Tagarchief: Concerta

Het gevaar van de nieuwe DSM: V

In 2013 komt er een nieuwe DSM: DSM V.

Voor de niet kenners: in de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) staan op een beknopte manier criteria omschreven die de expert in staat stelt een diagnose te stellen op het gebied van psychiatrische aandoeningen.

De eerste DSM verscheen in 1952, bedoelt om een einde te maken aan al de verschillende modellen die er op het gebied van diagnostiek voorhanden waren. Vanaf dat moment dus een vast beeld voor elke aandoening. Daarbij stellende dat het mensenwerk blijft om de diagnose te stellen, het boek is alleen een opsomming van kenmerken, die opgeteld naar verschillende conclusies kan leiden. Het is een handvat voor diegene die de diagnose stelt, meer niet.

We zijn nu dus toe aan deel 5, vandaar de V. Officieel duurt het nog een paar jaar voordat het handboek definitief is: iedereen mag er tot 20 april nog op schieten, via deze website http://www.dsm5.org/Pages/Default.aspx. Daarna zal er door de American Psychiatric Association nog lang vergadert worden over de inhoud, tot de definitieve verschijning in mei 2013.

Er zijn 2 dingen opvallend anders te noemen in vergelijk met de huidige versie, DSM IV.

Ten eerste de samenvoeging van alle autisme aandoeningen, ze gaan in vervolg op één grote hoop. We hebben het dan over Asperger, autistische stoornis, desintegratiestoornis van de kinderleeftijd, de stoornis van Rett en PDD-NOS (pervasieve ontwikkelingsstoornis). Deze komen samen onder de noemer autisme-spectrumstoornis.

Dit is heel frappant te noemen. Het betekent dat een heel spectrum aan autisme aandoeningen voortaan voor de buitenwereld één naam heeft. Scheelt een hoop werk voor de expert, die nu moet werken met een grote overlap aan kenmerken – die de precieze diagnose stelling vaak monnikenwerk maakt.

In de praktijk zit er wel degelijk verschil tussen de aandoeningen, en dus ook in de aanpak. Komt dan de behandeling niet in gevaar?

Als je bijvoorbeeld kijkt naar de diagnose autisme in vergelijk met Asperger dan kun je bijvoorbeeld stellen dat iemand met het Asperger syndroom een normale intelligentie heeft en er geen sprake is van een vertraagde taalontwikkeling. Daarbij komt dat men er nog steeds niet uit is wat de definitieve criterialijst is voor Asperger, er zijn 6 verschillende versies in omloop.

Daarbij is PDD-NOS een restdiagnose – een soort doe-mij-die-maar diagnose omdat men het plaatje niet helder krijgt. PDD-NOS heeft trouwens ook nog geen heldere criteria.

Wat we dus krijgen is dat mensen die sterk van elkaar verschillen wat betreft symptomen, beloop van de stoornis, gedrag en reacties op de vormen van behandeling straks verder gaan onder dezelfde noemer. Dat is zeer kwalijk te noemen. Zeker gezien het feit dat het werkelijke waarom van deze aandoeningen nog niet op tafel ligt. Gedragskenmerken zijn tot nu toe de enige basis om een diagnose te stellen.

Dan het andere opvallende in de nieuwe DSM:

‘Temperament-disregulatie met disforie’ is de nieuwe term, voor een kind die minstens driemaal per week buitenproportioneel fel reageren op ‘gewone stressoren’. Tussen de uitbarstingen door zijn de kinderen prikkelbaar, of boos, of somber.

Klinkt mooi, we hebben er nu een naam voor. Een kind hoeft niet langer ongeëtiketteerd rond te lopen als hij of zij het leven soms erg zwaar vind. Ik zie al meteen een heleboel kinderen die voor deze diagnose in aanmerking komen. Overbelaste kinderen, die geen aanleg voor iets hebben vanuit zichzelf, maar kapot gaan aan omgevingsfactoren. Wat dacht je van een kind in de situatie van een vervelende scheiding tussen de ouders, of – ik noem het maar weer even – het hoogbegaafde kind.

Ideaal voor al uw diagnoses: gedragsproblematiek vanuit niet passend onderwijs. Want de simpele term niet passend onderwijs kan gigantische gevolgen hebben voor een kind. Niet alleen buikpijn, maar ook angsten, complete uitbarstingen van woede (onmacht?), tot zelfmoordpogingen aan toe, ook op jonge leeftijd.

Je kunt het je eigenlijk niet voorstellen, een kind dat letterlijk ZIEK wordt van school. School is toch leuk, ieder kind wil toch naar school. Nee, niet als het dag in dag uit zo is dat je sommen moet doen die je al jaren kent, je geen aansluiting kan vinden in de klas omdat jij als enige niet van voetbal houdt, maar van astronomie bijvoorbeeld. Leren lezen in groep 3 is leuk als je dat nog niet kan, maar wat als je jezelf al met 3 jaar hebt leren lezen?

Je ging zo hoopvol naar de eerste klas, want daar gaat het echte leren beginnen. Je worstelt je door 2 jaren verplicht spelen heen – is immers goed voor je. Juf is trots op je als je puzzels van 25 stukjes maakt, thuis is dat een puzzel van 200 stuks – waarom is juf dan zo trots? Je wil echter aan de slag! Met wat mazzel geef je het niet al in de kleuterklas op, heb je hoop tot in groep 3. Want zowel juf als papa en mama hebben gezegd dat het dan echt leuk gaat worden. Wat viel dat tegen: opnieuw leren lezen.

Hoofdpijn krijg je er van, en buikpijn. Elke ochtend ben je verdrietig, het slapen gaat ook al slecht. Je snapt er niets van, waarom moet je dat doen wat je al kan. Ziet niemand hoe moeilijk je het hebt op school?

En op een dag wordt je boos op een klasgenoot, omdat die je niet snapt. Je neemt je boosheid ook mee naar huis, uit onmacht. Wat raar eigenlijk, dat juf je wel aandacht geeft als je boos bent. Normaal gesproken heeft ze geen tijd voor je vragen. Dan loopt het op een gegeven moment uit de hand …

Wat moet er gebeuren ten aanzien van de DSM V:

De alles op één hoop optie is zeer onverstandig. Eerst maar eens wat feiten meer helder op tafel. Investeren in meer dan symptomen als basis. Tot die tijd geen grote wijzigingen op deze afdeling.

Verder lijkt het me verstandig dat er een aanvulling komt in de DSM V, voor gedragsproblemen waarbij de oorzaak niet in het kind ligt, maar in de omgeving.

Zodat de experts zich realiseren dat gedragsproblematiek niet altijd vanuit het kind komt, maar dat de grote mensen zichzelf ook maar eens aan moeten kijken.

Het lijkt me ook verschrikkelijk voor een kind, dat men je niet ziet zoals je werkelijk bent. Dat je niets meer bent dan een etiket.

Kijk naar de video van de lezing van Allen J. Frances on The Overdiagnosis of Mental Illness.

Duur: 57 min.

maart 2012

About the video:

Psychiatrist and author, Allen J. Frances, believes that mental illnesses are being over-diagnosed. In his lecture, Diagnostic Inflation: Does Everyone Have a Mental Illness?, Dr. Frances outlines why he thinks the DSM-V will lead to millions of people being mislabeled with mental disorders. His lecture was part of Mental Health Matters, an initiative of TVO in association with the Centre for Addiction and Mental Health.

Dorien Kok

http://www.I-CARUS.info

Advertenties

Het sprookje van Ritalin en het placebo effect

“Het geneesmiddel Ritalin mag binnenkort alleen nog door medisch specialisten worden voorgeschreven. Ritalin wordt vooral gebruikt door kinderen en pubers met de aandachtsstoornis adhd.” Dit stond in 2003 in het dagblad Trouw.

Verder stond er in dat artikel:
,,Adhd is een psychiatrische aandoening. Een psychiater moet dus ook oordelen of iemand eraan lijdt en Ritalin nodig heeft”

“In 2001 werd 55 procent van de behandelingen met Ritalin ingezet door een medisch specialist, volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK). In de overige gevallen schreef de huisarts het middel voor het eerst voor.”

Wat is er sinds die tijd veranderd?
Weinig. Huisartsen schrijven nog steeds voor, kinderen zonder diagnose slikken nog steeds Ritalin.

Hoe is dit mogelijk!

Het gebruik van Ritalin neemt sterk toe. Daarbij bestaat er geen informatie over de effecten van methylfenidaat op de lange termijn.

Het European Medicines Agency (EMEA), de organisatie die over toelating en veiligheid van Europese geneesmiddelen waakt, besloot op 22 januari 2009 dat de behandeling van kinderen van 6 jaar en ouder met aandachtsstoornis en hyperactiviteit (ADHD) veiliger wordt als er beter gecontroleerd wordt op mogelijke nadelige effecten die het middel methylfenidaat kan hebben.

De praktijk kan echter de volgende situatie opleveren:
School zegt dat uw kind niet te handhaven is en vraagt om medicatie? Hoeveel weegt uw kind, oh – dat is dus zoveel milligram. Bloeddruk en hartslag worden niet, zoals nodig, gecontroleerd en het verlengen van het recept kan gewoon telefonisch. Na een jaartje even stoppen om te kijken of het zonder ook kan? Waarom – het gaat nu juist goed door de medicatie. Wat met het brede pakketbehandeling, waarbij ook de sociale factoren, opvoeding en sport in worden meegenomen – naar advies van hetzelfde EMEA?

Officieel is Ritalin alleen bedoelt om het kind korte tijd open te stellen voor gedragsverandering door bijkomende behandeling.

Onderzoeksresultaten van een vervolgonderzoek Van der Oord et al. (UVA, 2007) geven aan dat veel kinderen met ADHD in de adolescentie niet meer aan de diagnose voldoen (50%). Waarom dan blind jaar na jaar medicatie blijven geven?

Hoe kun je nu objectief bekijken of de Ritalin werkt en hoeveel en of het wel nodig is.
Dat is heel simpel: het placebo onderzoek.
Men neme een gediagnosticeerd kind, de ouders en de school.
Voor een periode van 5 weken wordt er proefmedicatie gegeven, echter zonder dat de dosering bekend is bij de ouders, het kind of school.
De dosering, 2 maal daags, kan bestaan uit 5 mg, 10 mg, 20 mg Ritalin of een placebo – een pil die geen werkzame bestanddelen bevat.

Via vragenlijsten voor de ouders en school worden de effecten van de medicatie gemeten. Dit op het gebied van aandacht, hyperactief/impulsief gedrag en oppositioneel/opstandig gedrag. De scores worden vergeleken en er wordt gekeken naar eventuele bijwerkingen.
Dit levert mooie grafiekjes op, die een advies geven dat past bij het kind.

Het voordeel van op deze manier werken is dat het kind medicatie op maat krijgt en – nog belangrijker – geen medicatie krijgt als het niet nodig is!

Het leuke van zo’n onderzoek is het placebo effect: ouders en school zijn knap verrast als blijkt dat ze erg enthousiast waren over het kind in de placebo periode. Van een placebo kun je je als kind ook knap beter voelen!

Er is in 2003 onderzoek gedaan naar deze manier van doseringsadvisering, door de Universiteit van Amsterdam. In de praktijk kom je deze manier van vaststellen weinig tegen. Het is ook een bewerkelijke en arbeidsintensieve methode, en het kost ook wat.

Ik pleit echter voor een landelijke invoering hiervan.
Als je daarbij stelt dat alleen (zonder twijfel) gediagnosticeerde kinderen via een psychiater voor maximaal een jaar medicatie kunnen krijgen, waarna weer een onderzoek, dan komen we al een stuk verder.

Helaas is het zo dat ouders na een advies voor geen medicatie soms toch voor medicatie kiezen. Bijvoorbeeld omdat de school er toch op staat…

Aanvulling november 2016:
In 2015 gebruikten 85 duizend kinderen tussen de 5 en 15 jaar Ritalin. Dat komt neer op 4,3 procent van alle kinderen in die leeftijdsgroep. Het aantal gebruikers onder de 15 jaar neemt niet langer toe maar af in Nederland. Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK).

Lees ook:
Ritalin verandert kinderbrein blijvend, artsen pleiten voor voorzichtigheid.
Ritalin werkt langer door op het kinderbrein dan bij volwassenen. Ook als kinderen het middel niet meer slikken, hebben zij een veranderde hersenactiviteit. Dat blijkt uit promotieonderzoek aan het AMC in Amsterdam. De onderzoekers pleiten voor voorzichtigheid met adhd-medicatie.
Dagblad Volkskrant 22 november 2016

Dorien Kok
http://www.I-CARUS.info