd dat ook psychische mishandeling die zorgt voor een achterstand in de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind onder de werking van ons Wetboek van Strafrecht moet vallen. Het gerechtshof gaf het Openbaar Ministerie gelijk en oordeelde dat dit inderdaad onder omstandigheden het geval kan zijn. De rechter vindt hiervoor steun in bovengenoemde Wet op de jeugdzorg en de Jeugdwet.

Bovendien – zo stelt de rechter – blijkt niet uit de wetsgeschiedenis van het Wetboek van Strafrecht dat de wetgever de psychische vorm van mishandeling heeft willen uitsluiten. De rechter maakt hierbij nog wel een kanttekening: niet íedere kleinerende of denigrerende handeling of opmerking kan als mishandeling worden aangemerkt. Het hangt ervan af, van de situatie en van de gedraging.”

Psychisch letsel laat net zoals bij lichamelijke mishandelingen zijn sporen na. De sporen zijn meestal minder zichtbaar, kunnen een kind echter levenslang bijblijven.

Burgerlijk Wetboek
Het Burgerlijk Wetboek geeft in artikel 247 sub 1 & 2 de volgende omschrijving van ouderlijk gezag en opvoeding:
•Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.
•Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van het kind en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid.

De gezondheidstoestand en de veiligheid van het kind zijn bepalend hiervoor.

Psychische mishandeling op school
Een tekort op school in het geven van aandacht, warmte, bescherming en daarnaast eventuele cognitieve verwaarlozing – bijvoorbeeld een kind niet passend onderwijs bieden, is ook een vorm van psychische verwaarlozing. Ongevoeligheid in school voor het ontwikkelingsniveau van het kind, het aanbieden van een te laag cognitief niveau met emotionele en didactische schade tot gevolg is wat in de praktijk helaas veel voor komt. Dit staat nog los van pesten op school, door leerling of leraar.

De kinderen gaan aanpassingsgedrag vertonen: ‘verdwijnen’ of vertonen juist opvallend gedrag. Dit wordt vanuit het kind uitgelegd, vaak met diagnostiek tot gevolg. Onvoldoende kennis over de normale ontwikkeling van dit specifieke kind is niet voorhanden. Er is een verhoogd drop-out risico, waardoor een kind verdwijnt richting speciaal onderwijs of thuiszitter wordt.

Schoolbeleid
In het schoolprotocol omschrijft men de kaders voor het optreden bij pesten, agressie, geweld en vermoedens van kindermishandeling. In elke school dient een zodanig leer- en werkklimaat te heersen dat dit door niemand, of het nou personeel, leerling of ouders betreft, getolereerd wordt.

Het slachtoffer meldt deze incidenten echter meestal niet vanwege schaamte, uit angst voor het vervolg of uit loyaliteit aan de leerkracht. Bij ouders zien we deze loyaliteit ook. Je gelooft in het begin ook snel de volwassenen. Als ouder denk je misschien in het begin ‘doorzetten, hier wordt je sterk van’. Je gaat ook uit van de goede bedoelingen van de school en de directie.

Als het gaat om psychische mishandeling op school is een kind of de ouder zich (eerst) vaak ook niet bewust van dat wat er wel of juist niet gebeurt psychische mishandeling is. In Nederland ligt de link naar deze vorm van mishandeling immers primair bij ouders, vreemgenoeg óók als de school diegene is die de mishandeling faciliteert. Ook het artikel in het NRC spreekt alleen over oudermishandeling.

De praktijk laat zien dat professionals deze psychische mishandeling eigenlijk altijd vertalen naar verschillen in visie op onderwijs- en kindbehoeftes. De meldingen van ouders worden daarmee niet vertaald vanuit mishandeling, ook als deze vertaling wel terecht zou zijn. We spreken dan over het aantoonbaar onthouden van zorg voor een kind.

Voorbeelden uit de praktijk
Als voorbeeld scholen die ADHD-medicatie als voorwaarde stellen om een kind toe te laten op school en ouders die voor de keuze worden gesteld: of medicatie of uw kind moet naar het speciaal onderwijs (zie uitzending De Monitor).

Kinderen die gepest worden en daarom zelf een sociale vaardigheidstraining moeten volgen “om er mee om te leren gaan” of worden naar huis gestuurd. Pesters – ook leraren- worden, ondanks het protocol hiervoor, niet aangepakt, geschorst of verwijderd. ‘We hebben het protocol gevolgd’ is ook een standaard antwoord.

(Hoogbegaafde) kinderen die geen maatwerk in onderwijs krijgen, soms ook op scholen die zich specifiek op bepaalde groepen kinderen richten, omdat de expertise mist. Onderpresteren, depressiviteit en soms ook suïcidaal gedrag tot gevolg.

In situaties waarbij het gedrag van de leerkracht grensoverschrijdend is wordt geroepen dat wat ouders melden aannames zijn – ook als er getuigen zijn. De leerkracht wordt beschermt (‘anders zit ik met een hele klas’), ook door besturen. Zelfs als het kind depressief of overspannen is. Of als er sprake is van PTSS. Oorzaken worden thuis gezocht (gezinssituatie of pedagogische opvoedvisie), met AMK (Veilig Thuis) melding wordt gedreigd of gewoon gedaan – om ouders de mond te snoeren. Maatregelen die ouders voor hun kind nemen worden uitgelegd als wantrouwen in school, als niet meewillen werken en dat je een lastige ouder bent. Uitspraken van school worden blijkbaar door ouders ook verkeerd geïnterpreteerd, zo leggen directeuren en besturen uit.

De emotionele toestand van kinderen is niet van belang in de afweging van scholen en beleidsmakers. Dus heeft je kind een probleem en ligt het psychisch in de kreukels door een leerkracht of niet-passend onderwijs, dan kun je ook nog de kinderbescherming over je heen krijgen. En dan is je positie niet sterk. Emotionele en psychische schade is namelijk niet te bewijzen, dus zo’n heel verhaal heeft een hoog subjectief gehalte.

Aangifte doen tegen scholen is lastig: psychische schade is, zoals ik al zei, moeilijk te bepalen. De onderwijsinspectie verteld ouders daarbij niet of er onderzoek wordt gedaan. Leerplichtambtenaren ondernemen vaak geen acties tegen scholen.

Het is ook lastig om als bestuur of school je eigen beleid en handelen – en dat van je leerkrachten – te spiegelen en daar praktisch op te acteren. Slecht functionerende scholen en leerkrachten worden vaak geen strobreed in de weg gelegd. Makkelijker is het om een vertaalslag te maken naar individuele ouders, hun ‘overdreven’ emotionele betrokkenheid bij hun kind. Deze voelen zich vaak alleen staan in school. Ouders hebben ook een kennisachterstand ten aanzien van de onderwijsprocessen en worden daarom vaak overbluft. De leerplichtambtenaar en onderwijsinspectie is gericht op aanwezigheid in de school (leerplicht) en niet op maatwerk voor een individueel kind. Externe, door ouders betaalde, kindexperts zijn vaak niet welkom in school.

In hun poging om een einde te maken aan deze mishandeling hinderen scholen de ouders in een overstap naar een andere school, door deze vast te informeren over de ‘lastige ouders’. Je kunt dus vaak geen kant op.

Wat moet je nu als ouder?
Het belangrijkste advies:
Situaties lopen vaak uit de hand om dat ouders zich niet bij laten staan op juridisch gebied of te lang wachten met het inschakelen van juridische hulp. Wacht dus niet te lang met juridische advies of hulp te zoeken als dit nodig is. Bij een terecht punt en tijdige melding kan in bijna alle gevallen de situatie snel opgelost worden met kortdurende rechtshulp. Je kunt je ook bij laten staan zonder dat school dit weet. De regels rond onderwijs zijn niet slecht. Het is daarnaast altijd aan te raden om een rechtsbijstandsverzekering te nemen.

Adressen:
– Juridisch loket: https://www.juridischloket.nl
– Jurion: http://Jurion.nl

Verdere informatie:
– Ouders & Onderwijs: Bel gratis tussen 10:00 en 15:00 naar 0800-5010 of  mail naar vraag@oudersonderwijs.nl 
– In1School: https://www.in1school.nl

  • doe aan dossieropbouw, lees daarvoor hier verder;
  • maak gebruik externe klachtenregeling;
  • zijn er nog andere ouders op school in dezelfde situatie? Verenig je!;
  • neem gesprekken op;
  • laat je bijstaan, schakel eventueel zelf een professionele mediator in;
  • zorg dat je de regie houdt;
  • doe aangifte.

Artsen
De Meldcode van de KNMG geeft duidelijkheid over wat er van een arts wordt verwacht bij (vermoedens van) kindermishandeling: Zodra er bij het kind lichamelijke of psychische schade ontstaat of kan ontstaan tengevolge van de handelingen of nalatigheid van de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, is er sprake van kindermishandeling (KNMG, 2008). Vergeleken met de Meldcode uit 2002 is er in 2008 tot een belangrijke wijziging besloten: het uitgangspunt ‘zwijgen, tenzij’ is vervangen door het uitgangspunt ‘spreken, tenzij’. Ook onder andere huis- en schoolartsen kunnen dus een rol spelen van de aanpak van psychische kindermishandeling op scholen.

Taak overheid
Er moet meer oog komen voor de positie van kinderen en ouders in het onderwijs. Ouders hebben plichten ten aanzien van gezag. Instanties en personen mogen ouders niet hinderen in het uitvoeren van dit gezag en moeten hierin beter beschermd worden door de overheid.

Als je er niet uit komt met school.
Lees hier mijn blog met handige informatie voor als je er niet uit komt met school.

Aanvulling 24 juni 2017. Paul Mayer, voormalig onderzoeker bij het toenmalige AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling),  beschrijft deze vorm van mishandeling als ‘institutionele kindermishandeling’, als het gaat om instellingen die meewerken aan of gedogen van dergelijke “mis-handeling” (bron: Herman Baartman) of verwaarlozing. Ik denk dat hij dit zo correct omschrijft.

Aanvulling 15 november 2017 Oproep aan ouders
Veilig thuismelding over je gezin door school:
Ouders geven vaak aan dat ze de indruk hebben dat een veiligthuis-melding (opvolger van de Steunpunten Huiselijk Geweld en het Advies en Meldpunt kindermishandeling) wordt ingezet om het standpunt van de school over ondersteuning (of verwijzing naar speciaal onderwijs) kracht bij te zetten. Het argument is dan vaak pedagogische verwaarlozing, omdat ouders niet meegaan in het advies van school. Het aantal signalen over deze meldingen vallen op en je leest er ook in de media steeds vaker over. Ouders & Onderwijs roept ouders die in een situatie als deze zitten op om zich te melden. Er wordt vertrouwelijk omgegaan met uw informatie: Ouders & Onderwijs.

Dorien Kok
http://DorienKok.nl

Aanvulling december 2017: Lees ook de blog van Charlotte Visch over Marek en Kiet: Gelegaliseerd mishandelen van slimme kinderen.

Lees ook: #wiepakthetop Over bewustwording van het feit dat er in Nederland voor het kind vaak niet gehandeld wordt volgens de wet.

Advertenties

Zeilen voor passend onderwijs voor thuiszitters

Ze zijn vertrokken, de zeilbroers. Zo als ze zelf zeggen om aandacht te vragen voor de ruim 16.000 kinderen die officieel thuiszitters zijn, vanuit hun positie dat ze zelf ook thuis zitten omdat er voor hun – hoogbegaafd en met dyslexie – geen school is.

16.000, mensen vragen mij regelmatig klopt dat getal wel. Want dan lees je weer 8500 of 3500.

Ja, het zijn zoals de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (mevrouw van Bijsterveldt) zelf aangeeft ruim 16.000. En dat zijn er voor het vorige schooljaar zelfs ruim 1600 meer dan in het schooljaar 2009-2010.

De cijfertjes, gegeven door de minister zelf*:

Thuiszitters cijfers 2009-2010-2011

 

Met het begrip «thuiszitters» bedoelt de minister leerlingen die wel op een school staan ingeschreven, maar langer dan 4 weken thuis zitten. Voor deze leerlingen is de school verantwoordelijk. Met «absoluut verzuim» bedoelt de minister leerplichtige kinderen/jongeren die niet staan ingeschreven bij een (al dan niet bekostigde) onderwijsinstelling. Deze kinderen/jongeren gaan niet naar school.

Wanneer beide gegevens worden opgeteld leidt dat tot een groep van 13 534 leerlingen die in het schooljaar 2010–2011 onterecht niet was ingeschreven op een school (absoluut verzuim), of wel was ingeschreven maar langer dan 4 weken thuiszat zonder geldige reden.

In het schooljaar 2009–2010 ging het om 12 060 leerlingen.

Als het aantal vrijstellingen hier nog bij wordt opgeteld, resulteert voor 2009–2010 een aantal van 15 024 en voor 2010–2011 16 641 leerlingen. (Hierbij wordt geen rekening gehouden met het aantal leerlingen dat in de loop van het schooljaar is teruggeleid naar onderwijs.)

Bij vrijstellingen heeft men het over kinderen die niet meer naar school hoeven omdat zij hier van vrijgesteld zijn. Deze kinderen zijn dan officieel niet geschikt voor school. Onder deze groep als nieuwkomer ook veel hoogbegaafde kinderen**.

Als je kijkt naar de achtergrond van het thuiszitten kom je uit op**:

1/3 hoogbegaafde kinderen

1/3 (potentiele) rugzakkinderen (ivm beperking en gedragsproblemen)

1/3 pubers (criminaliteit, drugs-, alcohol- problematiek bij het kind of de ouders, thuisproblematiek)

Voor ongeveer 8500 van de kinderen die vallen onder absoluut verzuim, kun je stellen dat er sprake is van boekhoudkundige uitschrijving ivm handelingsverlegenheid van de school, oftewel school weet niet wat ze voor deze kinderen moet doen. School helpt ze echter niet aan een school die dat wel weet en kan. De verantwoording ligt voor de minister echter bij de ouders en volgens haar dient de leerplicht hier actie op te ondernemen.

De verantwoording ligt volgens de minister dus bij de ouders. Als je echter bijvoorbeeld naar de situatie van de zogenoemde zeiljongens kijkt kun je niet anders dan concluderen dat de ouders gigantisch hun best doen om hun kinderen weer op school te krijgen. De oudste, maar ook de jongste zoon zat zonder onderwijs thuis. De jongste stond nog wel ingeschreven op school, maar was de toegang tot de lessen ontzegd. Voor de jongste  was de school wel verplicht om hem een onderwijsaanbod te doen omdat hij nog ingeschreven stond. De oudste was zoon van school verwijderd wegens handelingsverlegenheid van de school.

Het verweer van de school kwam er op neer dat zij vond dat zij genoeg had gedaan door de jongens voor verder onderwijs door te verwijzen naar een Rebound – een tijdelijke onderwijsopvang- voorziening voor leerlingen met heftige gedragsproblemen en naar een vmbo voor leerwegondersteunend onderwijs.

De ouders hadden plaatsing op de Rebound terecht geweigerd, omdat er van een gedragsprobleem geen sprake was. Ze hadden ook aangegeven dat het vmbo geen optie was, omdat hun jongens hoogbegaafd zijn. In antwoord daarop stelt de school dat het onderwijs in Nederland – op kostbaar particulier onderwijs na – nu eenmaal niet is ingesteld is op de begeleiding van leerlingen zoals hun zoon.

En nu komt het kromme: de school stelt dat het onderwijs in Nederland – op kostbaar particulier onderwijs na – nu eenmaal niet is ingesteld is op de begeleiding van dit soort kinderen en dus stelt de leerplichtambtenaar dat het aan de ouders te wijten is dat de leerling thuis zit. Begrijpt u het nog? Ik niet. En zo ken ik meer gezinnen bij wie er sprake is van een soortgelijke situatie: school faalt en de de verantwoording van dit falen komt op het bord van de ouders te liggen.

Het gevolg: rechtszaken zoals deze en ook  gezinnen die emigreren naar landen waar het onderwijs voor deze kinderen beter geregeld is of waar er ruimte is voor het geven van thuisonderwijs.

Ook andere gevolgen: de maatschappij wordt bijvoorbeeld ook op kosten gejaagt. Geschatte kosten zeiljongens aan procedures, kosten advocaat school, kosten gefinancierde rechtshulp ouders, bijstand Jeugdzorg en onderzoek Raad voor de Kinderbescherming richting 100.000 Euro.

Voor de zeiljongens had het verhaal nog een vervelend bijkomend staartje: 2 dagen voor vertrek besloot Jeugdzorg dat de ouders niet goed voor deze jongens zorgden en werden de ouders voor de rechter gesleept.

Jeugdzorg benadrukte dat de ondertoezichtstelling niet alleen om de zeilreis gaat***. “Er is sprake van een impasse. De ouders zeggen dat er geen enkele school voor de jongens is, maar wij denken dat ze wel degelijk ergens terechtkunnen. Met een ondertoezichtstelling willen we het gezin helpen om alsnog een school te vinden.” In dat geval krijgen de jongens een gezinsvoogd en wordt de macht van de ouders beperkt.

Kan iemand mij uitleggen waarom de aanstelling van een gezinsvoogd en een beperking van de macht van de ouders wel een passende school op kan leveren als scholen aangeven handelingsverlegen te zijn? Daarbij: tijdens de zeilreis zitten de kinderen op school, de Wereldschool. Een voorwaarde voor deze school is echter dat de lessen niet gevolgd worden binnen de Nederlandse landgrenzen. Vandaar de zeilreis.

Het klinkt leuk, lekker niet naar school – thuiszitten. Idem voor de zeilreis.

Thuiszitter zijn is echter niet leuk: je raakt je vrienden en leefritme kwijt. Je voelt je buitengesloten, aan de kant gezet. ‘Ik mankeer wat’. Daarbij lopen de kinderen een leerachterstand op. Ouders die afdoende geld hebben kunnen nog kiezen voor de optie particulier onderwijs. Deze optie is er echter niet voor de meeste ouders.

Wat moet er eigenlijk gebeuren:

  • Zelf werk ik veel met kinderen die leerproblemen hebben en nu met succes staande blijven in het schoolsysteem als ik met hun aan de slag ben geweest. Als ik dat kan kunnen anderen dat ook. Wel zie ik duidelijk verschil bij kinderen waarbij de school hun steunt in de andere aanpak die ik bied en de scholen die dit niet willen, om welke redenen dan ook. Ik zie de kinderen, op de basischool of al in het Voortgezet Onderwijs groeien: in hun leren, gedrag en levenshouding. Ze kunnen het en willen het, hebben soms alleen inzicht en tools nodig voor hun leer- en gedragsproblemen.
  • De minister geeft aan dat de Rijksbegroting gebaseerd is op ingeschreven leerlingen. Het aantal leerlingen dat niet is ingeschreven heeft dus geen overschot op de Rijksbegroting tot gevolg zegt ze. Er is echter sprake van een bepaald aantal leerplichtige leerlingen per jaar. Vallen de dossiers van de absolute thuizitters uit de tas van de minister als ze de telling voor de Rijksbegroting afleverd? De overheid houdt per jaar 80 miljoen over aan de kinderen die ‘absolute thuiszitters’ zijn. Ze staan immers niet ingeschreven bij een school. Voor de relatieve thuiszitters (wel ingeschreven bij een school, niet aanwezig) geldt dit ook: school krijgt geld, maakt echter geen kosten voor dit thuiszittende kind. Dat geld zou eigenlijk in een nog op te richten fonds gestopt moeten worden en gebruikt moeten worden voor re-integratie van de thuiszitters en om de leerachterstand weg te werken. De Onderwijs inspectie kan er op toe zien dat dit correct gebeurt en er voor zorgen dat scholen echt alles uit de kast halen om er voor te zorgen dat ze hun verantwoording nemen. Hardop de vraag stellen: waarom is dit kind van school verwijderd. Scholen worden daarbij gehinderd door de 1 oktober regeling: voor later intredende voormalige thuiszitters krijgt een school geen geld. Scholen doen ook aan selectie aan de poort.
  • Bij de zeiljongens zijn de kinderbelangen niet goed behartigd door Jeugdzorg. De rol van Jeugdzorg hoort kindbeschermend te zijn. Jeugdzorg hoorde de kinderen en ouders te steunen door bij school de vraag neer te leggen: waarom is dit kind van school verwijderd of waarom mag dit kind niet op uw school komen en eventueel de gang naar de rechter te maken en school aan te klagen voor deze kinderen en ouders.

De Kinderombudsman opende maandag 27 augustus een online meldpunt op http://www.dekinderombudsman.nl, waar kinderen die niet naar school gaan hun ervaringen kunnen vertellen. Ook ouders, leerkrachten, onderwijsconsulenten en andere professionals, die ervaringen hebben met een kind dat (tijdelijk)  niet naar school gaat, worden uitgenodigd dit te melden.  Kinderombudsman Marc Dullaert gebruikt de meldingen voor zijn onderzoek naar de toegang tot het onderwijs in Nederland. Het meldpunt blijft drie weken geopend.

Ik zou zeggen: hijs de zeilen en aan de slag!

UPDATE 21 december 2012: De zeilbroers Enrique (15) en Hugo (13) zijn door de rechter onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg.  De uitspraak is een enorme schok voor de ouders van de jongens. Vader: “Ik ben mijn geloof in het Nederlandse rechtssysteem helemaal kwijt”. Volgens onderwijsjuriste Katinka Slump, die de jongens en hun ouders bijstaat, krijgt Jeugdzorg een onmogelijke opdracht nu de jongens onder toezicht zijn gesteld. Het probleem ligt namelijk niet bij de ouders van de twee, maar bij de tekortschietende schoolbesturen en het falende onderwijsbeleid, zo stelt ze.Enrique en Hugo zijn nog steeds bezig met hun zeilreis. (Bron HvN)

Bronnen

* Vragen van het lid Çelik (PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de cijfers met betrekking tot het aantal thuiszittende kinderen dat geen onderwijs krijgt (ingezonden 29 maart 2012): Antwoord van minister Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 14 mei 2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 2289.

** Onderwijsadvocaat Katinka Slump en onderzoek De Dunne Lijn van Harold van Garderen en Auke van Bremen.

*** RTV N-H http://www.rtvnh.nl/nieuws/85979/Zeiljongens+niet+onder+toezicht